Herziene Statenvertaling (HSV)
126

Danklied na de ballingschap

1261Een pelgrimslied.

Toen de HEERE de gevangenen van Sion terug deed keren,

waren wij als mensen die droomden.

2

126:2
Job 8:21
Toen werd onze mond vervuld met lachen

en onze tong met gejuich.

Toen zei men onder de heidenvolken:

De HEERE heeft grote dingen bij hen gedaan!

3De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan,

daarom zijn wij verblijd.

4HEERE, breng een omkeer in onze gevangenschap,

zoals waterstromen in het zuiden.

5Wie met tranen zaaien,

zullen met gejuich maaien.

6Wie het zaad draagt en dat zaait,126:6 Wie het zaad draagt en dat zaait - Letterlijk: wie de zaadbuidel draagt.

gaat al wenend zijn weg;

maar hij zal zeker terugkomen met gejuich,

en zijn schoven dragen.