Herziene Statenvertaling (HSV)

Eeuwige goedertierenheid

1361Loof de HEERE, want Hij is goed,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

2Loof de God der goden,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

3Loof de Heere der heren,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

4Die grote wonderen doet, Hij alleen,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

5

136:5
Gen. 1:1
Die de hemel met inzicht maakte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

6

136:6
Ps. 24:2
Die de aarde boven het water uitspande,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

7

136:7
Gen. 1:14
Die de grote lichten maakte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

8

136:8
Gen. 1:16
de zon tot heerschappij over de dag,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

9de maan en sterren tot heerschappij over de nacht,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

10

136:10
Ex. 12:29
Ps. 78:43,51
Die de Egyptenaren trof in hun eerstgeborenen,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

11en Israël

136:11
Ex. 12:31,51
13:3,17
uit hun midden uitleidde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

12met sterke hand en

136:12
Ex. 6:5
met uitgestrekte arm,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

13

136:13
Ex. 14:21,22
Ps. 78:13
Die de Schelfzee in tweeën deelde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

14en Israël er middendoor deed gaan,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

15maar

136:15
Ex. 14:24
de farao met zijn leger in de Schelfzee stortte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

16

136:16
Ex. 15,16,17,19;
Die Zijn volk door de woestijn leidde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

17

136:17
Num. 21:24,25,34,35
Joz. 12:1
Ps. 135:10,11
Die grote koningen versloeg,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

18en machtige koningen doodde,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

19Sihon, de koning van de Amorieten,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

20

136:20
Deut. 3:1
en Og, de koning van Basan,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

21Hij gaf hun land

136:21
Joz. 12:6
als erfelijk bezit,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

22als erfelijk bezit aan Zijn dienaar Israël,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

23Die aan ons dacht in onze nederige staat,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;

24en ons aan onze tegenstanders ontrukte,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

25Die aan alle vlees voedsel geeft,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

26Loof de God van de hemel,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.