Herziene Statenvertaling (HSV)
2

21Wee hun die onrecht uitdenken,

kwaad uitwerken op hun slaapplaats,

en het bij het licht van de morgenstond uitvoeren,

omdat zij daartoe bij machte zijn.2:1 omdat … zijn - Letterlijk: omdat het in de macht van hun hand is.

2Zij

2:2
Jes. 5:8
begeren akkers en roven die,

en huizen, en nemen die af.

Zo onderdrukken zij de man en zijn huis,

de mens en zijn erfelijk bezit.

3Daarom, zo zegt de HEERE,

zie, Ik bedenk kwaad over dit geslacht

waar u uw nekken niet uit weg kunt nemen

en waardoor u niet rechtop verder kunt gaan,

want het zal een

2:3
Amos 5:13
kwade tijd zijn.

4Op die dag zal men een spreuk over u aanheffen, klaaglijk klagend met een rouwklacht, en zeggen:

Wij zijn geheel verwoest,

Hij doet het deel van mijn volk van eigenaar veranderen.

Hoe neemt Hij het van mij weg,

Hij deelt onze akkers uit aan afvalligen!

5Daarom zult u niemand hebben

die volgens het lot het meetsnoer

2:5
Deut. 32:8,9
uitwerpt

in de gemeente van de HEERE.

Oordeel over de valse profeten

6Ze profeteren:

2:6
Jes. 30:10
Amos 7:16
Profeteer niet!

Ze moeten er niet over profeteren!

Er komt geen einde aan al die smaad.2:6 Er komt … smaad - Letterlijk: Men keert zich niet af van smadingen.

7U die huis van Jakob genoemd wordt,

komt de Geest van de HEERE soms tekort?

Zijn dat Zijn daden?

Doen Mijn woorden geen goed

bij hem die oprecht wandelt?

8Maar onlangs stelde Mijn volk

zich nog op als een vijand

tegenover een kledingstuk.

U rukt de mantel af

van nietsvermoedende voorbijgangers

die terugkeren van de strijd.2:8 die terugkeren van de strijd - Of: die afkerig zijn van strijd.

9De vrouwen van Mijn volk verdrijft u,

elk uit het huis dat haar lief is,

haar kleine kinderen ontneemt u

voor eeuwig Mijn sieraad.

10Sta op en ga weg,

want dit is niet het land van de rust.

Omdat het verontreinigd is, brengt het de ondergang,

ja, een verschrikkelijke ondergang.

11Als er iemand is die wind naloopt,

en bedrieglijk liegt en zegt:

Ik profeteer voor u

voor wijn en sterkedrank,

dan is hij voor dit volk de profeet!

Aankondiging van heil

12Ik zal u, Jakob, zeker verzamelen, geheel en al.

Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen.

Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra,

als een kudde midden in zijn weide.

Het zal er gonzen van de mensen.

13De Doorbreker trekt vóór hen op.

Zij zullen doorbreken, door de poort trekken

en daardoor naar buiten gaan.

Hun Koning gaat vóór hen uit,

de HEERE gaat aan de spits.