Herziene Statenvertaling (HSV)
102

Vijfde boetpsalm

1021Een gebed van een ellendige, wanneer hij bezweken is en zijn klacht uitstort voor het aangezicht van de HEERE.

2HEERE, luister naar mijn gebed,

laat mijn hulpgeroep tot U komen.

3Verberg Uw aangezicht niet voor mij;

neig Uw oor tot mij

op de dag van mijn benauwdheid;

op de dag dat ik roep, verhoor mij spoedig.

4Want mijn dagen zijn

102:4
Ps. 37:20
als rook vervlogen,

mijn beenderen zijn uitgebrand als een haard.

5Mijn hart is geslagen en verdord als gras,

zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

6Mijn beenderen kleven aan mijn vlees

door mijn luide zuchten.

7Ik lijk op een kauw in de woestijn,

ik ben geworden als een steenuil te midden van de puinhopen.

8Ik lig wakker, ik ben geworden

als een eenzame mus op het dak.

9Mijn vijanden honen mij de hele dag;

wie tegen mij razen, gebruiken mijn naam als een vloek.102:9 gebruiken mijn naam als een vloek - Letterlijk: zweren bij mij.

10Want ik eet as als brood,

wat ik drink, meng ik met tranen,

11vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

want U hebt mij opgetild en weer neergeworpen.

12Mijn dagen zijn als een langer wordende schaduw

en ík verdor als gras.

13Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

de gedachtenis aan U van generatie op generatie.

14Ú zult opstaan, U zult Zich ontfermen over Sion,

want de tijd om haar genadig te zijn,

want de vastgestelde tijd is gekomen.

15Want Uw dienaren zijn haar stenen goedgezind

en hebben medelijden met haar gruis.

16De heidenvolken zullen de Naam van de HEERE vrezen,

alle koningen van de aarde Uw heerlijkheid,

17wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,

in Zijn heerlijkheid verschenen is,

18Zich gewend heeft tot het gebed van de allerarmsten,

en hun gebed niet heeft veracht.

19Dit wordt beschreven voor de volgende generatie.

Het volk dat geschapen wordt, zal de HEERE loven.

20Want Hij heeft uit Zijn heilige hoogte neergezien,

de HEERE heeft uit de hemel op de aarde neergekeken,

21om het gekerm van de gevangenen te horen,

om los te maken wie ten dode zijn opgeschreven,102:21 wie … opgeschreven - Letterlijk: de zonen van de dood.

22zodat men van de Naam van de HEERE zal vertellen te Sion

en Zijn lof in Jeruzalem,

23wanneer de volken tezamen bijeen zullen komen,

en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

24Hij heeft mijn kracht op de weg neergedrukt,

mijn dagen heeft Hij verkort.

25Mijn God, zei ik, neem mij niet weg op de helft van mijn dagen,

Uw jaren duren voort van generatie op generatie.

26U hebt voorheen de aarde gegrondvest,

de hemel is het werk van Uw handen.

27Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;

zij alle zullen verslijten als een kleed.

102:27
Hebr. 1:12
U zult ze verwisselen als een gewaad

en zij zullen verdwijnen.

28Maar U blijft Dezelfde,

aan Uw jaren zal geen einde komen.

29De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen,

hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden.

103

Loflied op Gods genade

1031Een psalm van David.

Loof de HEERE, mijn ziel,

en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.

2Loof de HEERE, mijn ziel,

en vergeet niet een van Zijn weldaden.

3Die al uw ongerechtigheid vergeeft,

Die al uw ziekten geneest,

4Die uw leven verlost van het verderf,

Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,

5Die uw mond103:5 uw mond - Letterlijk: uw sieraad. verzadigt met het goede,

uw jeugd vernieuwt als die van een arend.

6De HEERE doet rechtvaardige daden

en recht aan alle onderdrukten.

7Hij heeft aan Mozes Zijn wegen bekendgemaakt,

aan de nakomelingen van Israël Zijn daden.

8

103:8
Ex. 34:6
Num. 14:18
Deut. 5:10
Neh. 9:17
Ps. 86:15
145:8
Jer. 32:18
Barmhartig en genadig is de HEERE,

geduldig en rijk aan goedertierenheid.

9

103:9
Jes. 57:16
Jes. 3:5
Hij zal niet voor altijd ter verantwoording roepen,

niet voor eeuwig handhaaft Hij Zijn toorn.

10Hij doet ons niet naar onze zonden

en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

11Want zo hoog de hemel is boven de aarde,

zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen.

12Zo ver het oosten is van het westen,

zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.

13Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,

zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.

14Want Híj weet wat voor maaksel wij zijn

en blijft bedenken dat wij stof zijn.

15

103:15
Ps. 90:5
De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,

103:15
Job 14:1,2
Ps. 90:5,6
Jak. 1:10,11
1 Petr. 1:24
als een bloem op het veld, zo bloeit hij.

16Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meer

en zijn plaats kent hem niet meer.

17Maar de goedertierenheid van de HEERE

is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.

Zijn gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen,

18

103:18
Deut. 7:9
voor wie Zijn verbond in acht nemen

en aan Zijn bevelen denken om ze te doen.

19De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd,

Zijn Koninkrijk heerst over alles.

20Loof de HEERE, u, Zijn engelen,

sterke helden, die Zijn woord uitvoeren,

gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.103:20 het woord dat Hij spreekt - Letterlijk: de stem van Zijn woord.

21Loof de HEERE,

103:21
Gen. 32:2
1 Kon. 22:19
Efez. 3:10
Kol. 1:16
al Zijn legermachten,

dienaren van Hem, die Zijn welbehagen doen.

22Loof de HEERE, al Zijn werken,

op alle plaatsen van Zijn heerschappij.

Loof de HEERE, mijn ziel!

104

Gods glorie in de schepping

1041Loof

104:1
Ps. 103:1
146:1
de HEERE, mijn ziel.

HEERE, mijn God, U bent zeer groot,

U bent met majesteit en glorie bekleed.

2Hij hult Zich in het licht als in een mantel,

104:2
Gen. 1:6
Job 26:7
Hij spant de hemel uit als een tentkleed.

3Hij maakt de zoldering van Zijn hemelzalen op de wateren,

maakt van de wolken Zijn wagen,

104:3
Ps. 18:11
Jes. 19:1
Openb. 14:14
wandelt op de vleugels van de wind.

4

104:4
Hebr. 1:7
Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten,

Zijn dienaren tot vlammend vuur.

5

104:5
Job 26:7
38:4,5,6
Ps. 24:2
78:69
Hij heeft de aarde gegrondvest op zijn fundamenten,

die zal voor eeuwig en altijd niet wankelen.

6U had hem met de watervloed als met een gewaad bedekt,

het water stond tot boven de bergen.

7Door Uw bestraffing vluchtten ze,

ze haastten zich weg voor het geluid van Uw donder.

8De bergen rezen op, de dalen daalden neer

op de plaats die U ervoor bestemd had.

9U hebt een grens gesteld, die ze niet zullen overgaan,

ze zullen de aarde nooit meer bedekken.

10Hij wijst de bronnen hun loop104:10 Hij wijst … hun loop - Letterlijk: Die de bronnen zendt. naar de dalen,

zodat ze tussen de bergen door stromen.

11Ze geven alle dieren van het veld te drinken,

de wilde ezels lessen er hun dorst.

12Daarbij wonen de vogels in de lucht,

hun stem klinkt tussen de takken.

13Hij bevochtigt de bergen vanuit Zijn hemelzalen,

de aarde wordt verzadigd door de vrucht van Uw werken.

14Hij doet het gras groeien voor de dieren,

het gewas ten dienste van de mens.

Hij brengt voedsel uit de aarde voort:

15wijn, die het hart van de sterveling verblijdt,

olie, die zijn gezicht doet glanzen,

en brood, dat het hart van de sterveling versterkt.

16De bomen van de HEERE worden verzadigd,

de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft.

17Daar nestelen de vogeltjes,

de cipressen zijn het huis voor de ooievaar.

18De hoge bergen zijn voor de steenbokken,

de rotsen zijn een toevluchtsoord voor de klipdassen.

19Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden,

de zon weet wanneer hij ondergaat.

20U brengt de duisternis teweeg en het wordt nacht;

daarin gaan alle dieren in het woud naar buiten.

21

104:21
Job 39:1,2
Jes. 31:4
De jonge leeuwen brullen om een prooi

en verlangen van God hun voedsel.

22Wanneer de zon opgaat, trekken ze zich terug

en leggen zich neer in hun holen.

23De mens gaat dan op weg naar zijn werk,

naar zijn dienstwerk, tot de avond toe.

24Hoe groot zijn Uw werken, HEERE,

U hebt alles met wijsheid gemaakt,

de aarde is vol van Uw rijkdommen.104:24 Uw rijkdommen - Letterlijk: Uw bezittingen.

25Daar ligt de zee, groot en wijd uitgestrekt;

daar leeft krioelend gedierte, niet te tellen,

kleine dieren en grote.

26Daar varen de schepen,

daar gaat de Leviathan, die U gevormd hebt

om hem erin te laten spelen.

27Zij allen

104:27
Ps. 145:15
wachten op U,

dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.

28Geeft U het hun, zij verzamelen het,

doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.

29

104:29
Ps. 30:8
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,

neemt U hun adem weg, zij geven de geest

en keren terug tot hun stof.

30Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen

en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.

31De heerlijkheid van de HEERE zij voor eeuwig,

laat de HEERE Zich verblijden in Zijn werken.

32Aanschouwt Hij de aarde, dan beeft hij,

raakt Hij de bergen aan, dan roken zij.

33

104:33
Ps. 63:5
146:2
Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven,

ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang.

34Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn,

ík zal mij in de HEERE verblijden.

35De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,

de goddelozen zullen er niet meer zijn.

Loof de HEERE, mijn ziel!

Halleluja!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]