Herziene Statenvertaling (HSV)
14

Het huis van de hemelse Vader

141Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij.

2In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.

3En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen,

14:3
Joh. 12:26
17:24
opdat ook u zult zijn waar Ik ben.

4En waar Ik heen ga, weet u, en de weg weet u.

5Thomas zei tegen Hem: Heere, wij weten niet waar U heen gaat, en hoe kunnen wij de weg weten?

6Jezus zei tegen hem:

14:6
Hebr. 9:8
Ik ben de Weg,
14:6
Joh. 1:17
de Waarheid
14:6
Joh. 1:4
11:25
en het Leven.
14:6
Joh. 10:9
Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

7Als u Mij gekend had, zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien.

8Filippus zei tegen Hem: Heere, laat ons de Vader zien en het is ons genoeg.

9Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus?

14:9
Joh. 10:30
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; en hoe kunt u dan zeggen: Laat ons de Vader zien?

10Gelooft u niet

14:10
Joh. 10:38
dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?
14:10
Vers 24;
De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf,
14:10
Joh. 5:17
maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken.

11Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf.

12

14:12
Matt. 21:21
Luk. 17:6
Hand. 5:12
19:11
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader.

13

14:13
Jer. 29:12
Matt. 7:7
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 15:7
16:24
Jak. 1:5
1 Joh. 3:22
En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.

14Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

De belofte van de andere Trooster

15

14:15
Vers 21,23;
Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.

16En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid,

17namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.

18

14:18
Matt. 28:20
Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe.

19Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven.

20Op die dag zult u inzien dat Ik in Mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u.

21Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.

22Judas, niet de Iskariot, zei tegen Hem: Heere, hoe komt het dat U Zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?

23Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.

24Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht;

14:24
Vers
en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.

25Deze dingen heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik bij u verblijf.

26

14:26
Luk. 24:49
Joh. 15:26
16:7
Hand. 2:4
Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam,
14:26
Joh. 16:13
Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.

27

14:27
Filipp. 4:7
Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.

28

14:28
Vers
U hebt gehoord dat Ik tegen u gezegd heb: Ik ga heen maar kom weer naar u toe. Als u Mij liefhad, zou u zich verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen naar de Vader; want Mijn Vader is meer dan Ik.

29En nu heb Ik het u gezegd voordat het zal gebeuren,

14:29
Joh. 13:19
16:4
opdat, wanneer het gebeurt, u zult geloven.

30Ik zal niet veel meer met u spreken,

14:30
Joh. 12:31
16:11
Efez. 2:2
want de vorst van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.

31Maar de wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb, en doe zoals de Vader Mij

14:31
Joh. 10:18
Hebr. 10:5
geboden heeft.

Sta op, laten wij hier vandaan gaan.

15

De ware Wijnstok en de ranken

151Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier.

2

15:2
Matt. 15:13
Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.

3

15:3
Joh. 13:10
U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb.

4Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.

5Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.

6

15:6
Ezech. 15:2
Als iemand niet in Mij blijft,
15:6
Matt. 3:10
7:19
Kol. 1:23
wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.

7Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven,

15:7
Jer. 29:12
Matt. 7:7
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 14:13
16:24
Jak. 1:5
1 Joh. 3:22
5:14
vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen.

8Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.

Het gebod van de liefde

9Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; blijf in Mijn liefde.

10

15:10
Joh. 14:15,21,23
1 Joh. 5:3
Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.

11Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u zal blijven en uw blijdschap volkomen zal worden.

12

15:12
Lev. 19:18
Matt. 22:39
Joh. 13:34
Efez. 5:2
1 Thess. 4:9
1 Petr. 4:8
1 Joh. 3:23
4:21
Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.

13

15:13
Rom. 5:7
Efez. 5:2
1 Joh. 3:16
Niemand heeft een grotere liefde dan deze, namelijk dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden.

14

15:14
Matt. 12:50
2 Kor. 5:16
Gal. 5:6
6:15
Kol. 3:11
U bent Mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied.

15

15:15
Joh. 8:26
Ik noem u niet meer dienaren, want een dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, bekendgemaakt heb.

16

15:16
Joh. 13:18
Efez. 1:4
Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd
15:16
Matt. 28:19
Mark. 16:15
Kol. 1:6
dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft.

17Dit gebied Ik u: dat u elkaar liefhebt.

De haat van de wereld

18

15:18
1 Joh. 3:13
Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u gehaat heeft.

19

15:19
Joh. 17:14
Gal. 1:10
Als u van de wereld zou zijn, zou de wereld het hare liefhebben, maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u.

20Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb:

15:20
Matt. 10:24
Luk. 6:40
Joh. 13:16
Een dienaar is niet meer dan zijn heer.
15:20
Matt. 24:9
Joh. 16:2
Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen.

21

15:21
Matt. 10:22
Joh. 16:3
Maar al deze dingen zullen zij u aandoen omwille van Mijn Naam, omdat zij Hem niet kennen Die Mij gezonden heeft.

22

15:22
Rom. 4:15
5:20
Als Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.

23Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader.

24

15:24
Joh. 10:37
Als Ik onder hen niet de werken gedaan had die niemand anders gedaan heeft, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij ze gezien en Mij en Mijn Vader gehaat.

25Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is:

15:25
Ps. 35:19
69:5
Zij hebben mij zonder reden gehaat.

26

15:26
Joh. 14:26
16:7
Hand. 5:32
Maar wanneer de Trooster is gekomen,
15:26
Luk. 24:49
Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die over Mij getuigen.

27

15:27
Hand. 1:8,21
5:32
En u zult ook getuigen, want u bent van het begin af bij Mij.

16

161Dit heb Ik tot u gesproken, opdat u niet struikelt.

2

16:2
Joh. 9:22,34
12:42
Ze zullen u uit de synagoge werpen; ja, de tijd komt dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen.

3

16:3
Joh. 15:21
1 Kor. 2:8
En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet gekend hebben en Mij ook niet.

4

16:4
Joh. 13:19
14:29
Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de tijd komt, u zich herinnert dat Ik ze u gezegd heb; maar deze dingen heb Ik u van het begin af niet gezegd, omdat Ik bij u was.

De Heilige Geest en Zijn werk

5En nu ga Ik heen naar Hem Die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat U heen?

6Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, heeft de droefheid uw hart vervuld.

7Maar Ik zeg u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen;

16:7
Luk. 24:49
Joh. 14:26
15:26
maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden.

8En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel:

9van zonde, omdat zij niet in Mij geloven;

10van gerechtigheid, omdat Ik heenga naar Mijn Vader en u Mij niet meer zult zien;

11en van oordeel,

16:11
Joh. 12:31
14:30
Efez. 2:2
Kol. 2:15
omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is.

12Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen.

13Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid,

16:13
Joh. 14:26
zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid,
16:13
Joh. 12:49
want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.

14Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.

15

16:15
Joh. 17:10
Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.

Blijdschap na droefheid

16

16:16
Joh. 7:33
Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien, want Ik ga heen naar de Vader.

17Sommigen dan van Zijn discipelen zeiden tegen elkaar: Wat betekent dit dat Hij tegen ons zegt: Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien; en: Want Ik ga heen naar de Vader?

18Zij zeiden dan: Wat bedoelt Hij met een korte tijd? Wij weten niet waarover Hij het heeft.

19Jezus dan wist dat zij Hem dit wilden vragen en zei tegen hen: Vraagt u zich onder elkaar af wat het betekent dat Ik gezegd heb: Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien?

20Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat u zult huilen en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; en u zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.

21

16:21
Jes. 26:17
Wanneer een vrouw baart, heeft zij droefheid, omdat haar tijd gekomen is, maar wanneer zij het kind gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat een mens ter wereld gekomen is.

22Ook u hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien,

16:22
Joh. 20:20
en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.

23En op die dag zult u Mij niets vragen.

16:23
Jer. 29:12
Matt. 7:7
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 14:13
15:7
Jak. 1:5
1 Joh. 3:22
5:14
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.

24Tot nu toe hebt u niets gebeden in Mijn Naam; bid, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal worden.

25Deze dingen heb Ik in beeldspraak tot u gesproken, maar de tijd komt dat Ik niet meer in beeldspraak tot u spreken zal, maar u openlijk de dingen over de Vader zal verkondigen.

26Op die dag zult u in Mijn Naam bidden, en Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u vragen zal,

27want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij hebt liefgehad

16:27
Joh. 17:8
en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan.

28

16:28
Joh. 13:3
Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weer en ga heen naar de Vader.

Jezus als Overwinnaar van de wereld

29Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Zie, nu spreekt U openlijk en gebruikt U geen beeldspraak.

30Nu weten wij

16:30
Joh. 21:17
dat U alles weet en dat het voor U niet nodig is dat iemand U vragen stelt. Hierom geloven wij dat U van God uitgegaan bent.

31Jezus antwoordde hun: Gelooft u nu?

32

16:32
Zach. 13:7
Matt. 26:31
Mark. 14:27
Zie, de tijd komt en is nu gekomen, dat u uiteengedreven zult worden, ieder naar het zijne, en u Mij alleen zult laten;
16:32
Joh. 8:29
14:10
en toch ben Ik niet alleen, omdat de Vader bij Mij is.

33Deze dingen heb Ik tot u gesproken,

16:33
Jes. 9:5
Joh. 14:27
Rom. 5:1
Efez. 2:13
Kol. 1:20
opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.