Herziene Statenvertaling (HSV)
2

Jona's gebed

21Toen bad Jona tot de HEERE, zijn God, vanuit het binnenste van de vis.

2Hij zei:

2:2
Ps. 120:1
Ik riep uit mijn benauwdheid tot de HEERE

en Hij antwoordde mij.

Uit de schoot van het graf riep ik om hulp,

U hoorde mijn stem.

3Want U wierp mij de diepte in, in het hart van de zeeën,

een watervloed omringde mij;

al Uw

2:3
Ps. 42:8
baren en Uw golven

sloegen over mij heen.

4En ík zei:

Verstoten ben ik van voor Uw ogen;

toch zal ik opnieuw aanschouwen

Uw heilige tempel.

5Water omving mij, bedreigde mijn leven,2:5 bedreigde mijn leven - Letterlijk: tot de ziel toe.

de watervloed omving mij.

Zeewier was om mijn hoofd gebonden.

6Naar de diepste gronden van de bergen

daalde ik af in de aarde;

haar grendels sloten zich voor eeuwig achter mij.

Maar uit het verderf trok U mijn leven omhoog,

HEERE, mijn God!

7Toen mijn ziel in mij bezweek,

dacht ik aan de HEERE;

mijn gebed kwam tot U,

in Uw heilige tempel.

8Wie nietige afgoden vereren,

verlaten Hem Die hun goedertieren is.2:8 Hem … is - Letterlijk: hun goedertierenheid.

9Maar ik, met

2:9
Ps. 50:14,23
116:17
Hos. 14:3
Hebr. 13:15
dankzegging zal ik U offers brengen;

wat ik beloofd heb, zal ik nakomen.

2:9
Ps. 3:9
Het heil is van de HEERE!

10Toen sprak de HEERE tot de vis, en hij spuwde Jona uit op het droge.