Herziene Statenvertaling (HSV)
124

God bewaart in nood

1241Een pelgrimslied, van David.

Als de HEERE niet bij ons geweest was

– zeg dat toch, Israël –

2als de HEERE niet bij ons geweest was,

toen mensen tegen ons opstonden,

3dan hadden zij ons levend verslonden,

toen hun toorn tegen ons ontbrandde;

4dan hadden de wateren ons overspoeld

en was een woeste stroom over onze ziel gegaan;

5dan waren de onstuimige wateren

over onze ziel gegaan.

6Geloofd zij de HEERE, Die ons niet overgaf

tot een prooi voor hun tanden.

7

124:7
Spr. 6:5
Onze ziel is ontkomen als een vogel

uit de strik van de vogelvanger;

de strik is gebroken

en wíj zijn ontkomen.

8

124:8
Ps. 121:2
Onze hulp is in de Naam van de HEERE,

Die hemel en aarde gemaakt heeft.

125

Onwankelbaar vertrouwen

1251Een pelgrimslied.

Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion,

die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft.

2Rondom Jeruzalem zijn bergen,

zo is de HEERE rondom Zijn volk,

van nu aan tot in eeuwigheid.

3Want de scepter van de goddeloosheid zal niet voorgoed rusten

op het erfdeel125:3 erfdeel - Letterlijk: lot. van de rechtvaardigen;

opdat de rechtvaardigen hun handen

niet uitstrekken naar onrecht.

4Doe goed, HEERE, aan wie goed zijn

en aan hen die oprecht zijn in hun hart.

5Maar wie zich neigen tot kronkelwegen,

zal de HEERE doen verdwijnen,

met hen die onrecht bedrijven.

Vrede over Israël!

126

Danklied na de ballingschap

1261Een pelgrimslied.

Toen de HEERE de gevangenen van Sion terug deed keren,

waren wij als mensen die droomden.

2

126:2
Job 8:21
Toen werd onze mond vervuld met lachen

en onze tong met gejuich.

Toen zei men onder de heidenvolken:

De HEERE heeft grote dingen bij hen gedaan!

3De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan,

daarom zijn wij verblijd.

4HEERE, breng een omkeer in onze gevangenschap,

zoals waterstromen in het zuiden.

5Wie met tranen zaaien,

zullen met gejuich maaien.

6Wie het zaad draagt en dat zaait,126:6 Wie het zaad draagt en dat zaait - Letterlijk: wie de zaadbuidel draagt.

gaat al wenend zijn weg;

maar hij zal zeker terugkomen met gejuich,

en zijn schoven dragen.