Herziene Statenvertaling (HSV)

Danklied voor genezing

301Een psalm, een lied voor de inwijding van Davids huis.

2Ik zal U roemen, HEERE, want U hebt mij opgetrokken

en mijn vijanden over mij niet verblijd.

3HEERE, mijn God, ik heb tot U geroepen

en U hebt mij genezen.

4HEERE, U hebt mijn ziel uit het graf opgehaald;

U hebt mij in het leven behouden,

zodat ik in de kuil niet ben neergedaald.

5Zing psalmen voor de HEERE, gunstelingen van Hem!

30:5
Ps. 97:12
Loof Hem ter gedachtenis aan Zijn heiligheid.

6Want een ogenblik duurt Zijn toorn,

maar een leven lang Zijn goedgunstigheid;

overnacht 's avonds het geween,

's morgens is er gejuich.

7Ík zei wel in mijn zorgeloze rust:

Ik zal voor eeuwig niet wankelen.

8Want, HEERE, door Uw goedgunstigheid

had U mijn berg vast doen staan. –

Maar toen U Uw aangezicht verborg,

werd ik door schrik overmand.

9Tot U, HEERE, riep ik;

ik smeekte de Heere:

10Wat voor winst is er in mijn bloed,

in mijn neerdalen in het graf?

Zal het stof U loven?

Zal dat Uw trouw verkondigen?

11Luister, HEERE, en wees mij genadig;

HEERE, wees mijn Helper.

12U hebt voor mij mijn rouwklacht veranderd in een reidans,

U hebt mijn rouwgewaad losgemaakt en mij met blijdschap omgord.

13Daarom zal mijn eer voor U psalmen zingen en niet zwijgen.

HEERE, mijn God, voor eeuwig zal ik U loven.