Herziene Statenvertaling (HSV)
4

Vermaning om aan wijsheid vast te houden

41Luister, kinderen, naar de vermaning van je vader

en sla er acht op om inzicht te leren kennen,

2want ik geef jullie een goede les:

verlaat mijn onderricht niet!

3Want ik was een zoon voor mijn vader,

4:3
1 Kron. 29:1
onervaren4:3 onervaren - Letterlijk: week. en een enig kind voor mijn moeder.

4

4:4
1 Kron. 28:9
Hij onderwees mij en zei tegen mij:

Laat je hart mijn woorden vasthouden:

neem mijn geboden in acht en leef.

5Verwerf wijsheid, verwerf inzicht,

vergeet niet een van de woorden van mijn mond en wijk er niet van af.

6Verlaat de wijsheid niet en zij zal je bewaren,

heb haar lief en zij zal je beschermen.

7Het beginsel van wijsheid is:

4:7
Spr. 23:23
verwerf wijsheid,

en bij alles wat je verwerft: verwerf inzicht!

8Houd haar hoog en zij zal je verheffen.

Zij zal jou vereren, als je haar omhelst.

9

4:9
Spr. 1:9
Zij zal je hoofd een bevallige krans geven,

jou een sierlijke kroon schenken.

10Luister, mijn zoon, en neem mijn woorden aan:

de jaren van je leven zullen talrijk worden.

11Ik onderwijs je in de weg van de wijsheid

en laat je in de rechte sporen treden.

12Als je gaat, zullen je voetstappen niet belemmerd worden

en als je rent,

4:12
Ps. 91:11
zul je niet struikelen.

13Houd vast aan de vermaning, laat niet los,

neem haar in acht, want zij is je leven.

14

4:14
Ps. 1:1
Spr. 1:10,15
Kom niet op het pad van goddelozen,

en begeef je niet op de weg van kwaaddoeners.

15Verwerp die, ga die niet op,

wijk daarvan af en ga voorbij!

16Zij slapen immers niet als zij geen kwaad hebben gedaan,

zij worden van hun slaap beroofd als zij niet iemand hebben laten struikelen.

17Want zij eten brood van goddeloosheid

en drinken wijn van gewelddaden,

18maar het pad van rechtvaardigen is als een schijnend licht,

dat gaandeweg helderder gaat schijnen tot het volledig dag is geworden.

19De weg van goddelozen is als de donkerheid.

Zij weten niet waarover zij struikelen zullen.

20Mijn zoon, sla acht op mijn woorden,

neig je oor tot wat ik zeg.

21Laat ze niet wijken van je ogen,

bewaar ze in het binnenste van je hart.

22Ze

4:22
Spr. 4:13
zijn immers leven voor wie ze vinden,

en genezing voor heel hun vlees.

23Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,

want daaruit zijn de uitingen van het leven.

24Doe weg van jou valsheid van mond

en houd bedrog van lippen ver van je verwijderd.

25Laten je ogen recht vooruitkijken

en je oogleden zich recht vóór je houden.

26Baan het spoor voor je voet,

en laten al je wegen vaststaan.

27

4:27
Deut. 5:32
28:14
Wijk niet af naar rechts of naar links,

keer je voet af van het kwade!