Herziene Statenvertaling (HSV)
65

Gebedsverhoring

651Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen,

Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten.

Tegen het volk dat Mijn Naam niet aanriep65:1 dat Mijn Naam niet aanriep - Of: dat niet naar Mijn Naam genoemd was.

heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik.

2De hele dag heb Ik Mijn handen uitgespreid

naar een opstandig volk,

dat de weg gaat die niet goed is,

naar hun eigen gedachten;

3een volk dat Mij voortdurend tot toorn verwekt,

recht in Mijn aangezicht,

door offers te brengen in de tuinen

en een reukoffer te brengen op bakstenen.

4Zij zitten in de grafspelonken

en overnachten bij wie daar bewaard worden;

zij eten varkensvlees

en er is kooknat van onrein vlees in hun vaatwerk.

5Zij zeggen: Blijf waar u bent,

nader niet tot mij, want ik ben heiliger dan u.

Dezen zijn rook in Mijn neus,

een vuur dat de hele dag brandt.

6Zie, het staat geschreven voor Mijn aangezicht.

Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal het vergelden,

ja, Ik zal het vergelden

in hun boezem

7uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden van uw vaderen tegelijk,

zegt de HEERE,

omdat zij reukoffers hebben gebracht op de bergen

en Mij smaadheid hebben aangedaan op de heuvels.

Daarom zal Ik hun ook hun eerstverdiende arbeidsloon uitbetalen

in hun boezem.

8Zo zegt de HEERE:

Zoals wanneer er nog sap in een druiventros gevonden wordt

en men zegt: Richt hem niet te gronde,

want er is een zegen in,

zo zal Ik doen ter wille van Mijn dienaren.

Ik zal hen niet allen te gronde richten.

9Ik zal nageslacht uit Jakob doen voortkomen,

uit Juda een erfgenaam van Mijn bergen;

Mijn uitverkorenen zullen het in bezit nemen

en daar zullen Mijn dienaren wonen.

10Saron zal tot een schaapskooi worden

en het Dal van Achor tot een rustplaats voor rundvee,

voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.

11Maar u die de HEERE verlaat,

u die Mijn heilige berg vergeet,

u die de tafel gereedmaakt voor de god Gad,

u die voor de god Meni65:11 Meni klinkt als het Hebreeuwse werkwoord voor ‘tellen’ in vers 12.de bekers vult met gemengde drank,

12Ik zal u tellen, maar voor het zwaard.

U zult allen moeten neerbukken ter slachting,

omdat Ik geroepen heb, maar u niet geantwoord hebt,

omdat Ik gesproken heb, maar u niet geluisterd hebt,

maar gedaan hebt wat slecht was in Mijn ogen,

en gekozen hebt voor wat Mij niet behaagt.

13Daarom, zo zegt de Heere HEERE:

Zie, Mijn dienaren zullen eten,

maar ú zult hongerlijden.

Zie, Mijn dienaren zullen drinken,

maar ú zult dorst hebben.

Zie, Mijn dienaren zullen verblijd zijn,

maar ú zult beschaamd worden.

14Zie, Mijn dienaren zullen juichen

vanwege een hart vol vreugde,65:14 een hart vol vreugde - Letterlijk: goedheid van hart.

maar ú zult schreeuwen vanwege een hart vol leed,

en vanwege een gebroken geest zult u weeklagen.

15U zult uw naam voor Mijn uitverkorenen achterlaten als een vloekwoord

en de Heere HEERE zal u doden,

maar Zijn dienaren zal Hij noemen met een andere naam,

16zodat wie zich zegenen zal op aarde,

zich zal zegenen in de God van de waarheid,

en wie zweren zal op aarde,

zal zweren bij de God van de waarheid,

omdat de benauwdheden van vroeger vergeten zullen zijn,

omdat zij verborgen zullen zijn voor Mijn ogen.

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

17Want zie, Ik schep een nieuwe hemel

en een nieuwe aarde.

Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden,

ze zullen niet meer opkomen in het hart.

18Maar wees vrolijk en verheug u tot in eeuwigheid

in wat Ik schep,

want zie, Ik schep Jeruzalem een vreugde

en zijn volk blijdschap.

19En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem

en vrolijk zijn over Mijn volk.

Geen stem van geween zal erin meer gehoord worden,

of een stem van geschreeuw.

20Daar zal niet meer zijn

een zuigeling die maar enkele dagen leeft

of een oude man

die zijn dagen niet zal volmaken,

want een jonge man zal sterven als een honderdjarige,

maar een zondaar, al is hij honderd jaar, zal vervloekt worden.

21Zij zullen huizen bouwen en erin wonen,

zij zullen wijngaarden planten en van hun vrucht eten.

22In wat zij bouwen, zal geen ander wonen,

van wat zij planten, zal geen ander eten.

Want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom,

en Mijn uitverkorenen zullen lang genieten van65:22 lang genieten van - Letterlijk: verslijten. het werk van hun handen.

23Zij zullen zich niet voor niets vermoeien

of kinderen baren voor iets verschrikkelijks,

want zij zijn het nageslacht van de gezegenden door de HEERE,

en hun nakomelingen met hen.

24En het zal geschieden dat voordat zij roepen, Ík zal antwoorden,

terwijl zij nog spreken, Ík zal horen.

25

65:25
Jes. 11:6,7,8,9
Matt. 18:3
Een wolf en een lammetje zullen gezamenlijk weiden,

een leeuw zal stro eten als een rund,

een slang – zijn voedsel zal stof zijn.

Zij zullen geen kwaad doen en geen verderf aanrichten

op heel Mijn heilige berg, zegt de HEERE.