Herziene Statenvertaling (HSV)
14

Wijsheid in het menselijk leven

141Wijze vrouwen bouwen hun huis op,

maar een die zeer dwaas is, breekt het met haar handen af.

2

14:2
Job 12:4
Wie in zijn oprechtheid wandelt, vreest de HEERE,

maar wie van zijn wegen afwijkt, veracht Hem.

3In de mond van een dwaas ligt een roede voor zijn hoogmoed,

maar de lippen van wijzen waken over hen.

4Als er geen koeien zijn, blijft de kribbe schoon,

maar door de kracht van de os is er een grote opbrengst.

5Een betrouwbare

14:5
Ex. 23:1
Spr. 12:17
getuige liegt niet,

maar een valse getuige blaast leugens.

6Een spotter zoekt wijsheid, en die is er niet,

maar voor een verstandige is kennis gemakkelijk te verwerven.

7Ga een dwaze man uit de weg:

van zijn lippen zult u geen kennis opdoen.14:7 van … opdoen - Letterlijk: en u zult niet kennen lippen van kennis.

8De wijsheid van een schrandere is zijn eigen weg te begrijpen,

maar de dwaasheid van dwazen is bedrog.

9De dwaas spot met een schuldoffer,

maar onder de oprechten heerst welwillendheid.

10Het hart kent zijn eigen bitterheid,

en een vreemde kan zijn blijdschap niet delen.

11Het huis van de goddelozen zal weggevaagd worden,

maar de tent van de oprechten zal in bloei staan.

12

14:12
Spr. 16:25
Er is soms een weg die iemand recht schijnt,

maar het einde ervan zijn wegen van de dood.

13Ook bij het lachen zal het hart pijn lijden:

14:13
Spr. 5:4
het einde van zulke blijdschap is verdriet.

14Wie afkerig is van hart, zal van zijn

14:14
Spr. 1:31
wegen verzadigd worden,

maar een goed iemand van zichzelf.

15Een onverstandige gelooft elk woord,

maar een schrandere let op zijn schreden.

16Een wijze vreest en keert zich af van het kwade,

maar een dwaas gaat zich te buiten en waant zich veilig.

17Wie snel toornig wordt, begaat dwaasheid,

en een man vol listige plannen zal gehaat worden.

18De onverstandigen erven dwaasheid,

maar de schranderen omringen zich met kennis.

19De kwaaddoeners bukken voor goede mensen,

en de goddelozen bij de poorten van de rechtvaardige.

20

14:20
Spr. 19:4,7
Een arme wordt zelfs door zijn vriend gehaat,

maar de vrienden van een rijke zijn talrijk.

21Wie zijn naaste veracht, zondigt,

maar welzalig is hij die zich over ellendigen ontfermt.

22Zij die kwaad smeden, dwalen die niet?

14:22
Luk. 6:38
Goedertierenheid en trouw zijn er echter bij hen die het goede bewerken.

23Bij alle zwoegen is er overschot,

praatjes14:23 praatjes - Letterlijk: een woord van lippen. leiden slechts tot gebrek.

24De kroon van de wijzen is hun rijkdom,

de dwaasheid van de dwazen blijft dwaasheid.

25Een betrouwbare getuige is een redder van levens,

maar wie leugens blaast, is een bedrieger.

26In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen,

en voor Zijn kinderen zal Hij een toevlucht zijn.

27

14:27
Spr. 10:11
13:14
De vreze des HEEREN is een bron van leven

om de strikken van de dood te ontwijken.

28In een talrijk volk ligt de glorie van een koning,

maar in gebrek aan volk ligt de ondergang van een machthebber.

29Wie geduldig is, heeft veel inzicht,

maar wie kortaangebonden14:29 kortaangebonden - Letterlijk: kort van geest. is, verheft de dwaasheid.

30Een gezond hart is het leven voor het lichaam,

maar afgunst is verrotting van de beenderen.

31

14:31
Spr. 17:5
Wie een geringe onderdrukt, smaadt diens Maker,

14:31
Spr. 14:21
maar wie zich over een arme ontfermt, eert Hem.

32Een goddeloze wordt weggedreven door zijn eigen kwaad,

maar een rechtvaardige vindt een toevlucht, zelfs in zijn dood.

33

14:33
Spr. 10:14
12:23
13:16
Wijsheid rust in het hart van de verstandige,

maar wat in het binnenste van dwazen is, wordt bekend.

34Gerechtigheid verhoogt een volk,

maar zonde is een schandvlek voor de natiën.

35Aan een verstandige dienaar heeft de koning een welgevallen,

maar zijn verbolgenheid treft hem die beschaamd maakt.

15

Vruchten van wijsheid en van ongerechtigheid

151Een

15:1
Spr. 25:15
zacht antwoord keert woede af,

maar een krenkend woord wekt toorn op.

2De tong van wijzen maakt kennis goed,

15:2
Spr. 12:23
13:16
15:28
maar de mond van dwazen vloeit over van dwaasheid.

3

15:3
Job 34:21
Spr. 5:21
Jer. 16:17
32:19
De ogen van de HEERE zijn op elke plaats:

ze slaan slechte en goede mensen gade.

4

15:4
Spr. 12:18
13:14
Het medicijn van de tong is een boom des levens,

maar verkeerdheid erin is een breuk in de geest.

5Een dwaas verwerpt de vermaning van zijn vader,

maar wie de bestraffing in acht neemt, is schrander.

6In het huis van een rechtvaardige is grote rijkdom,

maar in het inkomen van een goddeloze is verval.

7De lippen van wijzen strooien kennis uit,

maar zo niet het hart van dwazen.

8

15:8
Spr. 21:27
Jes. 1:11
Jer. 6:20
Amos 5:21
Het offer van goddelozen is voor de HEERE een gruwel,

maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig.

9De weg van een goddeloze is voor de HEERE een gruwel,

maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.

10Vermaning is onaangenaam voor wie het pad verlaat,

en wie bestraffing haat, zal sterven.

11

15:11
Job 26:6
Graf en verderf liggen open voor de HEERE

hoeveel te meer

15:11
2 Kron. 6:30
Ps. 7:10
44:22
Jer. 17:9,10
Joh. 2:24,25
21:17
Hand. 1:24
de harten van de mensenkinderen.

12Een spotter houdt niet van wie hem terechtwijst,

naar wijzen gaat hij niet.

13

15:13
Spr. 17:22
18:14
Een vrolijk hart maakt een gezicht blij,

maar door hartenleed wordt een geest neerslachtig.

14Een verstandig hart zoekt kennis,

maar de mond van dwazen voedt zich met dwaasheid.

15Alle dagen van een ellendige zijn slecht,

maar een blijmoedig hart15:15 een blijmoedig hart - Letterlijk: goed van hart. is als een voortdurende maaltijd.

16

15:16
Ps. 37:16
Spr. 16:8
Beter is weinig met de vreze des HEEREN,

dan een grote schat met verwarring erbij.

17

15:17
Spr. 17:1
Beter is een schotel groente waar liefde is,

dan een gemeste os met haat erbij.

18

15:18
Spr. 28:25
29:22
Een driftig man veroorzaakt ruzie,

maar een geduldige stilt onenigheid.

19De weg van een luiaard is als een doornhaag,

maar het pad van oprechten is welgebaand.

20

15:20
Spr. 10:1
Een wijze zoon verblijdt zijn vader,

maar een dwaas mens veracht zijn moeder.

21

15:21
Spr. 10:23
14:9
Dwaasheid is blijdschap voor een mens zonder verstand,15:21 zonder verstand - Letterlijk: zonder hart.

maar iemand met inzicht houdt de rechte weg.15:21 houdt de rechte weg - Letterlijk: maakt recht om te gaan.

22

15:22
Spr. 11:14
Plannen falen, als er geen overleg is,

maar door een veelheid van raadgevers komt het nodige tot stand.

23Een man heeft blijdschap in het antwoord van zijn mond,

en hoe goed is een woord op zijn tijd!

24Het pad ten leven voert voor een verstandige omhoog,

om de hel beneden te ontwijken.

25

15:25
Spr. 2:21,22
12:7
14:11
Het huis van hoogmoedigen vaagt de HEERE weg,

maar de grenssteen van een weduwe zet Hij vast.

26

15:26
Spr. 6:18
De plannen van een kwaaddoener zijn voor de HEERE een gruwel,

maar lieflijke woorden zijn rein.

27

15:27
Spr. 1:19
Wie op winstbejag uit is, stort zijn huis in het ongeluk,

maar wie omkoopgeschenken haat, zal leven.

28Het hart van een rechtvaardige overdenkt wat het antwoorden zal,

maar de mond van goddelozen vloeit over van kwaad.

29De HEERE is ver van goddelozen,

15:29
Ps. 10:17
34:19
145:18,19
maar het gebed van rechtvaardigen verhoort Hij.

30Het licht in de ogen verblijdt het hart,

15:30
Spr. 25:25
een goed gerucht verkwikt de beenderen.15:30 verkwikt de beenderen - Letterlijk: maakt de beenderen vet.

31Een oor dat naar de bestraffing ten leven luistert,

zal te midden van wijzen overnachten.

32Wie vermaning verwerpt, veracht zijn leven,

maar wie naar bestraffing luistert, verwerft verstand.15:32 verstand - Letterlijk: een hart.

33

15:33
Spr. 1:7
9:10
De vreze des HEEREN is vermaning tot wijsheid,

en

15:33
Spr. 18:12
nederigheid gaat vooraf aan eer.

16

God ziet wat mensen doen

161Een

16:1
Vers
mens heeft overleggingen in het hart,

maar het antwoord van de tong komt van de HEERE.

2

16:2
Spr. 21:2
In eigen ogen zijn al iemands wegen zuiver,

maar de HEERE toetst de geesten.

3

16:3
Ps. 37:5
55:23
Matt. 6:25
Luk. 12:22
1 Petr. 5:7
Wentel uw werken op de HEERE,

en uw plannen zullen bevestigd worden.

4De HEERE heeft alles gemaakt omwille van Zichzelf,

16:4
Job 21:30
ja, zelfs de goddeloze voor de dag van het onheil.

5

16:5
Spr. 6:17
8:13
Al wie hooghartig is, is voor de HEERE een gruwel.

16:5
Spr. 11:21
Hand op hand: hij zal niet voor onschuldig gehouden worden.

6Door goedertierenheid en trouw wordt een misdaad verzoend,

en door de vreze des HEEREN keert men zich af van het kwade.

7Als de HEERE behagen schept in iemands wegen,

zal Hij zelfs zijn vijanden vrede met hem doen sluiten.

8

16:8
Ps. 37:16
Spr. 15:16
Beter is een weinig met gerechtigheid,

dan een veelheid aan inkomsten zonder recht.

9Het hart van een mens overdenkt zijn weg,

maar de HEERE bestuurt zijn voetstappen.

10Een beslissend vonnis ligt op de lippen van een koning,

in de rechtspraak pleegt zijn mond geen trouwbreuk.

11

16:11
Lev. 19:36
Deut. 25:13Spr. 11:1
20:10,23
Een betrouwbare waag en weegschaal16:11 betrouwbare waag en weegschaal - Letterlijk: een waag en weegschaal van recht. behoren de HEERE toe,

alle weegstenen in de buidel zijn Zijn werk.

12Voor koningen is het een gruwel goddeloos te handelen,

want door gerechtigheid wordt een troon bevestigd.

13Koningen hebben een welgevallen aan lippen die oprechtheid spreken,

zij hebben lief wie oprechte woorden spreekt.

14

16:14
Spr. 19:12
20:2
De woede van een koning is als de boden van de dood,

maar een wijze man verzoent die.

15

16:15
Spr. 19:12
In het licht van het gezicht van een koning is leven,

zijn welgevallen is als een wolk met late regen.

16

16:16
Job 28:15
Ps. 19:11
119:72
Spr. 3:14,15
8:11,19
Hoeveel beter is het verwerven van wijsheid dan bewerkt goud,

en het verwerven van inzicht is verkieslijker dan zilver!

17De gebaande weg van oprechten is zich af te keren van het kwade:

wie zijn weg in acht neemt, bewaart zijn ziel.

18

16:18
Spr. 11:2
17:19
Trots komt vóór de ondergang,

en hoogmoed16:18 hoogmoed - Letterlijk: hoogheid van geest. komt vóór de val.

19Het is beter met zachtmoedigen nederig van geest te zijn,

dan de buit met hoogmoedigen te delen.

20Wie verstandig omgaat met het woord, zal het goede vinden,

16:20
Ps. 2:12
34:9
125:1
Jes. 30:18
Jer. 17:7
en wie op de HEERE vertrouwt: welzalig is hij.

21De wijze van hart wordt verstandig genoemd,

en zoetheid van lippen vermeerdert het inzicht.

22Het verstand is voor de bezitters ervan

16:22
Spr. 13:14
een bron van leven,

maar de vermaning van dwazen is dwaasheid.

23Het hart van een wijze maakt zijn mond verstandig,

en zal op zijn lippen het inzicht vermeerderen.

24Lieflijke woorden zijn een honingraat,

zoet voor de ziel, en genezing voor de beenderen.

25

16:25
Spr. 14:12
Er is soms een weg die iemand recht schijnt,

maar het einde ervan zijn wegen van de dood.

26De honger16:26 honger - Letterlijk: de ziel. van de arbeider werkt ten behoeve van hemzelf,

want zijn mond dringt hem ertoe.

27Een verdorven man graaft kwaad op,

en

16:27
Spr. 12:18
op zijn lippen is het als een verzengend vuur.

28

16:28
Spr. 15:18
26:21
29:22
Een verderfelijke man brengt ruzie teweeg,

en een lasteraar maakt scheiding tussen de beste vrienden.

29Een man van geweld misleidt zijn naaste

en brengt hem op een weg die niet goed is.

30

16:30
Spr. 6:13,14
Hij doet zijn ogen dicht om verderfelijke dingen te bedenken,

bijt hij op zijn lippen, dan voert hij kwaad uit.

31Grijsheid is een sierlijke kroon,

ze wordt gevonden op de weg van de gerechtigheid.

32Een geduldig man is beter dan een dappere held,

en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt.

33Het lot wordt in de schoot geworpen,

maar elke beslissing daardoor komt van de HEERE.