Herziene Statenvertaling (HSV)
1

BOEK EEN

(Psalm 1—41)

Twee wegen

11Welzalig de man

1:1
Ps. 26:4
Spr. 1:10,15
4:14,15
1 Kor. 15:33
Efez. 5:11
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,

die niet staat op de weg van de zondaars,

die niet zit op de zetel van de spotters,

2

1:2
Deut. 6:617:19
Joz. 1:8
Ps. 119:1
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE

en Zijn wet dag en nacht overdenkt.

3Want hij zal zijn als een

1:3
Jer. 17:8
boom, geplant aan waterbeken,

die zijn vrucht geeft op zijn tijd,

waarvan het blad niet afvalt;

al wat hij doet, zal goed gelukken.

4Maar zo zijn de goddelozen niet:

die zijn juist als

1:4
Job 21:18
Ps. 35:5
Jes. 17:13
29:5
Hos. 13:3
het kaf, dat de wind wegblaast.

5Daarom blijven de goddelozen niet staande in het gericht,

de zondaars niet in de gemeenschap van de rechtvaardigen.

6Want de HEERE kent de weg van de rechtvaardigen,

maar de weg van de goddelozen zal vergaan.

2

De HEERE en Zijn Gezalfde

21Waarom

2:1
Hand. 4:25
woeden de heidenvolken

en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

2De koningen van de aarde stellen zich op

en de vorsten spannen samen

tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

3Laten wij Hun banden verscheuren

en Hun touwen van ons werpen!

4Die in de hemel woont, zal lachen,

de Heere zal hen bespotten.

5Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,

in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

6Ik heb Mijn Koning toch gezalfd

over Sion, Mijn heilige berg.

7Ik zal het besluit bekendmaken:

De HEERE heeft tegen Mij gezegd:

2:7
Hand. 13:33
Hebr. 1:5
5:5
U bent Mijn Zoon,

Ík heb U heden verwekt.

8Eis van Mij

2:8
Ps. 22:28
72:8
en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,

de einden der aarde als Uw bezit.

9

2:9
Openb. 2:27
19:15
U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,

U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

10Nu dan, koningen, handel verstandig.

Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

11Dien de HEERE met vreze,

verheug u met huiver.

12Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,

wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

2:12
Ps. 34:9
Spr. 16:20
Jes. 30:18
Jer. 17:7
Rom. 9:33
10:11
1 Petr. 2:6
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

3

Morgenlied

31Een psalm van David, toen hij

3:1
2 Sam. 15,16,17,18
vluchtte voor zijn zoon Absalom.

2HEERE, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders;

velen staan tegen mij op.

3Velen zeggen van mijn ziel:

Hij heeft geen heil bij God. Sela

4U echter, HEERE, bent een schild voor mij,

mijn eer; U heft mijn hoofd omhoog.

5Met mijn stem riep ik tot de HEERE,

en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg. Sela

6

3:6
Ps. 4:9
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,

want de HEERE ondersteunde mij.

7

3:7
Ps. 27:3
Ik vrees niet voor tienduizenden van het volk,

die zich aan alle kanten tegen mij opstellen.

8Sta op, HEERE,

verlos mij, mijn God,

want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen,

de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.

9

3:9
Spr. 21:31
Jes. 43:11
Jer. 3:23
Hos. 13:4
Openb. 7:10
19:1
Het heil is van de HEERE;

Uw zegen is over Uw volk. Sela

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]