Herziene Statenvertaling (HSV)
32

De toespraak van Elihu

321Toen hielden deze drie mannen op Job te antwoorden, omdat hij in zijn eigen ogen rechtvaardig was.

2Toen ontstak de woede van Elihu, de zoon van Baracheël, de Buziet, uit het geslacht van Ram. Tegen Job ontstak zijn woede, omdat die zichzelf rechtvaardigde tegenover God.

3Zijn woede ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij geen antwoord vonden, maar Job toch schuldig verklaarden.

4Maar Elihu had met spreken gewacht op Job, omdat zij ouder van dagen waren dan hij.

5Toen Elihu echter zag dat er geen antwoord was in de mond van die drie mannen, ontstak zijn woede.

6Daarom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheël, de Buziet, en zei:

Ik ben jonger van dagen,

maar jullie zijn

32:6
Vers 4,7;
stokoud;

daarom was ik beschroomd en bevreesd

om jullie mijn gevoelen te vertellen.

7Ik zei: Laat de dagen spreken,

en de veelheid van jaren wijsheid bekendmaken.

8

32:8
Job 12:13
38:36
Spr. 2:6
Pred. 2:26
Dan. 1:17
2:21
Voorwaar, het is de Geest van God in de sterveling,

en de adem van de Almachtige, die hen verstandig maakt.

9

32:9
Job 12:12
Niet de velen van jaren zijn wijs,

niet de oude mensen begrijpen het recht.

10Daarom zeg ik: Luister naar mij;

ook ik zal mijn gevoelen vertellen.

11Zie, ik heb gewacht op jullie woorden;

ik heb al jullie inzichten aangehoord

tot jullie naar woorden moesten zoeken.

12Ik heb op jullie gelet,

en zie, er is niemand die Job kon overtuigen,

niemand van jullie die zijn woorden beantwoordde.

13Ik zeg dit opdat jullie niet zeggen: Wij hebben de wijsheid gevonden;

God stoot hem uit, geen mens.

14Nu heeft hij geen woorden tot mij gericht,

en ik zal hem geen antwoord geven met jullie woorden.

15Zij zijn ontsteld, zij antwoorden niet meer;

zij hebben de woorden van zich afgezet.

16Ik heb gewacht, maar zij spreken niet;

want zij staan stil, zij antwoorden niet meer.

17Ook ik zal op mijn beurt antwoorden,

ook ik zal mijn gevoelen vertellen.

18Want ik ben vol woorden;

de geest in mijn binnenste benauwt mij.

19Zie, mijn binnenste is als wijn die niet geopend is;

als nieuwe leren zakken zou hij scheuren.

20Ik zal spreken, zodat ik voor mijzelf lucht krijg;

ik zal mijn lippen openen, zodat ik kan antwoorden.

21O, laat ik voor niemand partijtrekken,32:21 partijtrekken - Letterlijk: de aangezichten verheffen.

en geen mens naar de mond praten!

22Want ik kan niemand naar de mond praten;

meteen zou mijn Maker mij wegnemen.

33

331Maar luister nu toch naar mijn betoog, Job!

en hoor al mijn woorden aan.

2Zie toch, ik heb mijn mond geopend;

mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.

3Wat ik zeg, zal de oprechtheid van mijn hart uitspreken,

en de kennis van mijn lippen dat wat zuiver is.

4De Geest van God heeft mij gemaakt,

en de adem van de Almachtige heeft mij levend gemaakt.

5Als je kunt, antwoord mij dan;

stel je dan op vóór mij, ga staan.

6

33:6
Job 9:35
23:10
Zie, ik ben voor God net als jij;

ook ik ben maar uit leem gevormd.

7Zie, laat mijn bedreiging je geen angst aanjagen,

en mijn hand zal niet zwaar op je drukken.

8Zeker,

33:8
Job 10:7
16:17
23:10,11
27:5
je hebt ten aanhoren van mij gezegd,

en ik heb de stem van je woorden gehoord:

9Ik ben rein, zonder overtreding;

ik ben onschuldig en heb geen misdaad begaan.

10Zie, Hij vindt gronden voor een aanklacht tegen mij,

33:10
Job 13:24
16:9
19:11
Hij beschouwt mij als Zijn vijand.

11

33:11
Job 13:27
Hij legt mijn voeten in het blok,

33:11
Job 14:16
Hij let op al mijn paden.

12Maar zie, antwoord ik jou, hierin ben je niet rechtvaardig;

want God is groter dan een sterveling.

13Waarom heb je Hem ter verantwoording geroepen?

Hij legt immers van geen van Zijn daden verantwoording af.

14Want God spreekt één of twee keer,

maar men slaat er geen acht op:

15in een droom, een visioen in de nacht,

als een diepe slaap op de mensen valt,

in de sluimer op de slaapplaats.

16Dan openbaart Hij het voor het oor van de mensen,

en Hij verzegelt hun tuchtiging,

17om de mens van een verkeerde daad af te brengen.

Hij verbergt de hoogmoed voor een man.

18Hij houdt zijn ziel af van het verderf,

en zijn leven van het omkomen door de werpspies.

19Hij wordt gestraft met pijn op zijn slaapplaats,

en de strijd in zijn beenderen is er voortdurend.

20

33:20
Ps. 107:18
Zijn leven verfoeit zelfs het brood,

en zijn ziel het begerenswaardige voedsel.

21Zijn vlees vergaat, zodat het niet meer te zien is,

en zijn beenderen, die niet te zien waren, steken nu uit.

22Zijn ziel nadert het graf,

en zijn leven nadert de dingen die doden.

23Als er dan een afgezant bij hem is,

een bemiddelaar, één uit duizend,

om de mens bekend te maken wat zijn recht is,

24dan zal Hij hem genadig zijn, en zeggen:

Verlos hem, zodat hij niet neerdaalt in het graf;

Ik heb verzoening gevonden.

25Zijn vlees zal frisser worden dan het was in zijn jeugd;

hij zal terugkeren tot de dagen van zijn jeugd.

26Hij zal vurig tot God bidden, en

33:26
Ps. 50:15
Jes. 58:9
Die zal hem goedgezind zijn

en zijn aangezicht aanzien met gejuich,

want Hij zal de sterveling zijn gerechtigheid teruggeven.

27Hij zal de mensen aanschouwen en zeggen:

Ik had gezondigd en wat recht is, krom gemaakt,

maar Hij heeft het mij niet vergolden.

28Maar God heeft mijn ziel verlost, zodat zij niet in het graf kwam,

en mijn leven nu in het licht ziet.

29Zie, dit alles doet God

twee of drie keer met een man,

30

33:30
Ps. 56:14
om zijn ziel terug te brengen van het graf,

opdat hij wordt verlicht met het licht van het leven.

31Sla er acht op, Job! Luister naar mij;

zwijg, dan zal ík spreken.

32Als er tegenwerpingen zijn, antwoord mij dan;

spreek, want ik verlang ernaar jou te rechtvaardigen.

33Zo niet, luister jíj dan naar mij;

zwijg, en ik zal je wijsheid leren.

34

Tweede deel van de toespraak van Elihu

341Verder antwoordde Elihu en zei:

2Luister, wijzen, naar mijn woorden,

en verstandigen, hoor mij aan.

3

34:3
Job 12:11
Want het oor beproeft woorden,

zoals het gehemelte voedsel proeft.

4Laten wij voor onszelf kiezen wat recht is;

laten wij onder elkaar erkennen wat goed is.

5Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig,

34:5
Job 27:2
maar God heeft mijn recht weggenomen.

6Ondanks mijn recht ga ik voor leugenaar door;

34:6
Job 6:4
mijn pijlwond is ongeneeslijk, zonder dat er een overtreding is.

7Wie is een man zoals Job?

Hij drinkt de spot in als water.

8Hij loopt rond in gezelschap van hen die onrecht bedrijven,

en gaat om met goddeloze mensen.

9Want hij heeft gezegd: Het baat een man niet

als hij behagen schept in God.

10Daarom, verstandige mensen, luister naar mij:

Er

34:10
Deut. 32:4
2 Kron. 19:7
Job 8:3
36:23
Ps. 92:16
Rom. 9:14
is bij God geen sprake van goddeloosheid,

of bij de Almachtige van onrecht!

11

34:11
Ps. 62:13
Spr. 24:12
Jer. 17:10
32:19
Ezech. 7:27
33:20
Matt. 16:27
Rom. 2:6
1 Kor. 3:8
2 Kor. 5:10
Efez. 6:8
Kol. 3:25
1 Petr. 1:17
Openb. 22:12
Want het werk van een mens vergeldt Hij hem,

en overeenkomstig iemands weg doet Hij hem ondervinden.

12Ja, het is waar, God handelt niet goddeloos,

en de Almachtige verdraait het recht niet.

13Wie heeft Hem over de aarde aangesteld,

en wie heeft de hele wereld neergezet?

14

34:14
Ps. 104:29
Pred. 12:7
Als Hij Zijn hart tegen de mens zou richten,

diens geest en diens adem tot Zich zou verzamelen,

15dan zou alle vlees tegelijk de geest geven,

en de mens zou

34:15
Gen. 3:19
Pred. 12:7
tot stof terugkeren.

16Als er inzicht bij jou is, luister hier dan naar,

neem de stem van mijn woorden ter ore:

17

34:17
Gen. 18:25
Job 8:3
21:22
Rom. 3:5
Kan ook iemand die het recht haat,
34:17
Job 5:18
regeren,

en wil je Hem Die zeer rechtvaardig is, schuldig verklaren?

18Zou men tegen een koning durven zeggen: Verderfelijk mens!

of tegen edelen: Goddelozen!

19Hij

34:19
Deut. 10:17
2 Kron. 19:7
Job 37:24
Hand. 10:34
Rom. 2:11
Gal. 2:6
Efez. 6:9
Kol. 3:25
1 Petr. 1:17
trekt geen partij voor de vorsten,34:19 Hij … voor de vorsten - Letterlijk: Die de aangezichten van de vorsten niet verheft.

en trekt de rijke niet voor boven de arme,

want zij zijn allemaal het werk van Zijn handen.

20In een ogenblik sterven zij, zelfs midden in de nacht;

een volk wordt heen en weer geschud en komt om;

de machtige wordt weggenomen, maar niet door een mensenhand.

21Want

34:21
2 Kron. 16:9
Job 31:4
Ps. 34:16
Spr. 5:21
15:3
Jer. 16:17
32:19
Zijn ogen zijn op ieders wegen,

en Hij ziet al hun voetstappen.

22

34:22
Ps. 139:12
Amos 9:2,3
Hebr. 4:13
Er is geen duisternis en er is geen schaduw van de dood

waar degenen die onrecht bedrijven zich kunnen verbergen.

23Zeker, Hij legt de mens niet te veel op,

zodat hij tegen God in het gericht zou kunnen komen.

24Hij verplettert de machtigen, zonder dat men het doorgronden kan,

en stelt anderen in hun plaats.

25Omdat Hij hun werken kent,

keert Hij hen 's nachts om, en zij worden verbrijzeld.

26Hij slaat hen als34:26 als - Letterlijk: in plaats van. goddelozen neer,

in een plaats waar mensen het zien,

27omdat zij van achter Hem zijn afgeweken,

34:27
Ps. 28:5
Jes. 5:12
en geen van Zijn wegen opgemerkt hebben.

28Hij brengt straf over hem vanwege het hulpgeroep van de arme,

en Hij hoort het hulpgeroep van de ellendigen.

29Als Hij stil blijft, wie kan dan schuldig verklaren?

Als Hij Zijn aangezicht verbergt, wie kan Hem dan waarnemen?

Hij regeert zowel over een volk als over een mens alleen,

30opdat er geen huichelaar regeert,

en er geen valstrikken voor het volk zijn.

31Zeker, Job heeft tegen God gezegd:

Ik heb Uw straf gedragen, ik zal niet meer verderfelijk handelen.

32Leert U mij wat ik niet zie;

als ik onrecht begaan heb, zal ik het niet meer doen.

33Moet het van jou komen hoe Hij iets vergelden zal, terwijl je Hem veracht?

Zul jíj dan kiezen, en niet Ik?

Wat weet je? Spreek.

34Verstandige mensen zullen tegen mij zeggen,

en een wijs man zal naar mij luisteren:

35Job heeft niet met kennis gesproken,

en zijn woorden waren niet met verstand.

36Ach, laat Job tot het einde toe beproefd worden,

om zijn antwoorden onder mensen van onrecht.

37Want hij voegt aan zijn zonde nog overtreding toe;

hij klapt onder ons in de handen,

en hij maakt zijn woorden tegen God talrijk.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]