Herziene Statenvertaling (HSV)
2

De wijzen uit het oosten

21Toen nu Jezus

2:1
Luk. 2:4
geboren was in Bethlehem, in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan,

2en zeiden: Waar is de Koning van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

3Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij in verwarring en heel Jeruzalem met hem.

4En nadat hij alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen had laten komen, wilde hij van hen weten waar de Christus geboren zou worden.

5Zij zeiden tegen hem: In Bethlehem, in Judea, want zo staat het geschreven door de profeet:

6

2:6
Micha 5:1
Joh. 7:42
En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal.

7Toen riep Herodes de wijzen onopgemerkt bij zich en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd dat de ster verschenen was;

8en hij stuurde hen naar Bethlehem en zei: Ga erheen en doe nauwkeurig onderzoek naar dat Kind, en als u Het gevonden hebt, bericht het mij, zodat ook ik kom om Het te aanbidden.

9En nadat zij de koning aangehoord hadden, gingen zij op weg. En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat hij boven de plaats kwam te staan waar het Kind was.

10Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.

11En toen zij in het huis kwamen, vonden2:11 vonden - Letterlijk: zagen. zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.

12En nadat zij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd waren om niet terug te keren naar Herodes, keerden zij langs een andere weg terug naar hun land.

Naar Egypte

13Nadat zij vertrokken waren, zie, een engel van de Heere verschijnt Jozef in een droom en zegt: Sta op, en neem het Kind en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het Kind zoeken om Het om te brengen.

14Hij stond dan op, nam het Kind en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte.

15En hij bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld werd wat door de Heere gesproken is door de

2:15
Hos. 11:1
profeet: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

De kindermoord in Bethlehem

16Toen werd Herodes, die zag dat hij door de wijzen bedrogen was, verschrikkelijk kwaad. Hij stuurde er soldaten op uit en bracht al de kinderen om die er binnen Bethlehem en in heel dat gebied waren, van twee jaar oud en daaronder, in overeenstemming met de tijd die hij bij de wijzen nauwkeurig nagevraagd had.

17Toen is vervuld wat gesproken is door de profeet Jeremia:

18

2:18
Jer. 31:15
Een stem is in Rama gehoord, geklaag, gejammer en veel gekerm; Rachel huilde over haar kinderen, en wilde niet vertroost worden, omdat zij er niet meer zijn.

Naar Nazareth

19Toen Herodes gestorven was, zie, een engel van de Heere verschijnt Jozef in een droom, in Egypte,

20en zegt: Sta op, neem het Kind en Zijn moeder met u mee, en ga naar het land Israël, want zij die het Kind naar het leven stonden,2:20 die het Kind naar het leven stonden - Letterlijk: die de ziel van het Kind zochten. zijn gestorven.

21Hij stond dan op, nam het Kind en Zijn moeder met zich mee, en kwam in het land Israël.

22Toen hij echter hoorde dat Archelaüs in Judea koning was in de plaats van zijn vader Herodes, was hij bevreesd daarheen te gaan. Maar nadat zij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd waren, vertrok hij naar het gebied van Galilea.

23En toen hij daar gekomen was, ging hij wonen in een stad die Nazareth heette, opdat vervuld werd wat door de

2:23
Jes. 11:1
60:21
Zach. 6:12
profeten gezegd is: dat Hij Nazarener genoemd zal worden.

3

Johannes de Doper

31In die dagen

3:1
Mark. 1:4
Luk. 3:3
trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea,

2en zei: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

3Want deze is het over wie gesproken werd door de profeet Jesaja toen hij zei:

3:3
Jes. 40:3
Mark. 1:3
Luk. 3:4
Joh. 1:23
De stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.

4Deze Johannes had kleding

3:4
Mark. 1:6
van kameelhaar en een leren gordel om zijn middel; zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing.

5Toen liep Jeruzalem, heel Judea en heel het land rondom de Jordaan naar hem uit,

6

3:6
Mark. 1:5
en zij werden door hem gedoopt in de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.

7Toen hij

3:7
Luk. 3:7
velen van de Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop zag afkomen, zei hij tegen hen:
3:7
Matt. 12:34
23:33
Adderengebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn?

8

3:8
Luk. 3:8
Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering,

9en denk niet dat u bij uzelf kunt zeggen:

3:9
Joh. 8:39
Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinderen kan verwekken.

10De bijl ligt zelfs al aan de wortel van de bomen;

3:10
Matt. 7:19
Joh. 15:6
elke boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.

11Ik doop u wel met water tot bekering,

3:11
Mark. 1:7
Luk. 3:16
Joh. 1:15,26
Hand. 1:5
11:16
19:4
maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

12Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen en Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden.

Johannes doopt Jezus

13

3:13
Mark. 1:9
Luk. 3:21
Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden.

14Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij?

15Maar Jezus antwoordde hem en zei: Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij het Hem toe.

16En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag

3:16
Jes. 11:2
42:1
Joh. 1:32
de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen.

17En zie, een stem uit de hemelen zei:

3:17
Jes. 42:1
Matt. 12:18
17:5
Luk. 9:35
Kol. 1:13
2 Petr. 1:17
Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!

4

De verzoeking in de woestijn

41Toen

4:1
Mark. 1:12
Luk. 4:1
werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel.

2En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij ten slotte honger.

3En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden.

4Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven:

4:4
Deut. 8:3
De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

5Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel,

6en hij zei tegen Hem: Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven

4:6
Ps. 91:11,12
dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot.

7Jezus zei tegen hem: Er staat eveneens geschreven:

4:7
Deut. 6:16
U zult de Heere, uw God, niet verzoeken.

8Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid,

9en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt.

10Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven:

4:10
Deut. 6:13
10:20
De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen.

11Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.

Het begin van Jezus' prediking

12Toen Jezus gehoord had dat

4:12
Mark. 1:14
Luk. 4:14
Johannes overgeleverd was, keerde Hij terug
4:12
Luk. 4:16,31
Joh. 4:43
naar Galilea.

13Hij verliet Nazareth en ging wonen in Kapernaüm, dat aan de zee lag, in het gebied van Zebulon en Naftali,

14opdat vervuld zou worden wat door de profeet Jesaja gesproken werd toen hij zei:

15

4:15
Jes. 8:23
9:1
Land Zebulon en land Naftali, gebied aan de weg naar de zee en over de Jordaan, Galilea van de volken,

16het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en voor hen die zaten in het land en de schaduw van de dood, is een licht opgegaan.

17Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen:

4:17
Mark. 1:15
Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

De eerste discipelen

18

4:18
Mark. 1:16
En Jezus liep langs de zee van Galilea en zag twee broers, namelijk Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, het net in de zee werpen, want zij waren vissers.

19En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij aan, en Ik zal u vissers van mensen maken.

20Zij lieten meteen de netten achter en volgden Hem.

21Hij ging vandaar verder en zag twee andere broers, namelijk Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer, in het schip met hun vader Zebedeüs, terwijl zij hun netten aan het herstellen waren, en Hij riep hen.

22Zij lieten meteen het schip en hun vader achter en volgden Hem.

De toeloop van de menigte

23En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.

24En het gerucht over Hem verspreidde zich4:24 verspreidde zich - Letterlijk: ging uit. over heel Syrië; en zij brachten bij Hem allen die er slecht aan toe waren en door allerlei ziekten en pijnen bevangen waren, en die door demonen bezeten waren, en maanzieken en verlamden; en Hij genas hen.

25En grote menigten volgden Hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea, en van over de Jordaan.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]