Herziene Statenvertaling (HSV)
2

De HEERE en Zijn Gezalfde

21Waarom

2:1
Hand. 4:25
woeden de heidenvolken

en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

2De koningen van de aarde stellen zich op

en de vorsten spannen samen

tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

3Laten wij Hun banden verscheuren

en Hun touwen van ons werpen!

4Die in de hemel woont, zal lachen,

de Heere zal hen bespotten.

5Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,

in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

6Ik heb Mijn Koning toch gezalfd

over Sion, Mijn heilige berg.

7Ik zal het besluit bekendmaken:

De HEERE heeft tegen Mij gezegd:

2:7
Hand. 13:33
Hebr. 1:5
5:5
U bent Mijn Zoon,

Ík heb U heden verwekt.

8Eis van Mij

2:8
Ps. 22:28
72:8
en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,

de einden der aarde als Uw bezit.

9

2:9
Openb. 2:27
19:15
U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,

U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

10Nu dan, koningen, handel verstandig.

Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

11Dien de HEERE met vreze,

verheug u met huiver.

12Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,

wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

2:12
Ps. 34:9
Spr. 16:20
Jes. 30:18
Jer. 17:7
Rom. 9:33
10:11
1 Petr. 2:6
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

3

Morgenlied

31Een psalm van David, toen hij

3:1
2 Sam. 15,16,17,18
vluchtte voor zijn zoon Absalom.

2HEERE, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders;

velen staan tegen mij op.

3Velen zeggen van mijn ziel:

Hij heeft geen heil bij God. Sela

4U echter, HEERE, bent een schild voor mij,

mijn eer; U heft mijn hoofd omhoog.

5Met mijn stem riep ik tot de HEERE,

en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg. Sela

6

3:6
Ps. 4:9
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,

want de HEERE ondersteunde mij.

7

3:7
Ps. 27:3
Ik vrees niet voor tienduizenden van het volk,

die zich aan alle kanten tegen mij opstellen.

8Sta op, HEERE,

verlos mij, mijn God,

want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen,

de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.

9

3:9
Spr. 21:31
Jes. 43:11
Jer. 3:23
Hos. 13:4
Openb. 7:10
19:1
Het heil is van de HEERE;

Uw zegen is over Uw volk. Sela

4

Avondlied

41Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.

2Als ik roep, verhoor mij,

o God van mijn gerechtigheid!

In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.

Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.

3Aanzienlijken,4:3 Aanzienlijken - Letterlijk: Kinderen van een man. hoelang zult u mijn eer te schande maken?

Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela

4Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;

de HEERE hoort als ik tot Hem roep.

5

4:5
Efez. 4:26
Wees ontzet, maar zondig niet;

spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela

6Breng

4:6
Deut. 33:19
Ps. 51:21
offers van gerechtigheid

en vertrouw op de HEERE.

7Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?

Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!

8U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven

dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.

9

4:9
Ps. 3:6
In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,

want U alleen, HEERE,

4:9
Lev. 26:5
Deut. 12:10
33:28
doet mij veilig wonen.