Herziene Statenvertaling (HSV)

Wie bij God mag wonen

151Een psalm van David.

HEERE, wie zal verblijven in Uw tent?

Wie zal wonen op Uw heilige berg?

2

15:2
Ps. 24:4
Jes. 33:15
Hij die oprecht wandelt en gerechtigheid beoefent,

die met zijn hart de waarheid spreekt.

3Die met zijn tong niet lastert,

zijn vrienden geen kwaad doet

en geen smaad jegens zijn naaste op de lippen neemt.

4In zijn ogen is de verworpene veracht,

maar wie de HEERE vrezen, eert hij.

Heeft hij gezworen tot zijn schade,

zijn eed verandert hij evenwel niet.

5Zijn geld leent hij niet uit tegen rente,

een geschenk ten nadele van de onschuldige aanvaardt hij niet.

Wie deze dingen doet,

zal niet wankelen, voor eeuwig.