Herziene Statenvertaling (HSV)
116

Danklied van een verloste

1161Ik heb de HEERE lief,

want Hij hoort mijn stem, mijn smeekbeden.

2Want Hij neigt Zijn oor tot mij,

daarom zal ik Hem al mijn dagen aanroepen.

3

116:3
2 Sam. 22:5,6
Banden van de dood hadden mij omvangen,

angsten van het graf hadden mij getroffen,

ik ondervond benauwdheid en verdriet.

4Maar ik riep de Naam van de HEERE aan:

Och HEERE, bevrijd mijn ziel!

5De HEERE is genadig en rechtvaardig,

onze God is een Ontfermer.

6De HEERE bewaart de eenvoudigen;

ik was uitgeteerd, maar Hij heeft mij verlost.

7Mijn ziel, keer terug tot uw rust,

want

116:7
Ps. 13:6
de HEERE is goed voor u geweest.

8Ja, U, HEERE, hebt mijn ziel immers gered van de dood,

mijn ogen van tranen, mijn voet van struikelen.

9Ik zal wandelen voor het aangezicht van de HEERE

in de landen der levenden.

10Ik

116:10
2 Kor. 4:13
heb geloofd, daarom spreek ik.

Ík ben zeer verdrukt geweest.

11Ík zei, in mijn haast:

Alle

116:11
Rom. 3:4
mensen zijn leugenaars.

12Wat zal ik de HEERE vergelden

voor al Zijn weldaden, die Hij mij bewees?

13Ik zal de beker van het heil heffen

en de Naam van de HEERE aanroepen.

14Mijn geloften zal ik aan de HEERE nakomen,

nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.

15Kostbaar is in de ogen van de HEERE

de dood van Zijn gunstelingen.

16Och HEERE, voorzeker, ik ben Uw dienaar,

ik ben Uw dienaar, een zoon van Uw dienares;

U hebt mijn boeien losgemaakt.

17Ik zal U een offer van dankzegging brengen

en de Naam van de HEERE aanroepen.

18Mijn geloften zal ik aan de HEERE nakomen,

nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk,

19in de voorhoven van het huis van de HEERE,

in uw midden, Jeruzalem.

Halleluja!

117

Alle volken, loof de HEERE!

1171Loof

117:1
Rom. 15:11
de HEERE, alle heidenvolken;

prijs Hem, alle natiën.

2Want Zijn goedertierenheid is machtig over ons;

de trouw van de HEERE is voor eeuwig.

Halleluja!

118

Dankzegging na overwinning

1181Loof de HEERE, want Hij is goed,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

2Laat Israël toch zeggen:

Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

3Laat het huis van Aäron toch zeggen:

Ja, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

4Laten wie de HEERE vrezen, toch zeggen:

Ja, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

5Uit de benauwdheid heb ik tot de HEERE geroepen,

de HEERE heeft mij verhoord en in de ruimte gezet.

6De

118:6
Rom. 8:31
HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd.

Wat kan een mens mij doen?

7De HEERE is bij mij, te midden van wie mij helpen,

daarom zie ík neer op wie mij haten.

8

118:8
Ps. 62:9,10
146:3
Jer. 17:5,7
Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen

dan op de mensen te vertrouwen.

9Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen

dan op edelen te vertrouwen.

10Alle heidenvolken hadden mij omringd;

in de Naam van de HEERE heb ik ze neergehouwen!

11Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd;

in de Naam van de HEERE heb ik ze neergehouwen!

12Zij hadden mij omringd als bijen,

zij zijn uitgedoofd als een doornenvuur;

in de Naam van de HEERE heb ik ze neergehouwen!

13Zeer hard had u mij weggestoten, zodat ik bijna viel,

maar de HEERE heeft mij geholpen.

14De HEERE is mijn kracht en mijn psalm,

want Hij is mij tot heil geweest.

15In de tenten van de rechtvaardigen

klinkt luide vreugdezang, een lied van verlossing:

De rechterhand van de HEERE doet krachtige daden,

16de rechterhand van de HEERE is hoogverheven,

118:16
Luk. 1:51
de rechterhand van de HEERE doet krachtige daden.

17Ik zal niet sterven maar leven,

en ik zal de werken van de HEERE vertellen.

18De HEERE heeft mij wel zwaar gestraft,

maar aan de dood heeft Hij mij niet overgegeven.

19Doe de poorten van de gerechtigheid voor mij open,

daardoor zal ik binnengaan, ik zal de HEERE loven.

20Dit is de poort van de HEERE,

daar zullen de rechtvaardigen door binnengaan.

21Ik zal U loven, omdat U mij verhoord hebt

en mij tot heil geweest bent.

22De

118:22
Jes. 8:14
28:16
Matt. 21:42
Mark. 12:10
Luk. 20:17
Hand. 4:11
Rom. 9:33
Efez. 2:20
1 Petr. 2:4,7
steen die de bouwers verworpen hadden,

is tot een hoeksteen geworden.

23Dit is door de HEERE geschied,

het is wonderlijk in onze ogen.

24Dit is de dag die de HEERE gemaakt heeft,

laten wij op deze dag ons verheugen en verblijd zijn.

25Och HEERE, breng toch heil;

och HEERE, geef toch voorspoed.

26Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!

Wij zegenen u vanuit het huis van de HEERE.

27De HEERE is God, Hij heeft ons licht gegeven.

Bind het feestoffer vast met touwen

tot aan de hoorns van het altaar.

28U bent mijn God, daarom zal ik U loven;

mijn God, ik zal U roemen.

29Loof de HEERE, want Hij is goed,

want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.