Herziene Statenvertaling (HSV)
5

Waarschuwing tegen overspel

51Mijn zoon, sla acht op mijn wijsheid,

neig je oor tot mijn inzicht,

2zodat je bedachtzaamheid in acht neemt,

en je lippen kennis bewaren.

3Want de lippen van een vreemde vrouw druipen van

5:3
Spr. 2:16
6:24
honingzeem,

haar gehemelte is gladder dan olie,

4maar het laatste van haar is bitter als alsem,

scherp als een tweesnijdend zwaard.5:4 een tweesnijdend zwaard - Letterlijk: een zwaard van monden.

5

5:5
Spr. 7:27
Haar voeten dalen af naar de dood,

haar voetstappen sturen aan op het graf;

6opdat je het pad ten leven niet zou inslaan,

zwalken haar sporen zonder dat je het beseft.

7Nu dan, kinderen, luister naar mij

en wijk niet af van de woorden van mijn mond.

8Houd je weg ver bij haar vandaan

en kom niet in de nabijheid van de deur van haar huis,

9opdat je je waardigheid niet aan anderen geeft

en je jaren

5:9
Spr. 6:34,35
aan een meedogenloze,

10opdat vreemden zich niet verzadigen met jouw kracht,

en je zwoegen ten goede komt aan het huis van een onbekende,

11zodat je uiteindelijk kermt,

als het gedaan is met je vlees en je lichaam,

12en je zegt: Hoe heb ik vermaning kunnen haten,

en heeft mijn hart bestraffing kunnen verwerpen,

13en heb ik niet geluisterd naar de stem van mijn leraren,

mijn oren niet geneigd tot mijn leermeesters!

14In bijna alle kwaad heb ik verkeerd,

in het midden van de gemeente en de gemeenschap!

15Drink water uit je eigen bak,

stromend water uit je eigen put.

16Laten je bronnen zich naar buiten toe verspreiden,

de waterbeken op de pleinen.

17Laten ze van jou alleen zijn

en van geen vreemde met jou.

18Moge je levensbron gezegend zijn

en verblijd je over de vrouw van je jeugd:

19een zeer lieflijke hinde, een bevallig steengeitje.

Laten haar borsten jou te allen tijde dronken maken,

dool voortdurend rond in haar liefde.

20Waarom zou je, mijn zoon, ronddolen bij een vreemde vrouw,

de boezem van die onbekende omarmen?

21Want de wegen van een man zijn vóór

5:21
2 Kron. 16:9
Job 31:4
34:21
Spr. 15:3
Jer. 16:17
32:19
de ogen van de HEERE,

Hij weegt al zijn sporen.

22Zijn ongerechtigheden nemen de goddeloze gevangen:

met de banden van zijn zonde wordt hij vastgehouden.

23Híj zal sterven omdat er geen vermaning was,

door zijn grote dwaasheid zal hij verdwalen.