Herziene Statenvertaling (HSV)

Antwoord van Job aan Bildad

261Maar Job antwoordde en zei:

2Hoe heb jij hem geholpen die geen kracht heeft,

en de arm verlost die geen macht heeft?

3Hoe heb jij hem raad gegeven die geen wijsheid had,

en hoe heb jij hem wijsheid in overvloed bekendgemaakt?

4Aan wie heb jij zulke woorden bekendgemaakt?

En wiens geest is van jou uitgegaan?

5De gestorvenen zullen opnieuw geboren worden

van onder de wateren, en de bewoners daarvan.

6Het graf is

26:6
Ps. 139:8,11
Spr. 15:11
Hebr. 4:13
naakt voor Hem,

en er is geen bedekking voor het verderf.

7

26:7
Ps. 104:2
Hij strekt het noorden uit over het ledige;

Hij hangt de aarde op aan het niets.

8Hij bindt het water in Zijn wolken;

toch scheurt de wolk daaronder niet.

9

26:9
Job 9:8
Ps. 104:2,3
Hij bedekt de aanblik van Zijn troon;

Hij spreidt Zijn wolk erover uit.

10

26:10
Job 38:8
Ps. 33:7
104:9
Jer. 5:22
Hij heeft een begrenzing afgetekend over het wateroppervlak,

26:10
Gen. 1:9
Job 38:8
Ps. 33:7
104:9
Spr. 8:29
Jer. 5:22
tot aan de grens tussen licht en duisternis.

11De pilaren van de hemel sidderen

en zijn verbijsterd vanwege Zijn bestraffing.

12Door Zijn kracht

26:12
Jes. 51:15
heeft Hij de zee opgezweept,

en door Zijn inzicht heeft Hij Rahab26:12 Rahab - Rahab betekent ‘hoogmoedig’, maar verwijst in het Oude Testament ook naar een machtig zeemonster; zie ook Job 9:13; Ps. 87:4; 89:11; Jes. 30:7 en 51:9. neergeslagen.

13

26:13
Ps. 33:6
Door Zijn Geest kreeg de hemel schoonheid;

Zijn hand heeft de snelle slang doorboord.

14Zie, dit zijn nog maar de uiteinden van Zijn wegen;

wat hebben wij slechts een fluisterend woord van Hem gehoord!

Wie zou dan de donder van Zijn kracht kunnen begrijpen?