Herziene Statenvertaling (HSV)
20

Eerlijkheid en waarheid

201Wijn is een spotter, sterkedrank een onruststoker,

ieder die daardoor gaat zwalken, is niet wijs.

2

20:2
Spr. 16:14
19:12
De verschrikking die van de koning uitgaat, is als het brullen van een jonge leeuw:

wie zijn toorn over zich haalt, zondigt tegen zijn leven.

3

20:3
Spr. 17:14
Het strekt een man tot eer zich buiten onenigheid te houden,

maar iedere dwaas zal zich er juist in mengen.

4Vanwege de winter ploegt een luiaard niet,

daarom zal hij bedelen in de oogst, maar dan is er niets.

5

20:5
Spr. 18:4
De raad in het hart van een man is als diepe wateren,

maar iemand met inzicht zal hem naar boven halen.

6Menig mens roept zijn eigen goedertierenheid uit,

maar wie zal een betrouwbaar iemand vinden?

7Een rechtvaardige gaat zijn weg in oprechtheid,

welzalig zijn zijn kinderen na hem.

8Een koning die op de rechterstoel zit,

20:8
Vers
schift met zijn ogen alle kwaad.

9

20:9
1 Kon. 8:46
Job 14:4
Ps. 51:7
Pred. 7:20
1 Joh. 1:8
Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd,

ik ben rein van mijn zonde?

10

20:10
Vers
Tweeërlei weegsteen en tweeërlei efa,20:10 Een efa is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter.

ook die beide zijn voor de HEERE een gruwel.

11Ook een jongeman laat zich door zijn daden kennen

of zijn werk zuiver is en of het oprecht is.

12

20:12
Ex. 4:11
Ps. 94:9
Een oor dat hoort en een oog dat ziet,

ook die beide heeft de HEERE gemaakt.

13

20:13
Spr. 19:15
Heb de slaap niet lief, anders wordt u arm,

open uw ogen, verzadig u met brood.

14Het is slecht, het is slecht, zegt de koper,

maar als hij weggaat, dan beroemt hij zich.

15Goud is er en een veelheid van robijnen,

20:15
Spr. 3:14,15
maar lippen van kennis zijn een kostbaar kleinood.

16Neem zijn kleed

20:16
Spr. 11:15
27:13
als iemand borg staat voor een vreemde,

geef het in onderpand aan onbekenden.

17

20:17
Spr. 9:17
Leugenbrood smaakt de mens zoet,

maar daarna heeft hij zijn mond vol kiezelstenen.

18Plannen komen door overleg tot stand,

voer daarom oorlog na rijp beraad.

19

20:19
Spr. 11:13
Wie al lasterend zijn weg gaat, openbaart geheimen,

laat u dan niet in met hem die met zijn lippen verleidt.

20

20:20
Ex. 21:17
Lev. 20:9
Deut. 27:16
Matt. 15:4
Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,

diens lamp zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.

21Als een erfenis in het begin al te snel wordt

20:21
Spr. 13:11
28:20
verworven,

zal er uiteindelijk geen zegen op rusten.

22

20:22
Deut. 32:35
Spr. 17:13
24:29
Rom. 12:17
1 Thess. 5:15
1 Petr. 3:9
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;

wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.

23

20:23
Vers
Tweeërlei weegsteen is voor de HEERE een gruwel,

een bedrieglijke weegschaal is niet goed.

24

20:24
Job 31:4
Ps. 37:23
139:2,3
De voetstappen van een man zijn van de HEERE,

20:24
Jer. 10:23
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?

25Het is een valstrik voor een mens ondoordacht een heilige gelofte te doen,

en pas daarna de gedane geloften te overwegen.

26Een wijze koning verstrooit goddelozen

en laat het rad over hen gaan.

27De geest van een mens is een lamp van de HEERE,

die alle schuilhoeken van zijn binnenste20:27 alle schuilhoeken van zijn binnenste - Letterlijk: alle binnenkamers van de buik; zie ook vers 30. doorzoekt.

28Goedertierenheid en trouw beschermen een koning,

en door goedertierenheid versterkt20:28 versterkt - Letterlijk: ondersteunt. hij zijn troon.

29Het sieraad van jonge mannen is hun kracht,

en

20:29
Spr. 16:31
de glorie van de ouderen is de grijsheid.

30Striemen en wonden zuiveren het kwaad uit,

evenals

20:30
Spr. 10:13
slagen de schuilhoeken van het binnenste zuiveren.

21

Levensleiding

211Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken,

Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt.

2

21:2
Spr. 16:2
Al zijn wegen zijn iemand recht in zijn eigen ogen,

maar de HEERE toetst de harten.

3

21:3
1 Sam. 15:22
Ps. 50:8,14
Jes. 1:11,16
Hos. 6:6
Gerechtigheid en recht te doen

is voor de HEERE verkieslijker dan een offer.

4Een hooghartige oogopslag21:4 hooghartige oogopslag - Letterlijk: hoogte van ogen. en een trots hart

– het pas ontgonnen land van goddelozen – zijn zonde.

5

21:5
Spr. 10:4
13:4
De plannen van wie vlijtig is, leiden alleen tot overschot,

maar al wie zich overhaast, komt slechts tot gebrek.

6

21:6
Spr. 10:2,4
13:11
Wie met een bedrieglijke tong schatten verwerft,

is als de verwaaiende zucht van hen die de dood zoeken.

7De verwoesting van goddelozen sleurt hen mee,

omdat zij weigeren recht te doen.

8De weg van een mens is krom en vreemd,

maar het werk van een reine is juist.

9

21:9
Vers
Het is beter te wonen op een hoek van een dak,

dan in een gemeenschappelijk huis met een twistzieke vrouw.

10De ziel van een goddeloze is belust op het kwade,

zijn naaste vindt geen genade in zijn ogen.

11

21:11
Spr. 19:25
Als men de spotter laat boeten, wordt de onverstandige wijs,

en als men de wijze onderricht, doet hij kennis op.

12De rechtvaardige let aandachtig op het huis van een goddeloze:

God stort goddelozen in het onheil.

13Wie zijn oren dichtstopt voor het geroep van de arme,

ook hij zal roepen en niet verhoord worden.

14

21:14
Spr. 17:8
18:16
Een gift in het verborgene houdt toorn eronder,

en een geschenk in de schoot hevige woede.

15Voor de rechtvaardige is het een blijdschap recht te doen,

maar voor hen die onrecht bedrijven, is het een verschrikking.

16Een mens die van de weg van het verstand afdwaalt,

zal in gezelschap van de gestorvenen rusten.

17Wie blijdschap liefheeft, zal gebrek lijden,

wie wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.

18

21:18
Spr. 11:8
Een goddeloze is losgeld voor de rechtvaardige,

en de trouweloze komt in de plaats van de oprechten.

19

21:19
Vers
Het is beter te wonen in een woestijnachtig land

dan bij een twistzieke en tergende vrouw.

20In de woning van een wijze ligt een begerenswaardige schat en olie,

maar een dwaas mens verspilt die.

21Wie gerechtigheid en goedertierenheid najaagt,

vindt het leven, rechtvaardigheid en eer.

22Een wijze beklimt een stad van helden

en haalt de vesting waarop men vertrouwt, neer.

23

21:23
Spr. 18:21
Wie zijn mond en zijn tong bewaart,

bewaart zichzelf voor benauwdheden.

24Hoogmoedig, trots: spotter is zijn naam,

hij gaat met mateloze overmoed te werk.

25Het verlangen van een luiaard zal hem doden,

want zijn handen weigeren te werken.

26De hele dag is hij belust op begerenswaardige zaken,

maar

21:26
Ps. 37:26
een rechtvaardige geeft en houdt niets achter.

27

21:27
Spr. 15:8
Jes. 1:13
Jer. 6:20
Amos 5:21
Het offer van goddelozen is een gruwel,

hoeveel te meer als zij het met een schandelijke bedoeling brengen!

28

21:28
Spr. 19:5,9
Een leugenachtige getuige zal omkomen,

maar iemand die luistert, mag voor altijd spreken.

29Een goddeloze man trekt een stalen gezicht,21:29 trekt … gezicht - Letterlijk: versterkt zijn gezicht.

maar een oprechte, die versterkt zijn weg.

30Er is geen wijsheid, er is geen inzicht,

en er is geen raad tegen de HEERE.

31

21:31
Ps. 33:17
Een paard wordt gereedgemaakt voor de dag van de strijd,

maar de overwinning is van de HEERE.

22

De opstelling in het dagelijkse leven

221Een goede

22:1
Pred. 7:1
naam is verkieslijker dan grote rijkdom,

goede gunst dan zilver en dan goud.

2

22:2
Spr. 29:13
Rijken en armen ontmoeten elkaar,

de HEERE heeft hen allen gemaakt.

3

22:3
Spr. 27:12
Een schrandere ziet het kwaad en verbergt zich,

maar onverstandigen gaan voort en zullen daarvoor boeten.

4Het loon van nederigheid – de vreze des HEEREN

is rijkdom, eer en leven.

5Dorens en strikken liggen op de weg van wie slinks is,

wie zijn leven wil bewaren, houdt zich ver daarvan.

6Oefen de jongeman overeenkomstig zijn levensweg,22:6 zijn levensweg - Letterlijk: over de mond van zijn weg.

ook als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken.

7Een rijke heerst over armen,

en wie leent, wordt slaaf van de uitlener.

8

22:8
Job 4:8
Hos. 10:13
Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten,

en de stok van zijn verbolgenheid zal vergaan.

9

22:9
2 Kor. 9:6
Wie gunnend22:9 gunnend - Letterlijk: goed van oog. is, die wordt gezegend,

want hij geeft van zijn brood aan de armen.

10Verdrijf een spotter, en de ruzie is weg,

en het geschil zal mét de schande ophouden.

11

22:11
Ps. 101:6
Wie reinheid van hart liefheeft,

en vriendelijkheid van zijn lippen: een koning is zijn vriend.

12De ogen van de HEERE behoeden kennis,

maar de zaken van de trouweloze stort Hij in het verderf.

13

22:13
Spr. 26:13
Een luiaard zegt: Er is een leeuw op straat,

midden op de pleinen zal ik gedood worden!

14

22:14
Spr. 2:16
5:3
7:5
23:27
De mond van vreemde vrouwen is een diepe kuil,

hij op wie de HEERE toornig is, zal daarin vallen.

15

22:15
Spr. 13:24
19:18
23:14
29:15,17
Zit er dwaasheid in het hart van een jongeman gebonden,

de stok van de vermaning zal die ver daarvan houden.

16

22:16
Spr. 14:31
17:5
Wie een arme onderdrukt, maakt hem rijk,22:16 maakt hem rijk - Letterlijk: om aan hem te vermeerderen.

wie aan een rijke geeft, zal alleen maar gebrek hebben.

17Neig uw oor en luister naar de woorden van wijzen,

richt uw hart op mijn kennis.

18Want het is goed22:18 goed - Letterlijk: lieflijk. dat u ze in uw binnenste bewaart,

ze zullen alle bestendig op uw lippen zijn.

19Opdat uw vertrouwen op de HEERE zal zijn,

maak ik het heden aan u bekend, ja, aan u!

20Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven,

met raadgevingen en kennis,

21om u bekend te maken de juistheid van betrouwbare woorden,

zodat u met betrouwbare woorden kunt antwoorden aan wie u stuurden?

22

22:22
Zach. 7:10
Beroof de geringe niet, omdat hij gering is,

en

22:22
Ex. 23:6
Job 31:13
Ps. 82:3,4
vertrap de ellendige niet in de poort.

23

22:23
Ex. 22:22,23
Ps. 10:18
Want de HEERE zal hun rechtszaak voeren,

wie hen beroven, zal Hij van het leven beroven.

24Ga niet om met een opvliegend man,22:24 een opvliegend man - Letterlijk: een meester van toorn.

en laat u niet in met een driftig iemand,

25anders raakt u gewend aan22:25 raakt u gewend aan - Letterlijk: leert. zijn paden

en haalt u een valstrik over uzelf.

26

22:26
Spr. 6:1
11:15
Wees niet onder hen die handslag geven,

onder hen die voor schulden borg staan.

27Als u niets zou hebben om te betalen,

22:27
Spr. 20:16
waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?

28

22:28
Deut. 19:14
27:17
Spr. 23:10
Verleg de aloude grensstenen niet

die uw vaderen hebben geplaatst.

29Hebt u iemand gezien die vaardig is in zijn werk?

Hij zal ten dienste van22:29 ten dienste van - Letterlijk: voor het gezicht van. koningen gesteld worden,

maar ten dienste van onaanzienlijke lieden zal hij niet gesteld worden.