Herziene Statenvertaling (HSV)
13

De linnen gordel

131Zo heeft de HEERE tegen mij gezegd: Ga voor u een linnen gordel kopen, doe hem om uw middel en laat hem niet in het water komen.

2Ik kocht de gordel overeenkomstig het woord van de HEERE, en deed hem om mijn middel.

3Toen kwam het woord van de HEERE voor de tweede keer tot mij:

4Neem de gordel die u gekocht hebt, die om uw middel zit, en sta op, ga naar de Eufraat en verberg hem daar in de kloof van een rots.

5Ik ging en verborg hem bij de Eufraat, zoals de HEERE mij geboden had.

6Nu gebeurde het na verloop van vele dagen, dat de HEERE tegen mij zei: Sta op, ga naar de Eufraat en neem vandaar de gordel mee, waarvan Ik u had geboden hem daar te verbergen.

7Ik ging naar de Eufraat, zocht ernaar, en nam de gordel weg van de plaats waar ik hem verborgen had. En zie, de gordel was vergaan. Hij deugde nergens meer voor.

8Toen kwam het woord van de HEERE tot mij:

9Zo zegt de HEERE: Zo zal Ik de trots van Juda en de grote trots van Jeruzalem doen vergaan.

10Dit boosaardige volk, dat weigert naar Mijn woorden te luisteren, dat hun verharde hart13:10 hun verharde hart - Letterlijk: de verharding van hun hart. volgt, andere goden achternagaat om hen te dienen en zich voor hen neer te buigen – dat zal worden als deze gordel, die nergens meer voor deugt.

11Want zoals een gordel gehecht zit aan het middel van een man, zo heb Ik heel het huis van Israël en heel het huis van Juda aan Mij gehecht, spreekt de HEERE, zodat het Mij zal zijn tot een volk, tot een naam en tot lof en tot luister, maar zij hebben niet geluisterd.

De gevulde wijnkruiken

12Zeg daarom dit woord tegen hen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Elke kruik wordt gevuld met wijn. Zij zullen dan tegen u zeggen: Weten wij niet zeer goed dat elke kruik met wijn gevuld wordt?

13Zeg dan tegen hen: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga alle inwoners van dit land, zelfs de koningen die in de plaats van David op zijn troon zitten, de priesters en de profeten en alle inwoners van Jeruzalem vullen tot zij dronken zijn.13:13 tot zij dronken zijn - Letterlijk: met dronkenschap.

14Ik zal hen stukslaan, de een tegen de ander, de vaders samen met de kinderen, spreekt de HEERE, Ik zal geen medelijden hebben, niet ontzien en Mij niet ontfermen, maar hen te gronde richten.

Oproep tot verootmoediging

15Luister en neem ter ore, doe niet uit de hoogte,

want de HEERE heeft gesproken.

16Geef eer aan de HEERE, uw God,

voordat Hij het duister maakt,

en voordat in de schemering

uw voeten zich stoten aan de bergen,

en u uitziet naar

13:16
Jes. 59:9
licht, maar Hij het tot een
13:16
Ps. 44:20
schaduw van de dood maakt,

het verandert in donkerte.

17Als u dan nog niet luistert,

zal mijn ziel wenen op verborgen plaatsen vanwege de hoogmoed,

bitter schreien, ja, tranen stromen er uit mijn

13:17
Klaagl. 1:2,16
ogen naar beneden,

want de kudde van de HEERE is gevangen weggevoerd.

18Zeg tegen de koning en tegen de koningin-moeder:

Verneder u, ga op de laagste plaats zitten,

want wat op uw hoofd is, uw sierlijke kroon,

is neergevallen.

19De steden in het Zuiderland zijn gesloten,

niemand is er die opendoet.

Heel Juda is weggevoerd,

volledig weggevoerd.

Straf voor de overspelige

20Sla uw ogen op

en zie wie daar uit het noorden komen!

Waar is de kudde, u eens gegeven,

uw luisterrijke kleinvee?

21Wat zult u zeggen wanneer Hij u zal straffen,

aangezien u zelf hun geleerd hebt

om leiders, hoofden over u te zijn?

Zullen de weeën u niet aangrijpen

13:21
Jer. 6:24
zoals een barende vrouw?

22Wanneer u dan in uw hart zegt:

13:22
Jer. 5:19
16:10
Waarom zijn deze dingen mij overkomen?

Vanwege de grootheid van uw ongerechtigheid zijn de

13:22
Jes. 47:2,3
zomen van uw kleding opgetild,

worden uw hielen overweldigd.

23Kan ook een Cusjiet zijn huid veranderen,

of een luipaard zijn vlekken?

Zou ook u dan goed kunnen gaan doen,

gewend als u bent om kwaad te doen?

24Ik zal hen verspreiden als stoppels die wegstuiven

door de woestijnwind.

25Dit zal uw lot zijn, uw deel door Mij u toegemeten,

spreekt de HEERE,

omdat u Mij hebt vergeten

en op leugen vertrouwde.

26Daarom zal Ik ook de zomen van uw kleding omhoog tillen tot over uw gezicht,

zodat uw schande gezien wordt:

27uw overspeligheid en uw gehinnik,

uw schandalige hoererij.

Op de heuvels en in het veld

heb Ik uw afschuwelijke afgoden gezien.

Wee u, Jeruzalem, moet u niet rein worden?

Hoelang zal dat nog duren?13:27 Hoelang … duren - Letterlijk: na wanneer nog.