Herziene Statenvertaling (HSV)
100

De HEERE is goed

1001Een lofpsalm.

Juich voor de HEERE, heel de aarde;

2dien de HEERE met blijdschap,

kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang.

3Weet dat de HEERE God is;

Híj heeft ons gemaakt – en niet wij – 100:3 en niet wij - Of: wij zijn van Hem.

Zijn volk en

100:3
Ps. 95:7
Ezech. 34:30,31
de schapen van Zijn weide.

4Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer,

Zijn voorhoven met een lofzang;

loof Hem, prijs Zijn Naam.

5Want de HEERE is goed,

Zijn goedertierenheid is voor eeuwig,

Zijn trouw van generatie op generatie.

101

Regeringsverklaring

1011Een psalm van David.

Ik zal zingen van goedertierenheid en recht,

voor U zal ik psalmen zingen, HEERE.

2Ik zal verstandig handelen, op de volmaakte weg.

Wanneer zult U tot mij komen?

Ik zal binnen mijn huis wandelen

met een oprecht hart.

3Ik zal mij geen verdorven praktijken

voor ogen stellen.

Ik haat wat de afvalligen doen,

hun daden zullen zich niet aan mij hechten.

4Het slinkse hart zal ver van mij weggaan,

de kwaaddoener zal ik niet kennen.

5Wie zijn naaste in het geheim lastert,

hem zal ik ombrengen.

Wie hoogmoedige ogen heeft en een trots hart,

hem zal ik niet verdragen.

6Mijn ogen zijn gericht op de trouwe mensen in het land,

opdat zij bij mij zullen zitten.

Wie op de volmaakte weg gaat,

die zal mij dienen.

7Wie bedrog pleegt,

zal binnen mijn huis niet verblijven.

Wie leugens spreekt,

zal voor mijn ogen geen stand houden.

8Elke morgen zal ik

alle goddelozen in het land ombrengen,

door allen die onrecht bedrijven,

uit de stad van de HEERE uit te roeien.

102

Vijfde boetpsalm

1021Een gebed van een ellendige, wanneer hij bezweken is en zijn klacht uitstort voor het aangezicht van de HEERE.

2HEERE, luister naar mijn gebed,

laat mijn hulpgeroep tot U komen.

3Verberg Uw aangezicht niet voor mij;

neig Uw oor tot mij

op de dag van mijn benauwdheid;

op de dag dat ik roep, verhoor mij spoedig.

4Want mijn dagen zijn

102:4
Ps. 37:20
als rook vervlogen,

mijn beenderen zijn uitgebrand als een haard.

5Mijn hart is geslagen en verdord als gras,

zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

6Mijn beenderen kleven aan mijn vlees

door mijn luide zuchten.

7Ik lijk op een kauw in de woestijn,

ik ben geworden als een steenuil te midden van de puinhopen.

8Ik lig wakker, ik ben geworden

als een eenzame mus op het dak.

9Mijn vijanden honen mij de hele dag;

wie tegen mij razen, gebruiken mijn naam als een vloek.102:9 gebruiken mijn naam als een vloek - Letterlijk: zweren bij mij.

10Want ik eet as als brood,

wat ik drink, meng ik met tranen,

11vanwege Uw gramschap en Uw grote toorn,

want U hebt mij opgetild en weer neergeworpen.

12Mijn dagen zijn als een langer wordende schaduw

en ík verdor als gras.

13Maar U, HEERE, U blijft voor eeuwig,

de gedachtenis aan U van generatie op generatie.

14Ú zult opstaan, U zult Zich ontfermen over Sion,

want de tijd om haar genadig te zijn,

want de vastgestelde tijd is gekomen.

15Want Uw dienaren zijn haar stenen goedgezind

en hebben medelijden met haar gruis.

16De heidenvolken zullen de Naam van de HEERE vrezen,

alle koningen van de aarde Uw heerlijkheid,

17wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,

in Zijn heerlijkheid verschenen is,

18Zich gewend heeft tot het gebed van de allerarmsten,

en hun gebed niet heeft veracht.

19Dit wordt beschreven voor de volgende generatie.

Het volk dat geschapen wordt, zal de HEERE loven.

20Want Hij heeft uit Zijn heilige hoogte neergezien,

de HEERE heeft uit de hemel op de aarde neergekeken,

21om het gekerm van de gevangenen te horen,

om los te maken wie ten dode zijn opgeschreven,102:21 wie … opgeschreven - Letterlijk: de zonen van de dood.

22zodat men van de Naam van de HEERE zal vertellen te Sion

en Zijn lof in Jeruzalem,

23wanneer de volken tezamen bijeen zullen komen,

en de koninkrijken, om de HEERE te dienen.

24Hij heeft mijn kracht op de weg neergedrukt,

mijn dagen heeft Hij verkort.

25Mijn God, zei ik, neem mij niet weg op de helft van mijn dagen,

Uw jaren duren voort van generatie op generatie.

26U hebt voorheen de aarde gegrondvest,

de hemel is het werk van Uw handen.

27Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;

zij alle zullen verslijten als een kleed.

102:27
Hebr. 1:12
U zult ze verwisselen als een gewaad

en zij zullen verdwijnen.

28Maar U blijft Dezelfde,

aan Uw jaren zal geen einde komen.

29De kinderen van Uw dienaren zullen veilig wonen,

hun nageslacht zal voor Uw aangezicht bevestigd worden.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]