Herziene Statenvertaling (HSV)

Alleen God is getrouw

121Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De achtste’.

2Breng verlossing, HEERE, want

12:2
Jes. 57:1
goedertieren mensen zijn er niet meer,

onder de mensenkinderen zijn er nog maar weinig trouw.

3Valse dingen spreekt men tot elkaar,

met vleiende lippen; dubbelhartig spreekt men.

4Laat de HEERE alle vleiende lippen afsnijden

en de tong vol grootspraak.

5Zij zeggen: Met onze tong zullen wij de overhand hebben!

Onze lippen zijn van ons! Wie is heer over ons?

6Om de verwoesting van de ellendigen en het gekerm van de armen

zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE;

Ik zal in veiligheid brengen wie hij weg wil blazen.

7

12:7
2 Sam. 22:31
Ps. 18:31
119:140
Spr. 30:5
De woorden van de HEERE zijn reine woorden,

als zilver gelouterd in een aarden smeltkroes,

gezuiverd zevenmaal.

8Ú, HEERE, zult hen bewaren,

U zult hen beschermen tegen dit geslacht, voor eeuwig.

9Overal draven goddelozen rond,

wanneer de gemeensten onder de mensenkinderen verhoogd worden.