Herziene Statenvertaling (HSV)
3

Morgenlied

31Een psalm van David, toen hij

3:1
2 Sam. 15,16,17,18
vluchtte voor zijn zoon Absalom.

2HEERE, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders;

velen staan tegen mij op.

3Velen zeggen van mijn ziel:

Hij heeft geen heil bij God. Sela

4U echter, HEERE, bent een schild voor mij,

mijn eer; U heft mijn hoofd omhoog.

5Met mijn stem riep ik tot de HEERE,

en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg. Sela

6

3:6
Ps. 4:9
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,

want de HEERE ondersteunde mij.

7

3:7
Ps. 27:3
Ik vrees niet voor tienduizenden van het volk,

die zich aan alle kanten tegen mij opstellen.

8Sta op, HEERE,

verlos mij, mijn God,

want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen,

de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.

9

3:9
Spr. 21:31
Jes. 43:11
Jer. 3:23
Hos. 13:4
Openb. 7:10
19:1
Het heil is van de HEERE;

Uw zegen is over Uw volk. Sela