Herziene Statenvertaling (HSV)
18

Huwelijkswetten

181De HEERE sprak tot Mozes:

2Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: Ik ben de HEERE, uw God.

3U mag de gebruiken van het land Egypte, waarin u gewoond hebt, niet navolgen, en ook de gebruiken van het land Kanaän, waar Ik u naartoe breng, mag u niet navolgen. U mag niet in hun verordeningen gaan.

4Mijn bepalingen moet u houden en Mijn verordeningen moet u in acht nemen door daarnaar te wandelen. Ik ben de HEERE, uw God.

5Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen.

18:5
Ezech. 20:11,13
Rom. 10:5
Gal. 3:12
De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de HEERE.

6Niemand mag tot welke bloedverwant van zijn eigen familie dan ook naderen om de schaamdelen te ontbloten. Ik ben de HEERE.

7U mag de schaamte van uw vader, namelijk de schaamdelen van uw moeder, niet ontbloten. Zij is uw moeder, u mag haar schaamdelen niet ontbloten.

8

18:8
Lev. 20:11
1 Kor. 5:1
U mag de schaamdelen van de vrouw van uw vader niet ontbloten. Het is de schaamte van uw vader.

9De schaamdelen van uw zuster, de dochter van uw vader of de dochter van uw moeder, of ze nu in dit gezin of daarbuiten geboren is, hun schaamdelen mag u niet ontbloten.

10De schaamdelen van de dochter van uw zoon of van de dochter van uw dochter, hun schaamdelen mag u niet ontbloten, want zij zijn uw schaamte.

11

18:11
Lev. 20:17
De schaamdelen van de dochter van de vrouw van uw vader, die bij uw vader geboren is – zij is uw zuster – haar schaamdelen mag u niet ontbloten.

12

18:12
Lev. 20:19
U mag de schaamdelen van de zuster van uw vader niet ontbloten. Zij is een bloedverwante van uw vader.

13U mag de schaamdelen van de zuster van uw moeder niet ontbloten, want zij is een bloedverwante van uw moeder.

14

18:14
Lev. 20:20
Ezech. 22:11
U mag de schaamte van de broer van uw vader niet ontbloten. U mag niet tot zijn vrouw naderen, zij is uw tante.

15

18:15
Lev. 20:12
U mag de schaamdelen van uw schoondochter niet ontbloten. Zij is de vrouw van uw zoon, u mag haar schaamdelen niet ontbloten.

16

18:16
Lev. 20:21
U mag de schaamdelen van de vrouw van uw broer niet ontbloten. Het is de schaamte van uw broer.

17

18:17
Lev. 20:14
U mag de schaamdelen van een vrouw én die van haar dochter niet ontbloten. U mag niet de dochter van haar zoon en ook niet de dochter van haar dochter tot vrouw nemen om haar schaamdelen te ontbloten. Zij zijn bloedverwanten, het is schandelijk gedrag.

18Verder mag u niet naast uw eigen vrouw haar zuster tot vrouw nemen. U zou haar krenken door haar schaamte te ontbloten terwijl zij nog in leven is.

19

18:19
Lev. 20:18
U mag niet naderen tot een vrouw die vanwege haar afzondering onrein is, om haar schaamdelen te ontbloten.

20

18:20
Lev. 20:10
U mag niet met de vrouw van uw naaste de geslachtsdaad verrichten om gemeenschap met haar te hebben.18:20 om … te hebben - Letterlijk: om te zaaien. Dan verontreinigt u zich met haar.

21

18:21
Lev. 20:2
Deut. 18:10
2 Kon. 17:17
23:10
U mag niemand uit uw nageslacht overgeven om aan de Molech geofferd te worden. De Naam van uw God mag u niet ontheiligen. Ik ben de HEERE.

22

18:22
Lev. 20:13
U mag niet slapen met een mannelijk persoon, zoals u met een vrouw slaapt. Dat is een gruwel.

23

18:23
Lev. 20:15,16
Ook mag u met geen enkel dier de geslachtsdaad verrichten. Dan verontreinigt u uzelf daarmee. Een vrouw mag ook niet vóór een dier gaan staan om ermee te paren. Het is een afschuwelijke schanddaad.

24U mag uzelf niet verontreinigen met al die dingen, want de heidenvolken die Ik vóór u uit ga verdrijven, hebben zich met al die dingen verontreinigd,

25zodat het land onrein geworden is. Ik zal het zijn ongerechtigheid vergelden, zodat het land zijn bewoners zal uitspuwen.

26

18:26
Lev. 20:22
Maar ú moet Mijn verordeningen en Mijn bepalingen in acht nemen. U mag geen enkele van die gruweldaden doen, de ingezetene van het land niet, en ook de vreemdeling niet die in uw midden verblijft.

27Want de mensen in dit land die er vóór u waren, hebben al die gruweldaden gedaan, zodat het land onrein geworden is.

28Laat het land u niet uitspuwen, omdat u het verontreinigt, zoals het het heidenvolk dat er vóór u was, uitgespuwd heeft.

29Want al wie ook maar één van al die gruweldaden doet, de personen die ze doen, moeten uit het midden van hun volk uitgeroeid worden.

30Daarom moet u Mijn voorschriften in acht nemen en geen van die gruwelijke gebruiken die vóór u gedaan zijn, navolgen, en u daardoor niet verontreinigen. Ik ben de HEERE, uw God.

19

Huiselijke en burgerlijke wetten

191De HEERE sprak tot Mozes:

2Spreek tot heel de gemeenschap van de Israëlieten, en zeg tegen hen:

19:2
Lev. 11:44
20:7,26
1 Petr. 1:16
Heilig moet u zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig.

3

19:3
Ex. 20:12
Ieder moet ontzag hebben voor zijn moeder en zijn vader en
19:3
Ex. 31:13
Lev. 26:2
Mijn sabbatten in acht nemen. Ik ben de HEERE, uw God.

4U mag u niet tot de afgoden wenden en

19:4
Ex. 34:17
voor uzelf geen gegoten goden maken. Ik ben de HEERE, uw God.

5Wanneer u nu een dankoffer aan de HEERE brengt, moet u dat zo brengen dat u voor Hem welgevallig bent.

6

19:6
Lev. 7:16
Op de dag van uw offer en op de volgende dag mag het gegeten worden, maar wat tot de derde dag overblijft, moet met vuur verbrand worden.

7Maar als het toch op de derde dag gegeten wordt, is het onrein vlees. Het zal u niet ten goede komen.

8Wie het namelijk eet, moet zijn ongerechtigheid dragen, omdat hij het heilige van de HEERE ontheiligd heeft. Daarom moet die persoon van zijn volksgenoten worden afgesneden.

9

19:9
Lev. 23:22
Deut. 24:19
Wanneer u nu de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen.

10U mag ook uw wijngaard niet nalopen en de afgevallen druiven van uw wijngaard niet oprapen. U moet ze voor de arme en voor de vreemdeling achterlaten. Ik ben de HEERE, uw God.

11

19:11
Ex. 20:15
U mag niet stelen, u mag niet liegen en iemand mag zijn naaste niet bedriegen.

12

19:12
Ex. 20:7
Deut. 5:11
U mag geen valse eed afleggen in Mijn Naam, en zo de Naam van uw God ontheiligen. Ik ben de HEERE.

13U mag uw naaste niet afpersen en niet beroven. Het

19:13
Deut. 24:14
Jak. 5:4
arbeidsloon van de dagloner mag niet de nacht bij u overblijven tot de volgende morgen.

14U mag een dove niet vervloeken en vóór een blinde mag u geen struikelblok neerleggen, maar u moet uw God vrezen. Ik ben de HEERE.

15U mag geen onrecht doen in de rechtspraak,

19:15
Deut. 1:17
16:19
Spr. 24:23
u mag geen partij trekken voor de arme en de aanzienlijke niet voortrekken.19:15 geen partij trekken … voortrekken - Letterlijk: het gezicht van de arme niet verheffen en het gezicht van de aanzienlijke niet voortrekken. Op rechtvaardige wijze moet u uw naaste oordelen.

16

19:16
Ex. 23:1
U mag onder uw volksgenoten niet met lasterpraat rondgaan, u mag uw naaste niet naar het leven staan. Ik ben de HEERE.

17

19:17
1 Joh. 2:9,11
3:15
U mag in uw hart uw broeder niet haten.
19:17
Matt. 18:15
Luk. 17:3
U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt.

18

19:18
Matt. 5:39,44
Luk. 6:27
Rom. 12:19
1 Kor. 6:7
1 Thess. 5:15
1 Petr. 3:9
U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar
19:18
Matt. 5:43
22:39
Rom. 13:9
Gal. 5:14
Jak. 2:8
u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.

19U moet Mijn verordeningen in acht nemen. Van uw dieren mag u niet twee verschillende soorten laten paren,

19:19
Deut. 22:9
uw akker mag u niet met twee verschillende soorten zaad inzaaien, en een bovenkleed uit twee verschillende soorten stof vervaardigd, mag u niet dragen.

20En wanneer een man met een vrouw geslapen heeft en gemeenschap met haar gehad heeft,19:20 en … gehad heeft - Letterlijk: de bijligging van zaad. terwijl zij als slavin voor een andere man bestemd is en nog niet daadwerkelijk vrijgekocht of vrijgelaten is, dan moet er straf komen. Zij mogen niet gedood worden, want zij was nog niet in vrijheid gesteld.

21Hij moet dan zijn schuldoffer voor de HEERE bij de ingang van de tent van ontmoeting brengen, een ram als schuldoffer.

22Dan zal de priester met de ram van het schuldoffer verzoening voor hem doen voor het aangezicht van de HEERE over zijn zonde, die hij begaan heeft, en hem zal vergeving worden geschonken van zijn zonde, die hij begaan heeft.

23Wanneer u in het land komt en allerlei vruchtbomen plant, moet u de vruchten ervan als verboden beschouwen.19:23 als verboden beschouwen - Letterlijk: zijn voorhuid besnijden. Drie jaar lang zullen ze voor u verboden zijn, er mag niet van gegeten worden.

24Maar in het vierde jaar zullen alle vruchten ervan heilig zijn, tot lofzegging voor de HEERE.

25En in het vijfde jaar mag u de vruchten ervan eten om de opbrengst ervan voor u te vermeerderen. Ik ben de HEERE, uw God.

26U mag niets eten met het bloed er nog in. U mag niet aan wichelarij doen en u mag geen wolken duiden.

27

19:27
Lev. 21:5
U mag de zijkanten van uw hoofd niet afscheren en de randen van uw baard mag u niet weghalen.

28

19:28
Deut. 14:1
U mag vanwege een dode geen inkerving in uw lichaam maken en geen tatoeages bij uzelf aanbrengen. Ik ben de HEERE.

29U mag uw dochter niet schenden door haar hoererij te laten bedrijven, zodat het land geen hoererij bedrijft en het land niet met schandelijk gedrag vervuld wordt.

30U moet Mijn sabbatten in acht nemen en eerbied hebben voor Mijn heiligdom. Ik ben de HEERE.

31

19:31
Lev. 20:6
U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben de HEERE, uw God.

32U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE.

33

19:33
Ex. 22:21
Wanneer een vreemdeling bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten.

34De vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God.

35U mag geen onrecht doen in de rechtspraak, met de lengtemaat, met het gewicht en met de inhoudsmaat.

36

19:36
Spr. 11:1
16:11
20:10
U moet een zuivere weegschaal hebben, zuivere gewichten, een zuivere efa19:36 Een efa is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter. en een zuivere hin.19:36 Een hin is vermoedelijk ongeveer 6 liter. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft.

37U moet al Mijn verordeningen en al Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden. Ik ben de HEERE.

20

Straffen tegen verschillende misdaden

201De HEERE sprak tot Mozes:

2U moet vervolgens tegen de Israëlieten zeggen:

20:2
Lev. 18:21
Iedereen uit de Israëlieten en uit de vreemdelingen die in Israël verblijven, die iemand uit zijn nageslacht aan de Molech overgegeven heeft, moet zeker gedood worden: de bevolking van het land moet hem met stenen stenigen.

3En Ikzelf zal Mijn aangezicht tegen die man keren en hem uit het midden van zijn volk uitroeien. Hij heeft immers iemand uit zijn nageslacht aan de Molech overgegeven, waardoor Mijn heiligdom verontreinigd en Mijn heilige Naam ontheiligd is.

4Maar als de bevolking van het land daadwerkelijk haar ogen sluit ten aanzien van die man, wanneer hij iemand uit zijn nageslacht aan de Molech heeft overgegeven, en hem niet ter dood brengt,

5dan zal Ikzelf Mijn aangezicht tegen die man en tegen zijn familie keren en Ik zal hem en ieder die samen met hem hoererij bedrijft door als in hoererij achter de Molech aan te gaan, uit het midden van hun volk uitroeien.

6En de persoon die zich tot de

20:6
Lev. 19:31
dodenbezweerders of tot de waarzeggers wendt om als in hoererij achter hen aan te gaan – tegen die persoon zal Ik Mijn aangezicht keren en Ik zal hem uit het midden van zijn volk uitroeien.

7

20:7
Lev. 11:44
19:2
1 Petr. 1:16
Heilig uzelf en wees heilig, want Ik ben de HEERE, uw God.

8Houd Mijn verordeningen en doe ze. Ik ben de HEERE, Die u heiligt.

9

20:9
Ex. 21:17
Spr. 20:20
Matt. 15:4
Ja, iedereen die zijn vader of zijn moeder vervloekt, moet zeker gedood worden. Hij heeft zijn vader of zijn moeder vervloekt. Zijn bloed rust op hemzelf.

10

20:10
Lev. 18:20
Deut. 22:22
Joh. 8:5
Een man die met de vrouw van iemand anders overspel pleegt, die met de vrouw van zijn naaste overspel pleegt, moet zeker gedood worden, de overspeler en de overspeelster.

11

20:11
Lev. 18:8
Een man die met de vrouw van zijn vader slaapt, ontbloot de schaamte van zijn vader. Beiden moeten zeker ter dood gebracht worden. Hun bloed rust op henzelf.

12

20:12
Lev. 18:15
Wanneer een man met zijn schoondochter slaapt, moeten beiden zeker ter dood gebracht worden. Zij hebben een afschuwelijke schanddaad begaan. Hun bloed rust op henzelf.

13

20:13
Lev. 18:22
Wanneer een man met een andere man slaapt, zoals men met een vrouw slaapt, dan hebben zij beiden iets gruwelijks gedaan. Zij moeten zeker ter dood gebracht worden. Hun bloed rust op henzelf.

14

20:14
Lev. 18:17
Wanneer een man een vrouw én haar moeder neemt, is dat schandelijk gedrag. Men moet hem en die vrouwen met vuur verbranden, zodat er geen schandelijk gedrag in uw midden meer is.

15

20:15
Lev. 18:23
Een man die met een dier de geslachtsdaad verricht, moet zeker gedood worden. Ook het dier moet u doden.

16Wanneer een vrouw tot welk dier dan ook nadert om ermee te paren, dan moet u de vrouw en het dier doden. Zij moeten zeker ter dood gebracht worden. Hun bloed rust op henzelf.

17

20:17
Lev. 18:9
Wanneer een man zijn zuster neemt, of ze nu de dochter van zijn vader of de dochter van zijn moeder is, en hij haar schaamdelen en zij zijn schaamdelen gezien heeft, dan is dat een schande. Zij moeten daarom voor de ogen van hun volksgenoten uitgeroeid worden. Omdat hij de schaamdelen van zijn zuster ontbloot heeft, moet hij zijn ongerechtigheid dragen.

18

20:18
Lev. 18:19
Wanneer een man met een vrouw slaapt die ongesteld is, en hij haar schaamdelen ontbloot, de bron van haar bloeding, en zijzelf voor hem de bron van haar bloeding ontbloot, dan moeten zij beiden uit het midden van hun volk uitgeroeid worden.

19

20:19
Lev. 18:12,13
Verder mag u de schaamdelen van de zuster van uw moeder en van de zuster van uw vader niet ontbloten. Omdat hij de schaamdelen van zijn bloedverwant heeft ontbloot, moeten zij hun ongerechtigheid dragen.

20

20:20
Lev. 18:14
Een man die met zijn tante slaapt, ontbloot de schaamte van zijn oom. Zij moeten hun zonde dragen. Zij zullen kinderloos sterven.

21

20:21
Lev. 18:16
Wanneer een man de vrouw van zijn broer neemt, is dat onreinheid. Omdat hij de schaamte van zijn broer ontbloot heeft, zullen zij kinderloos zijn.

22

20:22
Lev. 18:26
U moet al Mijn verordeningen en al Mijn bepalingen in acht nemen en ze houden, zodat het land waar Ik u heen breng om er te wonen, u niet zal uitspuwen.

23

20:23
Lev. 18:3,30
U mag niet wandelen overeenkomstig de verordeningen van het volk dat Ik vóór u uit ga verdrijven. Omdat zij al die dingen hebben gedaan, heb Ik een afkeer van hen.

24Tegen u heb Ik gezegd: Ú zult hun land in bezit nemen en Ík zal het u geven om het in bezit te nemen,

20:24
Ex. 3:8
een land dat overvloeit van melk en honing. Ik ben de HEERE, uw God, Die u van de volken afgezonderd heeft.

25

20:25
Lev. 11:2
Deut. 14:4
U moet daarom onderscheid maken tussen de reine en de onreine dieren, en tussen de onreine en de reine vogels, opdat u zich niet tot een afschuw maakt met de dieren en met de vogels en met alles wat op de aardbodem kruipt, alles wat Ik voor u heb afgezonderd door het onrein te verklaren.

26U moet heilig voor Mij zijn, want Ik, de HEERE, ben heilig. Ik heb u van de volken afgezonderd om van Mij te zijn.

27

20:27
Deut. 18:10
1 Sam. 28:7
Wanneer een man of een vrouw in verbinding staat met de geest van een dode, of een waarzegger is, moeten zij zeker ter dood gebracht worden. Men moet hen met stenen stenigen. Hun bloed rust op henzelf.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]