Herziene Statenvertaling (HSV)
2

Profetie over de ondergang van Ninevé

21De verstrooier trekt tegen u op!

Bewaak de vesting,

houd de weg in het oog,

sterk de lendenen,

zet al uw kracht in!2:1 zet al uw kracht in - Letterlijk: versterk zeer de kracht.

2Voorzeker, de HEERE zal

de glorie van Jakob herstellen,

zoals de glorie van Israël;

want

2:2
Ps. 80:13
Jes. 10:12
plunderaars hebben hen geplunderd

en hun wijnranken te gronde gericht.

3Het schild van zijn helden is rood geverfd,

de dappere mannen zijn in karmozijnrood gekleed.

De strijdwagens schitteren als in het vuur van fakkels

op de dag dat hij zich gereedmaakt,

en de lansen worden geschud.

4De strijdwagens razen door de straten,

ze jagen over de pleinen.

Hun uiterlijk is als fakkels,

als bliksemflitsen schieten ze heen en weer.

5Hij denkt aan zijn machtigen

– struikelen zullen zij op hun wegen –

zij haasten zich naar haar muur

en het stormdak wordt gereedgemaakt.

6De poorten van de rivieren worden opengedaan;

het paleis smelt weg.

7Dit staat vast: zij wordt ontbloot, zij wordt opgebracht,

terwijl haar slavinnen klagen zoals het koeren van duiven,

terwijl zij zich op de borst slaan.2:7 terwijl … slaan - Letterlijk: terwijl zij op hun harten trommelen.

8Ninevé is als een watervijver,

vanaf de dagen dat het bestaat,

maar nu slaan zij op de vlucht!

Blijf staan, blijf staan!

Maar niemand keert zich om!

9Roof zilver, roof goud!

Er komt geen einde aan de voorraad:

de rijkdom aan allerlei

kostbare voorwerpen!

10Leeg, leeggeplunderd, verwoest,

2:10
Deut. 1:28
20:8
Joz. 2:11
5:1
7:5
Jes. 13:7
Ezech. 21:7
het hart smelt weg en de knieën knikken,

en pijnscheuten zijn

2:10
Jes. 13:8
21:3
in al de lendenen

en de gezichten van hen allen verschieten van kleur.

11Waar is nu de verblijfplaats van de leeuwen,

de open plaats voor de jonge leeuwen,

waar de leeuw heen ging,

de leeuwin was daar, het leeuwenwelp

en niemand schrikte ze op?

12De leeuw verscheurde genoeg voor zijn welpen

en wurgde voor zijn leeuwinnen,

en hij vulde zijn holen met prooi,

zijn verblijfplaatsen met het verscheurde.

13Zie, Ik zál u,

spreekt de HEERE van de legermachten:

Ik zal haar strijdwagens in rook doen opgaan en verbranden,

en het zwaard zal uw jonge leeuwen verteren.

Ik zal uw prooi uitroeien van de aarde,

en de stem van uw gezanten zal niet meer gehoord worden.

3

De ondergang van Ninevé

31Wee de bloedstad,

een en al leugen,

vol buit!3:1 vol buit - Letterlijk: vol verscheuren.

Het roven houdt niet op.

2Zweepgeknal,

het geluid van ratelende wielen,

galopperende paarden,

hotsende wagens,

3steigerende ruiters,

vlammende zwaarden

en bliksemende speren,

een menigte gesneuvelden

en een massa dode lichamen.

Ja, aan lichamen komt geen einde,

men zal struikelen over hun lichamen!

4Vanwege de vele hoererijen van de hoer,

die verleidelijke schoonheid,3:4 die verleidelijke schoonheid - Letterlijk: goed van gunst. meesteres in toverijen,

die volken verkocht heeft met haar hoererijen,

en geslachten met haar toverijen.

5Zie, Ik zál u, spreekt de HEERE van de legermachten:

Ik zal de zomen van uw kleding optillen boven uw gezicht;

Ik zal de heidenvolken uw naaktheid laten zien,

de koninkrijken uw schande.

6Ik zal weerzinwekkende dingen op u werpen,

u te schande maken

en u te kijk zetten.

7Dan zal het gebeuren dat allen die u zien,

bij u vandaan zullen vluchten

en zeggen: Ninevé is verwoest!

Wie zal haar zijn medeleven betuigen?

Waar zal ik troosters voor u zoeken?

8Bent u beter dan No-Amon,

dat aan de rivieren ligt,

met water eromheen,

met de zee als vestingwal,

haar muur bestaat uit zee?

9Cusj en Egypte waren haar kracht

en er kwam geen einde aan.

Put en Libië

waren er tot uw hulp.

10Ook zij ging in ballingschap,

in gevangenschap.

Zelfs haar kleine kinderen werden verpletterd

op de hoeken van alle straten.

Over haar aanzienlijken

wierpen zij het lot

en al haar groten

werden in boeien geslagen.

11Ook u zult dronken worden,

zich verbergen;

ook u zult een vesting zoeken vanwege de vijand.

12Al uw vestingen

zijn vijgenbomen met vroegrijpe vruchten:

als zij geschud worden,

vallen ze de eter in de mond.

13Zie, uw volk: vrouwen zijn het,

te midden van u.

De poorten van uw land

zullen voor uw vijanden wijd geopend worden.

Vuur zal uw grendels verteren.

14Put voor uzelf water voor de belegering,

versterk uw vestingen.

Stap in de klei en treed het leem,

grijp de steenvorm.

15Vuur zal u daar verteren,

het zwaard u uitroeien,

het zal u verteren als de treksprinkhanen.

Vermeerder u als de treksprinkhanen,

vermeerder u als de veldsprinkhanen.

16U hebt uw handelaars talrijker gemaakt

dan de sterren aan de hemel.

De treksprinkhaan zal vervellen en wegvliegen.

17Uw hovelingen zijn als de veldsprinkhanen,

uw ambtenaren als een sprinkhanenzwerm

die zich op de omheiningen legert op koude dagen.

Gaat de zon op, dan vliegen zij weg,

zonder dat hun verblijfplaats bekend wordt.

Waar zijn zij gebleven?

18Uw herders sluimeren, koning van Assyrië,

uw machtigen liggen terneer.

Uw volk is verstrooid over de bergen

en niemand zal het bijeenbrengen.

19Er is geen heling voor uw breuk,

uw wond is pijnlijk.

Allen die het gerucht over u horen,

klappen om u in de handen,

want over wie is uw kwaad niet voortdurend heen gekomen?

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]