Herziene Statenvertaling (HSV)
29

Gods majesteit in het onweer

291Een psalm van David.

29:1
Ps. 96:7,8
Geef de HEERE, machtige heersers,29:1 machtige heersers - Letterlijk: zonen van God; zie ook Ps. 89:7.

geef de HEERE eer en macht.

2Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,

buig u voor de HEERE neer in Zijn heerlijke heiligdom.

3De stem van de HEERE klinkt over de wateren,

29:3
Ex. 9:23
de God der ere dondert;

de HEERE is op de grote wateren.

4De stem van de HEERE is vol kracht,

de stem van de HEERE is vol glorie.

5De stem van de HEERE breekt de ceders,

ja, de HEERE verbreekt de ceders van de Libanon.

6Hij doet de Libanon huppelen als een kalf

en de Sirjon als een jonge, wilde os.

7De stem van de HEERE hakt vurige vlammen uit de wolken.

8De stem van de HEERE doet de woestijn beven,

de HEERE doet de woestijn Kades beven.

9De stem van de HEERE doet de hinden jongen werpen

en ontschorst de wouden;

maar in Zijn tempel zegt eenieder: Hem zij de eer!

10De HEERE troont boven de watervloed,

ja, de HEERE troont als

29:10
Ps. 10:16
Koning voor eeuwig.

11De HEERE zal Zijn volk kracht geven,

de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.

30

Danklied voor genezing

301Een psalm, een lied voor de inwijding van Davids huis.

2Ik zal U roemen, HEERE, want U hebt mij opgetrokken

en mijn vijanden over mij niet verblijd.

3HEERE, mijn God, ik heb tot U geroepen

en U hebt mij genezen.

4HEERE, U hebt mijn ziel uit het graf opgehaald;

U hebt mij in het leven behouden,

zodat ik in de kuil niet ben neergedaald.

5Zing psalmen voor de HEERE, gunstelingen van Hem!

30:5
Ps. 97:12
Loof Hem ter gedachtenis aan Zijn heiligheid.

6Want een ogenblik duurt Zijn toorn,

maar een leven lang Zijn goedgunstigheid;

overnacht 's avonds het geween,

's morgens is er gejuich.

7Ík zei wel in mijn zorgeloze rust:

Ik zal voor eeuwig niet wankelen.

8Want, HEERE, door Uw goedgunstigheid

had U mijn berg vast doen staan. –

Maar toen U Uw aangezicht verborg,

werd ik door schrik overmand.

9Tot U, HEERE, riep ik;

ik smeekte de Heere:

10Wat voor winst is er in mijn bloed,

in mijn neerdalen in het graf?

Zal het stof U loven?

Zal dat Uw trouw verkondigen?

11Luister, HEERE, en wees mij genadig;

HEERE, wees mijn Helper.

12U hebt voor mij mijn rouwklacht veranderd in een reidans,

U hebt mijn rouwgewaad losgemaakt en mij met blijdschap omgord.

13Daarom zal mijn eer voor U psalmen zingen en niet zwijgen.

HEERE, mijn God, voor eeuwig zal ik U loven.

31

Klacht en dank

311Een psalm van David, voor de koorleider.

2Tot U, HEERE,

31:2
Ps. 22:6
25:2,3
71:1,2
Jes. 49:23
heb ik de toevlucht genomen,

laat mij niet beschaamd worden, voor eeuwig;

bevrijd mij door Uw gerechtigheid.

3Neig Uw oor tot mij, red mij met spoed,

wees voor mij een sterke rots,

een burcht om mij te behouden.

4Want U bent mijn rots en mijn burcht!

Wijs mij dan de weg en leid mij zachtjes, omwille van Uw Naam.

5Trek mij uit het net dat zij heimelijk voor mij spanden,

want U bent mijn kracht.

6

31:6
Luk. 23:46
In Uw hand beveel ik mijn geest;

U hebt mij verlost, HEERE, getrouwe God!

7Ik haat hen die nietige afgoden vereren.

Ík vertrouw op de HEERE.

8Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid,

want U hebt mijn ellende gezien

en mijn ziel in benauwdheden gekend.

9U hebt mij niet overgeleverd in de hand van de vijand,

maar mijn voeten in de ruimte doen staan.

10Wees mij genadig, HEERE, want angst benauwt mij;

verzwakt van verdriet is mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

11Want mijn leven teert weg door verdriet

en mijn jaren door zuchten;

mijn kracht is vervallen door mijn ongerechtigheid

en mijn beenderen zijn verzwakt.

12Vanwege al mijn tegenstanders ben ik tot een smaad geworden,

31:12
Job 19:13
Ps. 38:12
voor mijn buren het meest,

en tot een bron van angst voor mijn bekenden;

wie mij op straat zien, ontvluchten mij.

13Vergeten ben ik, als een dode, verdwenen uit het hart;

ik ben geworden als een gebroken kruik.

14Want ik hoor de laster van velen;

angst van rondom,

omdat zij tegen mij samenspannen.

Zij bedenken plannen om mij het leven te benemen.

15Maar ík vertrouw op U, HEERE.

Ik zeg: U bent mijn God!

16Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij

uit de hand van mijn vijanden en van mijn vervolgers.

17Doe Uw aangezicht over Uw dienaar lichten,

verlos mij door Uw goedertierenheid.

18HEERE, laat mij niet beschaamd worden,

want ik roep U aan;

laat de goddelozen beschaamd worden,

laat hen zwijgen in het graf.

19Laat de leugenlippen verstommen,

die hooghartige taal spreken tegen de rechtvaardige,

vol hoogmoed en verachting.

20

31:20
Jes. 64:4
1 Kor. 2:9
Hoe groot is Uw goed,

dat U weggelegd hebt voor wie U vrezen,

dat U bereid hebt voor wie tot U de toevlucht nemen

ten aanschouwen van de mensenkinderen.

21U verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht

voor het hoogmoedig gedrag van de man;

U doet hen schuilen in een hut

voor het getwist van tongen.

22Geloofd zij de HEERE,

want Hij heeft wonderen aan mij gedaan,

wonderen van Zijn goedertierenheid:

Hij bracht mij in een versterkte stad.

23Ik echter zei, in mijn haast:

Ik ben afgesneden van voor Uw ogen;

maar toch hoorde U mijn luide smeekbeden

toen ik tot U riep.

24Heb de HEERE lief, al Zijn gunstelingen,

want de HEERE beschermt de gelovigen,

maar vergeldt overvloedig wie hoogmoedig handelt.

25

31:25
Ps. 27:14
Wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken,

u allen die op de HEERE hoopt!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]