Herziene Statenvertaling (HSV)
19

De verantwoordelijkheid van de mens

191Beter een

19:1
Spr. 28:6
arme die in zijn oprechtheid zijn weg gaat,

dan iemand die verkeerd van lippen en bovendien een dwaas is.

2Ja, bezieling zonder kennis is niet goed,

en wie haastig is met de voeten, zondigt.

3

19:3
Jak. 1:13,14,15
De dwaasheid van een mens verdraait zijn weg,

en dan is zijn hart nog woedend op de HEERE ook!

4

19:4
Spr. 14:20
Bezit voegt veel vrienden toe,

maar een arme wordt van zijn vriend gescheiden.

5

19:5
Deut. 19:19
Spr. 21:28
Een valse getuige wordt niet voor onschuldig gehouden,

en wie leugens blaast, zal niet ontkomen.

6Velen trachten het gezicht van aanzienlijken gunstig te stemmen,

en iedereen is een vriend van wie vrijgevig is.19:6 wie vrijgevig is - Letterlijk: een man van gift.

7

19:7
Spr. 14:20
Alle broers van een arme haten hem,

hoeveel te meer blijven zijn vrienden ver van hem!

Achtervolgt hij hen met woorden, dan zijn zij er niet.

8Wie verstand19:8 verstand - Letterlijk: een hart. verwerft, heeft zijn leven lief,

wie inzicht bewaart, vindt het goede.

9

19:9
Vers
Een valse getuige wordt niet voor onschuldig gehouden,

wie leugens blaast, zal omkomen.

10Weelde past niet bij een dwaas,

19:10
Spr. 30:22
hoeveel te minder past het een dienaar om te heersen over vorsten!

11Het verstand van een mens doet hem zijn toorn uitstellen,

het is zijn sieraad aan een overtreding voorbij te gaan.

12

19:12
Spr. 16:14
20:2
De toorn van een koning is als het brullen van een jonge leeuw,

maar

19:12
Spr. 16:15
zijn welgevallen is als dauw op het gras.

13

19:13
Spr. 10:1
15:20
17:25
Een dwaze zoon is een ramp voor zijn vader,

en

19:13
Spr. 21:19
27:15
het geruzie van een vrouw een gestadig druppelen.

14Huis en bezit zijn een erfenis van de vaderen,

19:14
Spr. 18:22
maar een verstandige vrouw is van de HEERE.

15

19:15
Spr. 6:9
20:13
Luiheid doet in diepe slaap vallen,

19:15
Spr. 10:4
een bedrieglijke persoon zal hongerlijden.

16Wie het

19:16
Spr. 3:21,22
Luk. 11:28
gebod in acht neemt, bewaart zijn leven,

wie zijn wegen veracht, zal sterven.

17Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE.

Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

18

19:18
Spr. 13:24
23:13
Breng uw zoon gehoorzaamheid bij wanneer er nog hoop is,

maar

19:18
Efez. 6:4
laat het niet in u opkomen19:18 laat … opkomen - Letterlijk: hef uw ziel niet op. hem te doden.

19Wie door het dolle heen is, moet daarvoor boeten,19:19 Wie … boeten - Letterlijk: Wie groot van woede is, draagt straf.

want als u hem ervan redt, moet u daarmee nog doorgaan.

20Luister naar raad en neem vermaning aan,

opdat u uiteindelijk wijs wordt.

21In het hart van de mens zijn veel plannen,

19:21
Job 23:13
Ps. 33:11
115:3
Jes. 46:10
maar de raad van de HEERE, die houdt stand.

22Het verlangen van de mens is zijn goedertierenheid,

maar een arme is beter dan een leugenachtige man.

23De vreze des HEEREN is ten leven,

19:23
Ps. 34:10
verzadigd overnacht men, door geen kwaad bezocht.

24

19:24
Spr. 26:15
Een luiaard steekt zijn hand in de schotel,

maar brengt hem niet meer aan zijn mond.

25

19:25
Spr. 21:11
Sla een spotter, dan zal die onverstandige schrander worden,

en wijs een verstandige terecht, en hij zal inzicht krijgen.19:25 inzicht krijgen - Letterlijk: kennis begrijpen.

26Wie zijn vader mishandelt, zijn moeder wegjaagt,

is een zoon die beschaamd maakt en schandelijk handelt.

27Houd maar op, mijn zoon, naar vermaning te luisteren,

als je toch van de woorden van de kennis afdwaalt.

28Een verdorven getuige spot met het recht,

en de mond van de goddelozen verslindt onrecht.

29Strafgerichten zijn bereid voor de spotters,

en slagen voor de rug van dwazen.

20

Eerlijkheid en waarheid

201Wijn is een spotter, sterkedrank een onruststoker,

ieder die daardoor gaat zwalken, is niet wijs.

2

20:2
Spr. 16:14
19:12
De verschrikking die van de koning uitgaat, is als het brullen van een jonge leeuw:

wie zijn toorn over zich haalt, zondigt tegen zijn leven.

3

20:3
Spr. 17:14
Het strekt een man tot eer zich buiten onenigheid te houden,

maar iedere dwaas zal zich er juist in mengen.

4Vanwege de winter ploegt een luiaard niet,

daarom zal hij bedelen in de oogst, maar dan is er niets.

5

20:5
Spr. 18:4
De raad in het hart van een man is als diepe wateren,

maar iemand met inzicht zal hem naar boven halen.

6Menig mens roept zijn eigen goedertierenheid uit,

maar wie zal een betrouwbaar iemand vinden?

7Een rechtvaardige gaat zijn weg in oprechtheid,

welzalig zijn zijn kinderen na hem.

8Een koning die op de rechterstoel zit,

20:8
Vers
schift met zijn ogen alle kwaad.

9

20:9
1 Kon. 8:46
Job 14:4
Ps. 51:7
Pred. 7:20
1 Joh. 1:8
Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd,

ik ben rein van mijn zonde?

10

20:10
Vers
Tweeërlei weegsteen en tweeërlei efa,20:10 Een efa is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter.

ook die beide zijn voor de HEERE een gruwel.

11Ook een jongeman laat zich door zijn daden kennen

of zijn werk zuiver is en of het oprecht is.

12

20:12
Ex. 4:11
Ps. 94:9
Een oor dat hoort en een oog dat ziet,

ook die beide heeft de HEERE gemaakt.

13

20:13
Spr. 19:15
Heb de slaap niet lief, anders wordt u arm,

open uw ogen, verzadig u met brood.

14Het is slecht, het is slecht, zegt de koper,

maar als hij weggaat, dan beroemt hij zich.

15Goud is er en een veelheid van robijnen,

20:15
Spr. 3:14,15
maar lippen van kennis zijn een kostbaar kleinood.

16Neem zijn kleed

20:16
Spr. 11:15
27:13
als iemand borg staat voor een vreemde,

geef het in onderpand aan onbekenden.

17

20:17
Spr. 9:17
Leugenbrood smaakt de mens zoet,

maar daarna heeft hij zijn mond vol kiezelstenen.

18Plannen komen door overleg tot stand,

voer daarom oorlog na rijp beraad.

19

20:19
Spr. 11:13
Wie al lasterend zijn weg gaat, openbaart geheimen,

laat u dan niet in met hem die met zijn lippen verleidt.

20

20:20
Ex. 21:17
Lev. 20:9
Deut. 27:16
Matt. 15:4
Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,

diens lamp zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.

21Als een erfenis in het begin al te snel wordt

20:21
Spr. 13:11
28:20
verworven,

zal er uiteindelijk geen zegen op rusten.

22

20:22
Deut. 32:35
Spr. 17:13
24:29
Rom. 12:17
1 Thess. 5:15
1 Petr. 3:9
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;

wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.

23

20:23
Vers
Tweeërlei weegsteen is voor de HEERE een gruwel,

een bedrieglijke weegschaal is niet goed.

24

20:24
Job 31:4
Ps. 37:23
139:2,3
De voetstappen van een man zijn van de HEERE,

20:24
Jer. 10:23
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?

25Het is een valstrik voor een mens ondoordacht een heilige gelofte te doen,

en pas daarna de gedane geloften te overwegen.

26Een wijze koning verstrooit goddelozen

en laat het rad over hen gaan.

27De geest van een mens is een lamp van de HEERE,

die alle schuilhoeken van zijn binnenste20:27 alle schuilhoeken van zijn binnenste - Letterlijk: alle binnenkamers van de buik; zie ook vers 30. doorzoekt.

28Goedertierenheid en trouw beschermen een koning,

en door goedertierenheid versterkt20:28 versterkt - Letterlijk: ondersteunt. hij zijn troon.

29Het sieraad van jonge mannen is hun kracht,

en

20:29
Spr. 16:31
de glorie van de ouderen is de grijsheid.

30Striemen en wonden zuiveren het kwaad uit,

evenals

20:30
Spr. 10:13
slagen de schuilhoeken van het binnenste zuiveren.

21

Levensleiding

211Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken,

Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt.

2

21:2
Spr. 16:2
Al zijn wegen zijn iemand recht in zijn eigen ogen,

maar de HEERE toetst de harten.

3

21:3
1 Sam. 15:22
Ps. 50:8,14
Jes. 1:11,16
Hos. 6:6
Gerechtigheid en recht te doen

is voor de HEERE verkieslijker dan een offer.

4Een hooghartige oogopslag21:4 hooghartige oogopslag - Letterlijk: hoogte van ogen. en een trots hart

– het pas ontgonnen land van goddelozen – zijn zonde.

5

21:5
Spr. 10:4
13:4
De plannen van wie vlijtig is, leiden alleen tot overschot,

maar al wie zich overhaast, komt slechts tot gebrek.

6

21:6
Spr. 10:2,4
13:11
Wie met een bedrieglijke tong schatten verwerft,

is als de verwaaiende zucht van hen die de dood zoeken.

7De verwoesting van goddelozen sleurt hen mee,

omdat zij weigeren recht te doen.

8De weg van een mens is krom en vreemd,

maar het werk van een reine is juist.

9

21:9
Vers
Het is beter te wonen op een hoek van een dak,

dan in een gemeenschappelijk huis met een twistzieke vrouw.

10De ziel van een goddeloze is belust op het kwade,

zijn naaste vindt geen genade in zijn ogen.

11

21:11
Spr. 19:25
Als men de spotter laat boeten, wordt de onverstandige wijs,

en als men de wijze onderricht, doet hij kennis op.

12De rechtvaardige let aandachtig op het huis van een goddeloze:

God stort goddelozen in het onheil.

13Wie zijn oren dichtstopt voor het geroep van de arme,

ook hij zal roepen en niet verhoord worden.

14

21:14
Spr. 17:8
18:16
Een gift in het verborgene houdt toorn eronder,

en een geschenk in de schoot hevige woede.

15Voor de rechtvaardige is het een blijdschap recht te doen,

maar voor hen die onrecht bedrijven, is het een verschrikking.

16Een mens die van de weg van het verstand afdwaalt,

zal in gezelschap van de gestorvenen rusten.

17Wie blijdschap liefheeft, zal gebrek lijden,

wie wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.

18

21:18
Spr. 11:8
Een goddeloze is losgeld voor de rechtvaardige,

en de trouweloze komt in de plaats van de oprechten.

19

21:19
Vers
Het is beter te wonen in een woestijnachtig land

dan bij een twistzieke en tergende vrouw.

20In de woning van een wijze ligt een begerenswaardige schat en olie,

maar een dwaas mens verspilt die.

21Wie gerechtigheid en goedertierenheid najaagt,

vindt het leven, rechtvaardigheid en eer.

22Een wijze beklimt een stad van helden

en haalt de vesting waarop men vertrouwt, neer.

23

21:23
Spr. 18:21
Wie zijn mond en zijn tong bewaart,

bewaart zichzelf voor benauwdheden.

24Hoogmoedig, trots: spotter is zijn naam,

hij gaat met mateloze overmoed te werk.

25Het verlangen van een luiaard zal hem doden,

want zijn handen weigeren te werken.

26De hele dag is hij belust op begerenswaardige zaken,

maar

21:26
Ps. 37:26
een rechtvaardige geeft en houdt niets achter.

27

21:27
Spr. 15:8
Jes. 1:13
Jer. 6:20
Amos 5:21
Het offer van goddelozen is een gruwel,

hoeveel te meer als zij het met een schandelijke bedoeling brengen!

28

21:28
Spr. 19:5,9
Een leugenachtige getuige zal omkomen,

maar iemand die luistert, mag voor altijd spreken.

29Een goddeloze man trekt een stalen gezicht,21:29 trekt … gezicht - Letterlijk: versterkt zijn gezicht.

maar een oprechte, die versterkt zijn weg.

30Er is geen wijsheid, er is geen inzicht,

en er is geen raad tegen de HEERE.

31

21:31
Ps. 33:17
Een paard wordt gereedgemaakt voor de dag van de strijd,

maar de overwinning is van de HEERE.