Herziene Statenvertaling (HSV)
16

Een wonderteken geweigerd

161En

16:1
Matt. 12:38
Mark. 8:11
Luk. 11:29
12:54
Joh. 6:30
de Farizeeën en de Sadduceeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken, en zij vroegen Hem of Hij hun een teken uit de hemel wilde laten zien.

2Maar Hij antwoordde en zei tegen hen:

16:2
Luk. 12:54
Als het avond geworden is, zegt u: Mooi weer, want de hemel is rood;

3en 's morgens: Vandaag storm, want de hemel is somber rood. Huichelaars! De aanblik van de lucht weet u wel te onderscheiden, en kunt u de tekenen van de tijden niet onderscheiden?

4

16:4
Matt. 12:39
Luk. 11:29
Het verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken; maar hun zal geen teken gegeven worden dan het teken van
16:4
Jona 1:17
Jona, de profeet. En Hij verliet hen en ging weg.

5En toen Zijn discipelen aan de overkant gekomen waren, bleek dat zij vergeten hadden broden mee te nemen.

6

16:6
Mark. 8:15
Luk. 12:1
Jezus zei tegen hen: Kijk uit, en wees op uw hoede voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën.

7Zij spraken erover met elkaar en zeiden: Dit zegt Hij, omdat wij geen broden meegenomen hebben.

8En Jezus, Die dat wist, zei tegen hen: Waarom spreekt u er met elkaar over, kleingelovigen, dat u geen broden meegenomen hebt?

9

16:9
Matt. 14:17
Mark. 6:38
Luk. 9:13
Joh. 6:9
Ziet u het nog niet in? En herinnert u zich niet de vijf broden voor de vijfduizend, en hoeveel korven u opgehaald hebt?

10

16:10
Matt. 15:34
En ook niet de zeven broden voor de vierduizend, en hoeveel manden u opgehaald hebt?

11Waarom ziet u dan niet in dat Ik tot u niet over brood gesproken heb, toen Ik zei dat u op uw hoede moest zijn voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën?

12Toen begrepen zij dat Hij niet gezegd had dat zij op hun hoede moesten zijn voor het zuurdeeg van het brood, maar voor het onderricht van de Farizeeën en de Sadduceeën.

De belijdenis van Petrus

13

16:13
Mark. 8:27
Luk. 9:18
Toen Jezus gekomen was in het gebied van Caesarea Filippi, vroeg Hij aan Zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?

14Zij zeiden:

16:14
Matt. 14:2
Sommigen: Johannes de Doper, en anderen: Elia, en weer anderen: Jeremia of een van de profeten.

15Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben?

16

16:16
Joh. 6:69
Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God.

17En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard,

16:17
Matt. 11:25
maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.

18

16:18
Ps. 118:22
Joh. 1:43
En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op
16:18
Jes. 28:16
1 Kor. 3:11
deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de
16:18
Jes. 33:20
poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.

19

16:19
Matt. 18:18
Joh. 20:22
En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

20Toen verbood Hij Zijn discipelen dat zij tegen iemand zouden zeggen dat Hij, Jezus, de Christus, was.

Eerste aankondiging van het lijden

21

16:21
Matt. 17:22
20:18
Mark. 8:31
9:31
10:33
Luk. 9:22
18:31
24:7
Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te laten zien dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden van de kant van de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden en op de derde dag zou worden opgewekt.

22En Petrus nam Hem apart en begon Hem te bestraffen; hij zei: God zij U genadig, Heere, dit zal beslist niet met U gebeuren!

23Maar Hij keerde Zich om en zei tegen Petrus: Ga weg achter Mij, satan!

16:23
2 Sam. 19:22
U bent een struikelblok voor Mij, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen.

Aansporing tot zelfverloochening

24Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen:

16:24
Matt. 10:38
Mark. 8:34
Luk. 9:23
14:27
Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.

25

16:25
Matt. 10:39
Mark. 8:35
Luk. 9:24
17:33
Joh. 12:25
Want wie zijn leven16:25 leven - Letterlijk: ziel. zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen om Mij, die zal het vinden.

26

16:26
Luk. 9:25
Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt? Of
16:26
Ps. 49:9
Mark. 8:37
wat zal een mens geven als losprijs voor zijn ziel?

27

16:27
Matt. 24:30
25:31
26:64
Want de Zoon des mensen zal komen in de
16:27
Matt. 25:31
heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen,
16:27
Job 34:11
Ps. 62:13
Rom. 2:6
en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.

28

16:28
Mark. 9:1
Luk. 9:27
Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn sommigen van hen die hier staan, die de dood niet zullen proeven voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

17

De verheerlijking op de berg

171En

17:1
Mark. 9:2
Luk. 9:28
2 Petr. 1:17
na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, met Zich mee en bracht hen op een hoge berg, alleen hen.

2En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.

3En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.

4Petrus antwoordde en zei tegen Jezus: Heere, het is goed dat wij hier zijn; laten wij, als U wilt, hier drie tenten maken, voor U een, voor Mozes een, en een voor Elia.

5Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei:

17:5
Jes. 42:1
Matt. 3:17
Mark. 1:11
9:7
Luk. 3:22
9:35
Kol. 1:13
2 Petr. 1:17
Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb;
17:5
Deut. 18:19
Hand. 3:22
luister naar Hem!

6En toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich met het gezicht ter aarde en werden zeer bevreesd.

7En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zei: Sta op en wees niet bevreesd.

8Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen.

9

17:9
Mark. 9:9
Luk. 9:36
En toen zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: Vertel niemand van wat u gezien hebt, totdat de Zoon des mensen opgestaan is uit de doden.

10

17:10
Mark. 9:11
En Zijn discipelen vroegen Hem: Waarom zeggen de schriftgeleerden dan dat
17:10
Mal. 4:5
Matt. 11:14
Mark. 9:11
Elia eerst moet komen?

11Jezus antwoordde en zei tegen hen: Elia zal wel eerst komen en alles herstellen.

12Ik zeg u echter dat Elia al gekomen is, en ze hebben hem niet erkend, maar ze hebben met hem gedaan alles wat ze wilden; zo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden.

13Toen begrepen de discipelen dat Hij tot hen over Johannes de Doper gesproken had.

De maanzieke jongen

14

17:14
Mark. 9:16
Luk. 9:37
En toen zij bij de menigte gekomen waren, kwam er iemand bij Hem, die voor Hem op de knieën viel en zei:

15Heere, ontferm U over mijn zoon, want hij is maanziek en heeft veel te lijden, want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.

16En ik heb hem bij Uw discipelen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.

17Jezus antwoordde en zei: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn, hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem hier bij Mij.

18En Jezus bestrafte hem, en de demon ging van hem uit; en het kind was vanaf dat moment genezen.

19

17:19
Mark. 9:28
Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij alleen waren: Waarom konden wij hem niet uitdrijven?

20Jezus zei tegen hen: Vanwege uw ongeloof,

17:20
Matt. 21:21
Luk. 17:6
want voorwaar, Ik zeg u: Als u een geloof had als een mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn.

21Maar dit soort gaat niet uit dan door bidden en vasten.

Tweede aankondiging van het lijden

22

17:22
Matt. 16:21
20:18
Mark. 8:31
9:31
10:33
Luk. 9:22,44
18:31
Toen zij in Galilea verbleven, zei Jezus tegen hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen van mensen.

23En zij zullen Hem doden, maar op de derde dag zal Hij opgewekt worden. En zij werden erg bedroefd.

De tempelbelasting

24Toen zij Kapernaüm binnengekomen waren, gingen zij die de twee drachmen inden, naar Petrus toe en zeiden: Betaalt uw Meester de twee drachmen niet?

25Hij zei:

17:25
Matt. 22:21
Rom. 13:7
Jawel. En toen hij in huis gekomen was, was Jezus hem voor en zei: Wat denkt u, Simon? De koningen van de aarde, van wie ontvangen zij tol of belasting, van hun zonen of van vreemden?

26Petrus zei tegen Hem: Van vreemden. Jezus zei tegen hem: Dan zijn de zonen dus vrijgesteld.

27Maar om hun geen aanstoot te geven: ga naar de zee, werp een vishaak uit, en pak de eerste vis die bovenkomt. Doe zijn bek open en u zult een stater17:27 Een stater is vier drachmen. vinden. Neem die en geef hem aan hen voor Mij en voor u.

18

Waarschuwing tegen eerzucht

181Op

18:1
Mark. 9:34
Luk. 9:46
22:24
dat moment kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: Wie is toch de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen?

2En Jezus riep een kind bij Zich en zette dat in hun midden.

3En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u:

18:3
Matt. 19:14
1 Kor. 14:20
1 Petr. 2:2
Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.

4

18:4
1 Petr. 5:6
Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen.

5

18:5
Mark. 9:37
Luk. 9:48
Joh. 13:20
En wie zo'n kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.

Waarschuwing tegen struikelblokken

6

18:6
Mark. 9:42
Luk. 17:2
Maar wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem geweest zijn dat een molensteen aan zijn hals gehangen was en hij in de diepte van de zee gezonken was.

7Wee de wereld vanwege al haar struikelblokken,

18:7
1 Kor. 11:19
want het is noodzakelijk dat er struikelblokken komen;
18:7
Matt. 26:24
Hand. 2:23
4:27,28
maar wee die mens door wie zo'n struikelblok er komt!

8

18:8
Deut. 13:6
Matt. 5:29,30
Mark. 9:43
Als dan uw hand of uw voet u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u. Het is beter voor u kreupel of verminkt tot het leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden.

9Als uw oog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u. Het is beter voor u met één oog tot het leven in te gaan, dan met twee ogen in het helse vuur18:9 het helse vuur - Letterlijk: de hel van het vuur. geworpen te worden.

Het verloren schaap

10Pas op dat u niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg u

18:10
Ps. 34:8
dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.

11

18:11
Luk. 19:10
Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken wat verloren is.

12

18:12
Luk. 15:3
Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken?

13En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.

14Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat.

De kerkelijke tucht

15

18:15
Lev. 19:17
Spr. 17:10
Luk. 17:3
Jak. 5:19
Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen.

16Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee,

18:16
Num. 35:30
Deut. 17:6
19:15
Joh. 8:17
2 Kor. 13:1
Hebr. 10:28
opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat.

17Als hij niet naar hen luistert,

18:17
2 Thess. 3:14
zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert,
18:17
1 Kor. 5:9
2 Thess. 3:14
laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.

18

18:18
Matt. 16:19
Joh. 20:23
Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.

19Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is.

20

18:20
Luk. 24:15,36
Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.

De onbarmhartige knecht

21Toen kwam Petrus naar Hem toe en zei: Heere, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven?

18:21
Luk. 17:4
Tot zevenmaal toe?

22Jezus zei tegen hem: Ik zeg u: niet tot zevenmaal, maar

18:22
Matt. 6:14
Mark. 11:25
Kol. 3:13
tot zeventig maal zevenmaal.

23Daarom kan het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met een zeker koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren.

24Toen hij begon af te rekenen, werd er iemand bij hem gebracht die hem tienduizend talenten schuldig was.

25

18:25
Matt. 5:25
En toen hij niet kon betalen, gaf zijn heer opdracht dat men hem zou verkopen, én zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en dat de schuld betaald moest worden.

26De dienaar dan knielde voor hem neer en zei: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.

27En de heer van deze dienaar was innerlijk met ontferming bewogen, liet hem gaan en schold hem de schuld kwijt.

28Maar deze dienaar ging naar buiten en trof een van zijn mededienaren aan, die hem honderd penningen18:28 penningen - Letterlijk: denarie, dat is het dagloon van een arbeider. schuldig was. Hij pakte hem beet, greep hem bij de keel en zei: Betaal mij wat u schuldig bent.

29Zijn mededienaar dan liet zich voor hem neervallen en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.

30Hij wilde echter niet, maar ging heen en wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld betaald zou hebben.

31Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, werden zij erg bedroefd; zij gingen naar hun heer en vertelden hem alles wat er gebeurd was.

32Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tegen hem: Slechte dienaar, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat u mij dat smeekte.

33Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw mededienaar, zoals ik ook medelijden met u had?

34En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaald zou hebben.

35

18:35
Matt. 6:14
Mark. 11:26
Jak. 2:13
Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]