Herziene Statenvertaling (HSV)
4

Verschijning van de Zon der gerechtigheid

41Want zie, die dag komt,

brandend als een oven.

Dan zullen alle hoogmoedigen

en allen die goddeloosheid doen,

4:1
Obadja vs. 18
stoppels worden.

En de dag die komt, zal ze in vlam zetten,

zegt de HEERE van de legermachten,

Die van hen

wortel noch tak zal overlaten.

2Maar voor u die Mijn Naam vreest,

zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;

en u zult naar buiten gaan en dartelen

als kalveren uit de stal.

3U zult de goddelozen vertrappen.

Voorzeker, stof zullen zij worden

onder uw voetzolen

op die dag die Ik bereiden zal,

zegt de HEERE van de legermachten.

4

4:4
Deut. 6:3
Denk aan de wet van Mozes, Mijn dienaar,

die Ik hem geboden heb

op Horeb voor heel Israël,

aan de verordeningen en de bepalingen.

5Zie, Ik zend tot u

de profeet

4:5
Matt. 11:14
17:11,12,13
Mark. 9:11,12,13
Luk. 1:17
Elia,

voordat de dag van de HEERE komt,

die grote en ontzagwekkende dag.

6Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen,

en het hart van de kinderen tot hun vaders,

opdat Ik niet zal komen

en de aarde met de ban zal slaan.

1

Opschrift

11Een last,1:1 Een last - Dat wil zeggen: een woord van God dat de profeet als een last is opgelegd. het woord van de HEERE tot Israël, door de dienst van Maleachi.

Israëls ondankbaarheid

2Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE,

maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad?

Was Ezau niet de broer van Jakob? spreekt de HEERE.

1:2
Rom. 9:13
Toch heb Ik Jakob liefgehad,

3en Ezau heb Ik gehaat.

Ik heb zijn bergen gemaakt tot een woestenij,

en zijn erfelijk bezit prijsgegeven aan de jakhalzen van de woestijn.

4Hoewel Edom zegt: Als wij verwoest worden,

bouwen wij de puinhopen weer op,

zegt de HEERE van de legermachten dit:

Zullen zíj bouwen, dan zal Ík afbreken,

en men zal hen noemen: Goddeloos gebied,

en: Het volk waarop de HEERE tot in eeuwigheid toornig is.

5Uw eigen ogen zullen het zien,

en u zult zelf zeggen: Groot is de HEERE,

tot over de grenzen van Israël!

Bestraffing vanwege onheilige offers

6Een zoon eert zijn vader en een slaaf zijn heer. Als Ik dan een Vader ben, waar is de eerbied voor Mij? En als Ik een Heer ben, waar is de vrees voor Mij? zegt de HEERE van de legermachten tegen u, priesters die Mijn Naam verachten. Maar u zegt: Waardoor verachten wij Uw Naam?

7Doordat u onrein brood op Mijn altaar brengt. En u zegt: Waardoor maken wij U onrein? Doordat u zegt: De tafel van de HEERE, die is verachtelijk.

8En als u een blind dier ten offer brengt: Dat is niet erg! En als u een kreupel of ziek dier ten offer brengt: Dat is niet erg! Bied het maar eens aan uw landvoogd aan. Zou hij u goedgezind zijn of u ter wille zijn?1:8 u ter wille zijn - Letterlijk: uw gezicht verheffen; zie ook vers 9. Dit zegt de HEERE van de legermachten.

9Nu dan, tracht toch het aangezicht van God gunstig te stemmen, dat Hij ons genadig zal zijn. Dit gebeurt door uw hand: zou Hij u ter wille zijn? zegt de HEERE van de legermachten.

10Was er ook maar iemand onder u die de deuren zou sluiten, dan zou u niet zonder reden Mijn altaar aansteken. Ik heb geen welgevallen in u, zegt de HEERE van de legermachten,

1:10
Jes. 1:11
Jer. 6:20
Amos 5:21,22
en een graanoffer uit uw hand aanvaard Ik niet.

11Want vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenvolken; in elke plaats zal aan Mijn Naam een reukoffer gebracht worden, en een rein graanoffer. Voorzeker, Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenvolken, zegt de HEERE van de legermachten.

12Maar u ontheiligt hem, wanneer u zegt: De tafel van de Heere, die is onrein, en wat zij oplevert, haar voedsel, is verachtelijk.

13Verder zegt u: Zie, wat een vermoeienis! Maar u zou het kunnen wegblazen, zegt de HEERE van de legermachten. U brengt wat geroofd, kreupel en ziek is. Als u dat graanoffer brengt, zou Ik dat uit uw hand aanvaarden? zegt de HEERE.

14Ja, vervloekt is de bedrieger die een mannetjesdier in zijn kudde heeft, en een gelofte doet, maar aan de Heere offert wat geschonden is! Voorzeker, Ik ben een groot Koning, zegt de HEERE van de legermachten, en Mijn Naam is ontzagwekkend onder de volken.