Herziene Statenvertaling (HSV)
3

De zonden van de tong

31U moet

3:1
Matt. 23:8
niet allemaal leermeesters willen zijn, mijn broeders. U weet immers
3:1
Matt. 7:1
Luk. 6:37
dat wij dan een strenger oordeel zullen ontvangen.

2Want wij struikelen allen in veel opzichten.

3:2
Ps. 34:14
Jak. 1:26
Als iemand in woorden niet struikelt, is hij een volmaakt man, die bij machte is om ook het hele lichaam in toom te houden.

3Zie, wij leggen de paarden een bit in de mond, opdat ze ons zouden gehoorzamen, en wij sturen daarmee heel hun lichaam.

4Zie, ook de schepen, al zijn ze nog zo groot en worden ze door harde winden voortgedreven, ze worden gestuurd door een zeer klein roer, waarheen de stuurman ook maar kiest en wil.3:4 waarheen … kiest en wil - Letterlijk: waar de keuze van de stuurman heen wil.

5

3:5
Spr. 12:18
15:2
Zo is ook de tong een klein lichaamsdeel, en roemt toch van grote dingen. Zie eens hoe een klein vuur een grote hoop hout aansteekt.

6Ook de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid. Zo staat het met de tong onder onze lichaamsdelen. Ze besmet het hele lichaam, en zet onze levensloop3:6 onze levensloop - Letterlijk: het rad van de geboorte. vanaf het begin in vlam, en ze wordt zelf door de hel in vlam gezet.

7Want elke natuur, zowel van wilde dieren en vogels als van kruipende dieren en zeedieren, wordt getemd en is getemd door de menselijke natuur.

8Maar de tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif.

9Door haar loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen,

3:9
Gen. 1:27
die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn.

10Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort. Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.

11Laat soms een bron uit dezelfde ader zoet en bitter water opwellen?

12Kan ook, mijn broeders, een vijgenboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Evenmin kan een bron zout én zoet water voortbrengen.

De wijsheid van boven

13Wie is wijs en verstandig onder u?

3:13
Efez. 5:8
Laat hij uit zijn goede levenswandel zijn werken laten zien, in zachtmoedige wijsheid.

14

3:14
Rom. 13:13
Wanneer u echter bittere afgunst en eigenbelang in uw hart hebt, beroem u dan niet en lieg niet tegen de waarheid.

15

3:15
1 Kor. 2:6,7
Dat is niet de wijsheid die van boven komt, maar ze is aards, natuurlijk, duivels.

16

3:16
1 Kor. 3:3
Gal. 5:20
Want waar afgunst en eigenbelang is, daar heersen wanorde en allerlei kwade praktijken.

17Maar de wijsheid die van boven is, is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.

18En de vrucht van de gerechtigheid wordt in vrede gezaaid voor hen die vrede stichten.

4

Wereldsgezindheid

41Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten,

4:1
Rom. 7:23
1 Petr. 2:11
die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?

2U verlangt naar iets en krijgt het niet. U benijdt anderen en beijvert u om dingen te bemachtigen en kunt ze niet krijgen. U maakt ruzie en voert strijd, maar u krijgt niet, omdat u niet bidt.

3U bidt wel, maar u ontvangt niet,

4:3
Matt. 20:22
Rom. 8:26
omdat u verkeerd bidt, met het doel het in uw hartstochten door te brengen.

4Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?

4:4
Joh. 15:9
Gal. 1:10
1 Joh. 2:15
Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt.

5Of denkt u dat de Schrift tevergeefs zegt:

4:5
Num. 11:29
De Geest, Die in ons woont, verlangt Die vurig naar afgunst?

6Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift:

4:6
Spr. 3:34
1 Petr. 5:5
God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.

7Onderwerp u dan aan God.

4:7
Efez. 4:27
1 Petr. 5:9
Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.

8Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.

4:8
Jes. 1:15
Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen!

9

4:9
Matt. 5:4
Besef uw ellendige staat en treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid.

10

4:10
Job 22:29
Spr. 29:23
Matt. 23:12
Luk. 14:11
18:14
1 Petr. 5:6
Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen.

11Broeders, spreek geen kwaad van elkaar. Wie van zijn broeder kwaadspreekt en over zijn broeder oordeelt, spreekt kwaad over de wet en oordeelt over de wet. Als u over de wet oordeelt, bent u geen dader van de wet, maar een rechter.

12Er is één Wetgever, namelijk Hij Die kan zalig maken én te gronde richten.

4:12
Rom. 14:4
Maar wie bent u, die over de ander oordeelt?

De onzekerheid van het leven

13En nu dan u die zegt:

4:13
Luk. 12:18
Wij zullen vandaag of morgen naar die en die stad reizen, en daar een jaar doorbrengen en handeldrijven en winst maken,

14u, die niet weet wat er morgen gebeuren zal,

4:14
Jes. 40:6
1 Kor. 7:31
Jak. 1:10
1 Petr. 1:24
1 Joh. 2:17
want hoe is uw leven? Het is immers een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt.

15In plaats daarvan zou u moeten zeggen:

4:15
Hand. 18:21
1 Kor. 4:19
Hebr. 6:3
Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen.

16Maar nu roemt u in uw hoogmoed. Al zulk soort roem is slecht.

17

4:17
Luk. 12:47
Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde.

5

Wee over de onbarmhartige rijken

51

5:1
Spr. 11:28
Amos 6:1
Luk. 6:24
1 Tim. 6:9
Nu dan, rijken, huil en jammer over al de ellende die u overkomt.

2Uw rijkdom is vergaan en uw kleren zijn door de motten aangevreten.

3Uw goud en zilver is verroest en hun roest zal een getuigenis tegen u zijn en uw vlees als een vuur verteren.

5:3
Matt. 6:19
Rom. 2:5
U hebt schatten verzameld in de laatste dagen.

4Zie,

5:4
Lev. 19:13
Deut. 24:14
het loon van de arbeiders die uw velden gemaaid hebben, dat door u achtergehouden is, schreeuwt tot God, en de jammerklachten van hen die geoogst hebben, zijn doorgedrongen tot de oren van de Heere van de hemelse legermachten.5:4 de Heere van de hemelse legermachten - Letterlijk: de Heere Zebaoth.

5

5:5
Job 21:13
Luk. 16:19,25
U bent u aan weelde te buiten gegaan op de aarde en hebt uw eigen lusten gevolgd. U hebt uw hart gevoed als op de dag van de slacht.

6U hebt de rechtvaardige veroordeeld en gedood en hij verzet zich niet tegen u.

Opwekking tot geduld

7Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de landbouwer verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen.

8U moet ook geduldig zijn en uw hart versterken, want de komst van de Heere is nabij.

9Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet veroordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur.

10Mijn broeders, neem tot een voorbeeld van het lijden en van het geduld de profeten, die in de Naam van de Heere gesproken hebben.

11Zie,

5:11
Matt. 5:11
wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van
5:11
Job 1:21,22
de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien,
5:11
Num. 14:18
Ps. 103:8
dat de Heere vol ontferming is en barmhartig.

12Maar voor alle dingen, mijn broeders,

5:12
Matt. 5:34
2 Kor. 1:17,18
zweer niet: niet bij de hemel, ook niet bij de aarde, en zweer ook geen enkele andere eed, maar laat uw ja ja zijn en uw nee nee, opdat u niet onder enig oordeel valt.

De kracht van het gebed

13Is iemand onder u in lijden? Laat hij bidden. Heeft iemand goede moed?

5:13
Efez. 5:19
Kol. 3:16
Laat hij lofzingen.

14Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden

5:14
Mark. 6:13
en hem met olie zalven in de Naam van de Heere.

15En het gelovige gebed5:15 het gelovige gebed - Letterlijk: het gebed van het geloof. zal de zieke behouden en de Heere zal hem weer oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden.

16Belijd elkaar de overtredingen en bid voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand.

17

5:17
1 Kon. 17:1
Luk. 4:25
Elia was een mens net zoals wij en hij deed een vurig gebed5:17 hij deed een vurig gebed - Letterlijk: Hij bad een gebed. dat het niet zou regenen, en het regende niet op de aarde, drie jaar en zes maanden.

18

5:18
1 Kon. 18:45
En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort.

19Broeders,

5:19
Matt. 18:15
als iemand onder u van de waarheid is afgedwaald en een ander doet hem terugkeren,

20weet dan dat hij die een zondaar van zijn dwaalweg doet terugkeren, een ziel zal redden van de dood

5:20
Spr. 10:12
1 Petr. 4:8
en een menigte van zonden zal bedekken.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]