Herziene Statenvertaling (HSV)
57

571De rechtvaardige komt om,

en er is niemand die het ter harte neemt.

57:1
Ps. 12:2
Micha 7:2
De goedertieren mensen worden weggenomen,

zonder dat er iemand op let

dat de rechtvaardige weggenomen wordt vóór het onheil.

2Hij zal ingaan in de vrede;

zij zullen rusten op hun slaapplaatsen,

eenieder die in zijn oprechtheid wandelt.

3Maar u, kom naderbij,

kinderen van een waarzegster,

gebroed van een overspeler en van iemand die hoererij bedrijft!

4Over wie verlustigt u zich,

tegen wie spert u uw mond wijd open,

steekt u uw tong uit?

Bent ú geen kinderen van overtreding,

gebroed van bedrog?

5U die gloeit van lust bij de eiken,

onder elke bladerrijke boom;

u die de kinderen slacht in de beekdalen,

onder in de kloven van de rotsen.

6Bij de gladde stenen van de dalen ligt uw deel,

die, die zijn uw lot.

Voor hen ook vergiet u een plengoffer,

hun brengt u een graanoffer.

Zou Ik Mij daarmee laten troosten?

7Op een hoge en verheven berg

spreidt u uw bed uit;

ook daarheen klimt u op

om een slachtoffer te brengen.

8Achter de deur en de deurposten

zet u uw gedenkteken neer.

Want van Mij wendt u zich af, u ontbloot zich en klimt naar boven.

U slaat uw bed wijd open

en met enkelen van hen sluit u voor u een verbintenis.

U hebt hun bed lief, op elke plaats57:8 plaats - Letterlijk: hand. die u ziet.

9U reist met olie naar de koning

en u vermeerdert uw welriekende zalven.

U zendt uw gezanten ver weg

en vernedert u tot de hel toe.

10Door uw grote reis bent u afgemat,

maar u zegt niet: Er is geen hoop meer.

U hebt nieuwe levenskracht57:10 levenskracht - Letterlijk: het leven van uw hand. gevonden,

daarom bent u niet verzwakt.

11Maar voor wie bent u beducht of bevreesd geweest?

U hebt immers gelogen

en hebt aan Mij niet gedacht,

Ik ben u niet ter harte gegaan.

Is het niet omdat Ik heb gezwegen, en dat van oude tijden af,

dat u Mij niet vreest?

12Ík zal uw gerechtigheid bekendmaken,

en uw daden:

ze zullen u niets baten.

13Wanneer u roept, laten zij u dan redden die door u verzameld zijn.

Maar de wind zal hen allemaal wegvoeren,

een zucht zal hen wegnemen.

57:13
Ps. 34:9
Maar wie tot Mij de toevlucht neemt, zal de aarde in erfelijk bezit krijgen

en Mijn heilige berg in bezit nemen.

Troost voor verbrijzelden

14Men zal zeggen:

Verhoog de weg, verhoog de weg, bereid de weg,

neem elk struikelblok voor Mijn volk van de weg!

15Want zo zegt de Hoge en Verhevene,

Die in de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is:

Ik woon in de hoge hemel en in het heilige,

en bij de verbrijzelde en nederige van geest,

om levend te maken de geest van de nederigen,

en om levend te maken het hart van de verbrijzelden.

16Want

57:16
Ps. 103:9
Ik zal niet voor eeuwig ter verantwoording roepen

en Ik zal niet voor altijd zeer toornig zijn.

Want de geest zou van voor Mijn aangezicht bezwijken,

de zielen

57:16
Hebr. 12:9
die Ík gemaakt heb.

17Ik was zeer toornig over de ongerechtigheid van hun winstbejag,

Ik sloeg het volk, Ik verborg Mij en was zeer toornig.

Maar het ging afkerig verder op de weg van zijn hart.

18Ik heb zijn wegen gezien,

Ik zal hem genezen, Ik zal hem leiden

en hem vertroosting bieden,

namelijk zijn treurenden.

19Ik schep de vrucht van de lippen,

vrede, vrede voor wie ver weg is en voor wie dichtbij is,

zegt de HEERE, en Ik zal hem genezen.

20Maar de goddelozen zijn als een opgezweepte zee,

want die kan niet tot rust komen,

en zijn water woelt modder en slijk op.

21

57:21
Jes. 48:22
De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede!

58

Schijnvroomheid

581Roep luidkeels, houd u niet in,

verhef uw stem als een bazuin,

verkondig Mijn volk hun overtreding,

en het huis van Jakob hun zonden.

2Hoewel zij Mij dag aan dag zoeken

en vreugde vinden in de kennis van Mijn wegen,

als een volk dat gerechtigheid doet

en het recht van zijn God niet verlaat,

vragen zij Mij om rechtvaardige oordelen.

Zij vinden er vreugde in om tot God te naderen,

3terwijl zij zeggen: Waarom vasten wij, als U het toch niet ziet,

waarom kwellen wij onze ziel, als U het toch niet weet?

Zie, op uw vastendag zoekt u uw eigen wens,

en beult u al uw arbeiders af.

4Zie, u vast om te twisten en ruzie te maken

en om goddeloos op de vuist te gaan.

Vast niet zoals heden

als u uw stem wilt laten horen in de hoogte.

5

58:5
Zach. 7:5
Zou dit het vasten zijn dat Ik verkies:

dat de mens zich een dag lang verootmoedigt,

dat hij zijn hoofd buigt als een riet

en zich neerlegt in rouwgewaad en as?

Noemt u dat vasten

en een dag die de HEERE welgevallig is?

6Is dit niet het vasten dat Ik verkies:

dat u de boeien van de goddeloosheid losmaakt,

dat u de banden van het juk ontbindt,

dat u de onderdrukten vrij laat heengaan

en dat u elk juk breekt?

7

58:7
Ezech. 18:7,16
Matt. 25:35
Is het niet dit, dat u uw brood deelt met wie hongerlijdt,

en de ellendige ontheemden een thuis biedt,

dat, als u een naakte ziet, u hem kleedt,

en dat u zich voor eigen vlees en bloed niet verbergt?

8Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad,

en uw herstel snel intreden.

Uw gerechtigheid zal voor u uit gaan

en de heerlijkheid van de HEERE zal uw achterhoede zijn.

9Dan zult u roepen en de HEERE zal antwoorden,

dan zult u om hulp roepen en Hij zal zeggen: Zie, hier ben Ik.

Als u het juk uit uw midden wegdoet,

het uitsteken van de vinger en het uitspreken van ongerechtigheid;

10als u uw hart58:10 uw hart - Letterlijk: uw ziel. opent voor de hongerigen,

en de verdrukte ziel verzadigt,

dan zal uw licht in de duisternis opgaan,

en uw donkerheid als de middag zijn.

11En de HEERE zal u voortdurend leiden,

Hij zal uw ziel in dorre streken verzadigen,

uw beenderen kracht geven;

u zult zijn als een bevloeide tuin,

als een waterbron58:11 waterbron - Letterlijk: uitgang van water.

waarvan het water nooit ontbreekt.58:11 ontbreekt - Letterlijk: liegt.

12En wie uit u voortkomen, zullen de verwoeste plaatsen van weleer herbouwen;

de fundamenten, van generatie op generatie verwoest, zult u herstellen.

En u zult genoemd worden: hij die bressen dichtmaakt,

hij die paden herstelt, opdat men er weer kan wonen.

13Indien u uw voet van de sabbat terughoudt,

ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt;

indien u de sabbat een verlustiging noemt,

opdat de HEERE geheiligd wordt

– die geëerd moet worden –

indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen,

niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,

14dan zult u vreugde scheppen in de HEERE,

Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde

en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob,

want de mond van de HEERE heeft gesproken.

59

Verlossing door bekering

591Zie,

59:1
Num. 11:23
Jes. 50:2
de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen,

en Zijn oor is niet toegestopt59:1 toegestopt - Letterlijk: zwaar. dat het niet zou kunnen horen.

2Maar uw ongerechtigheden maken scheiding

tussen u en uw God,

uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn,

zodat Hij u niet hoort.

3Want uw handen zijn met bloed besmet,

en uw vingers met ongerechtigheid.

Uw lippen spreken leugen,

uw tong brengt onrecht tot uiting.

4Er is niemand die bijeenroept in gerechtigheid

er is niemand die in trouw een rechtszaak voert.

Zij vertrouwen op holle woorden en spreken valse dingen.

Zij zijn zwanger

59:4
Job 15:35
Ps. 7:15
van onheil, zij baren ongerechtigheid.

5Zij broeden eieren van een gifslang uit

en zij weven spinnenwebben.

Wie van hun eieren eet, sterft;

is er een kapotgedrukt, dan perst er zich een adder uit.

6Hun webben

59:6
Job 8:14,15
zijn niet geschikt voor kleding,

en zij zullen zich niet kunnen bedekken met hun maaksels.

Hun maaksels zijn maaksels van ongerechtigheid;

gewelddadig werk is in hun handen.

7

59:7
Spr. 1:16
Rom. 3:15
Hun voeten snellen naar het kwaad,

zij haasten zich om onschuldig bloed te vergieten.

Hun gedachten zijn zondige gedachten,

verwoesting en ondergang59:7 ondergang - Letterlijk: breuk.zijn op hun gebaande wegen.

8De weg van de vrede kennen zij niet,

er is geen recht in hun sporen.

Zij gaan kromme paden;59:8 Zij gaan kromme paden - Letterlijk: Hun paden maken zij krom voor zichzelf.

ieder die ze betreedt, kent de vrede niet.

9Daarom is het recht ver van ons

en bereikt de gerechtigheid ons niet.

Wij zien uit naar licht, maar zie, er is duisternis;

naar stralend licht, maar wij wandelen in donkerheid.

10Wij tasten als blinden langs de wand,

ja, wij tasten als mensen zonder ogen,

wij struikelen midden op de dag, als in de schemering,

wij verkeren, zoals de doden, in woeste plaatsen.

11Wij grommen allen als beren,

en wij kirren voortdurend als duiven.

Wij zien uit naar recht, maar het is er niet;

naar heil, maar dat is ver van ons.

12Want onze overtredingen zijn talrijk voor U

en onze zonden getuigen tegen ons.

Want onze overtredingen zijn bij ons,

onze ongerechtigheden, wij kennen ze:

13het overtreden en het liegen tegen de HEERE

en het zich afkeren bij onze God vandaan,

het spreken van onderdrukking en afvalligheid,

het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het hart.

14Daarom is het recht teruggeweken,

en de gerechtigheid blijft van verre staan.

Want de waarheid struikelt op de straat,

en wat recht is, kan niet binnenkomen.

15Ja, de waarheid ontbreekt,

en wie zich afkeert van het kwade, wordt beroofd.

En de HEERE zag het, en het was kwalijk in Zijn ogen

dat er geen recht was.

16

59:16
Jes. 63:5
Omdat Hij zag dat er niemand was,

ontzette Hij Zich, want er was geen voorbidder.

Daarom bracht Zijn arm Hem heil,

en Zijn gerechtigheid, die ondersteunde Hem.

17Want Hij

59:17
Efez. 6:17
1 Thess. 5:8
trok de gerechtigheid aan als een harnas

en zette de helm van het heil op Zijn hoofd.

Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding

en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel.

18Naar de daden, daarnaar zal Hij vergelden,

grimmigheid aan Zijn tegenstanders,

vergelding aan Zijn vijanden.

Aan de kustlanden zal Hij vergelden wat zij verdienen.

19Dan zullen zij de Naam van de HEERE vrezen vanwaar de zon ondergaat,

en Zijn heerlijkheid van waar de zon opkomt.

Als de vijand zal komen als een rivier,59:19 Als … rivier - Of: Als hij zal komen als een nauwe rivier.

zal de Geest van de HEERE de banier tegen hem oprichten.

20En naar Sion zal

59:20
Rom. 11:26
een Verlosser komen

voor

59:20
Jes. 10:21,22
wie zich in Jakob van overtreding bekeren,

spreekt de HEERE.

21Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid.