Herziene Statenvertaling (HSV)
136

Eeuwige goedertierenheid

1361Loof de HEERE, want Hij is goed,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

2Loof de God der goden,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

3Loof de Heere der heren,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

4Die grote wonderen doet, Hij alleen,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

5

136:5
Gen. 1:1
Die de hemel met inzicht maakte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

6

136:6
Ps. 24:2
Die de aarde boven het water uitspande,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

7

136:7
Gen. 1:14
Die de grote lichten maakte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

8

136:8
Gen. 1:16
de zon tot heerschappij over de dag,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

9de maan en sterren tot heerschappij over de nacht,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

10

136:10
Ex. 12:29
Ps. 78:43,51
Die de Egyptenaren trof in hun eerstgeborenen,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

11en Israël

136:11
Ex. 12:31,51
13:3,17
uit hun midden uitleidde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

12met sterke hand en

136:12
Ex. 6:5
met uitgestrekte arm,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

13

136:13
Ex. 14:21,22
Ps. 78:13
Die de Schelfzee in tweeën deelde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

14en Israël er middendoor deed gaan,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

15maar

136:15
Ex. 14:24
de farao met zijn leger in de Schelfzee stortte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

16

136:16
Ex. 15,16,17,19;
Die Zijn volk door de woestijn leidde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

17

136:17
Num. 21:24,25,34,35
Joz. 12:1
Ps. 135:10,11
Die grote koningen versloeg,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

18en machtige koningen doodde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

19Sihon, de koning van de Amorieten,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

20

136:20
Deut. 3:1
en Og, de koning van Basan,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

21Hij gaf hun land

136:21
Joz. 12:6
als erfelijk bezit,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

22als erfelijk bezit aan Zijn dienaar Israël,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

23Die aan ons dacht in onze nederige staat,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

24en ons aan onze tegenstanders ontrukte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

25Die aan alle vlees voedsel geeft,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

26Loof de God van de hemel,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

137

Klacht van de Joden in Babel

1371Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij,

ook weenden wij als wij aan Sion dachten.

2Wij hadden onze harpen gehangen

aan de wilgen die daarbinnen zijn.

3Toen zij die ons gevangenhielden, daar woorden van een lied van ons verlangden,

en

137:3
Ps. 79:1
wie ons omvergeworpen hadden, blijdschap:

Zing voor ons een van de liederen van Sion!

4zeiden wij: Hoe zouden wij een lied van de HEERE zingen

in een vreemd land?

5Als ik u vergeet, Jeruzalem,

laat dan mijn rechterhand zichzelf vergeten.

6Laat mijn tong vastkleven aan mijn gehemelte,

als ik niet aan u denk,

als ik Jeruzalem niet doe uitstijgen

boven mijn hoogste blijdschap.

7HEERE,

137:7
Jer. 49:7
Ezech. 25:12
denk aan de Edomieten,

aan de dag dat Jeruzalem viel,

toen zij zeiden: Haal neer, haal neer die stad,

tot op haar fundament!

8Dochter van Babel, die verwoest zult worden,

137:8
Jer. 50:15,29
Openb. 18:6
welzalig is hij die u uw misdaad vergelden zal,

die u tegen ons begaan hebt.

9Welzalig is hij die uw kleine kinderen grijpen

en tegen de rots verpletteren zal.

138

Dankzegging voor verlossing

1381Een psalm van David.

Ik zal U loven met heel mijn hart,

in de tegenwoordigheid van de goden zal ik voor U psalmen zingen.

2Ik zal mij neerbuigen naar Uw heilig paleis

en Uw Naam loven,

om Uw goedertierenheid en om Uw trouw,

want om heel Uw Naam hebt U Uw belofte groot gemaakt.

3Op de dag dat ik riep, hebt U mij verhoord;

U hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.

4Alle koningen van de aarde zullen U loven, HEERE,

wanneer zij de woorden uit Uw mond gehoord hebben.

5Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE,

want de heerlijkheid van de HEERE is groot.

6Want de HEERE is verheven;

138:6
Ps. 113:6,7
toch ziet Hij om naar de nederige,

maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

7Als ik midden in de benauwdheid verkeer, maakt U mij levend;

U strekt Uw hand uit tegen de toorn van mijn vijanden,

Uw rechterhand verlost mij.

8De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien;

Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig;

laat de werken van Uw handen niet los.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]