Herziene Statenvertaling (HSV)
56

Aansporing tot godsvrucht

561Zo zegt de HEERE:

Neem het recht in acht en doe gerechtigheid,

want Mijn heil is nabij om te komen,

en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden.

2Welzalig een sterveling die zo handelt,

het mensenkind dat daaraan vasthoudt;

die de sabbat in acht neemt, zodat hij die niet ontheiligt,

en die zijn hand ervoor behoedt om enig kwaad te doen.

3Laat de vreemdeling die zich bij de HEERE gevoegd heeft, niet zeggen:

De HEERE heeft mij geheel en al van Zijn volk gescheiden;

laat de ontmande niet zeggen:

Zie, ik ben maar een dorre boom.

4Want zo zegt de HEERE

over de ontmanden die Mijn sabbatten in acht nemen,

verkiezen wat Mij behaagt,

en vasthouden aan Mijn verbond:

5Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats56:5 een plaats - Letterlijk: een hand. en een naam geven,

beter dan die van zonen en dan die van dochters;

een eeuwige naam zal Ik ieder van hen56:5 ieder van hen - Letterlijk: aan hem. geven,

een naam die niet uitgewist zal worden.

6En de vreemdelingen die zich bij de HEERE voegen

om Hem te dienen en om de Naam van de HEERE lief te hebben,

om Hem tot dienaren te zijn;

allen die de sabbat in acht nemen, zodat zij hem niet ontheiligen,

en die aan Mijn verbond vasthouden:

7hen zal Ik ook brengen naar Mijn heilige berg,

en Ik zal hen verblijden in Mijn huis van gebed.

Hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar.

Want

56:7
Matt. 21:13
Mark. 11:17
Luk. 19:46
Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken.

8De Heere HEERE,

Die de verdrevenen uit Israël bijeenbrengt, spreekt:

Ik zal er tot Hem nog meer bijeenbrengen,

naast hen die al tot Hem bijeengebracht zijn.

Een goddeloos volk

9Alle dieren van het veld, kom om te eten,

ja, alle dieren in het woud!

10Zijn wachters56:10 Zijn wachters - Namelijk: van het volk. zijn allen blind,

zij weten van niets.

Zij allen zijn stomme honden,

zij kunnen niet blaffen;

slaperig liggen zij neer,

zij hebben het sluimeren lief.

11Deze honden zijn vraatzuchtig,56:11 vraatzuchtig - Letterlijk: sterk van ziel.

zij kennen geen verzadiging.

Ja, zij zijn herders

die niet tot inzicht weten te komen.

Zij allen keren zich naar hun eigen weg,

ieder is uit op eigen gewin, niemand uitgezonderd.

12Kom, zeggen zij, ik zal wijn halen,

en wij zullen ons dronken drinken aan sterkedrank;

en de dag van morgen zal zijn als deze,

ja, groter, nog veel geweldiger!

57

571De rechtvaardige komt om,

en er is niemand die het ter harte neemt.

57:1
Ps. 12:2
Micha 7:2
De goedertieren mensen worden weggenomen,

zonder dat er iemand op let

dat de rechtvaardige weggenomen wordt vóór het onheil.

2Hij zal ingaan in de vrede;

zij zullen rusten op hun slaapplaatsen,

eenieder die in zijn oprechtheid wandelt.

3Maar u, kom naderbij,

kinderen van een waarzegster,

gebroed van een overspeler en van iemand die hoererij bedrijft!

4Over wie verlustigt u zich,

tegen wie spert u uw mond wijd open,

steekt u uw tong uit?

Bent ú geen kinderen van overtreding,

gebroed van bedrog?

5U die gloeit van lust bij de eiken,

onder elke bladerrijke boom;

u die de kinderen slacht in de beekdalen,

onder in de kloven van de rotsen.

6Bij de gladde stenen van de dalen ligt uw deel,

die, die zijn uw lot.

Voor hen ook vergiet u een plengoffer,

hun brengt u een graanoffer.

Zou Ik Mij daarmee laten troosten?

7Op een hoge en verheven berg

spreidt u uw bed uit;

ook daarheen klimt u op

om een slachtoffer te brengen.

8Achter de deur en de deurposten

zet u uw gedenkteken neer.

Want van Mij wendt u zich af, u ontbloot zich en klimt naar boven.

U slaat uw bed wijd open

en met enkelen van hen sluit u voor u een verbintenis.

U hebt hun bed lief, op elke plaats57:8 plaats - Letterlijk: hand. die u ziet.

9U reist met olie naar de koning

en u vermeerdert uw welriekende zalven.

U zendt uw gezanten ver weg

en vernedert u tot de hel toe.

10Door uw grote reis bent u afgemat,

maar u zegt niet: Er is geen hoop meer.

U hebt nieuwe levenskracht57:10 levenskracht - Letterlijk: het leven van uw hand. gevonden,

daarom bent u niet verzwakt.

11Maar voor wie bent u beducht of bevreesd geweest?

U hebt immers gelogen

en hebt aan Mij niet gedacht,

Ik ben u niet ter harte gegaan.

Is het niet omdat Ik heb gezwegen, en dat van oude tijden af,

dat u Mij niet vreest?

12Ík zal uw gerechtigheid bekendmaken,

en uw daden:

ze zullen u niets baten.

13Wanneer u roept, laten zij u dan redden die door u verzameld zijn.

Maar de wind zal hen allemaal wegvoeren,

een zucht zal hen wegnemen.

57:13
Ps. 34:9
Maar wie tot Mij de toevlucht neemt, zal de aarde in erfelijk bezit krijgen

en Mijn heilige berg in bezit nemen.

Troost voor verbrijzelden

14Men zal zeggen:

Verhoog de weg, verhoog de weg, bereid de weg,

neem elk struikelblok voor Mijn volk van de weg!

15Want zo zegt de Hoge en Verhevene,

Die in de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is:

Ik woon in de hoge hemel en in het heilige,

en bij de verbrijzelde en nederige van geest,

om levend te maken de geest van de nederigen,

en om levend te maken het hart van de verbrijzelden.

16Want

57:16
Ps. 103:9
Ik zal niet voor eeuwig ter verantwoording roepen

en Ik zal niet voor altijd zeer toornig zijn.

Want de geest zou van voor Mijn aangezicht bezwijken,

de zielen

57:16
Hebr. 12:9
die Ík gemaakt heb.

17Ik was zeer toornig over de ongerechtigheid van hun winstbejag,

Ik sloeg het volk, Ik verborg Mij en was zeer toornig.

Maar het ging afkerig verder op de weg van zijn hart.

18Ik heb zijn wegen gezien,

Ik zal hem genezen, Ik zal hem leiden

en hem vertroosting bieden,

namelijk zijn treurenden.

19Ik schep de vrucht van de lippen,

vrede, vrede voor wie ver weg is en voor wie dichtbij is,

zegt de HEERE, en Ik zal hem genezen.

20Maar de goddelozen zijn als een opgezweepte zee,

want die kan niet tot rust komen,

en zijn water woelt modder en slijk op.

21

57:21
Jes. 48:22
De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede!

58

Schijnvroomheid

581Roep luidkeels, houd u niet in,

verhef uw stem als een bazuin,

verkondig Mijn volk hun overtreding,

en het huis van Jakob hun zonden.

2Hoewel zij Mij dag aan dag zoeken

en vreugde vinden in de kennis van Mijn wegen,

als een volk dat gerechtigheid doet

en het recht van zijn God niet verlaat,

vragen zij Mij om rechtvaardige oordelen.

Zij vinden er vreugde in om tot God te naderen,

3terwijl zij zeggen: Waarom vasten wij, als U het toch niet ziet,

waarom kwellen wij onze ziel, als U het toch niet weet?

Zie, op uw vastendag zoekt u uw eigen wens,

en beult u al uw arbeiders af.

4Zie, u vast om te twisten en ruzie te maken

en om goddeloos op de vuist te gaan.

Vast niet zoals heden

als u uw stem wilt laten horen in de hoogte.

5

58:5
Zach. 7:5
Zou dit het vasten zijn dat Ik verkies:

dat de mens zich een dag lang verootmoedigt,

dat hij zijn hoofd buigt als een riet

en zich neerlegt in rouwgewaad en as?

Noemt u dat vasten

en een dag die de HEERE welgevallig is?

6Is dit niet het vasten dat Ik verkies:

dat u de boeien van de goddeloosheid losmaakt,

dat u de banden van het juk ontbindt,

dat u de onderdrukten vrij laat heengaan

en dat u elk juk breekt?

7

58:7
Ezech. 18:7,16
Matt. 25:35
Is het niet dit, dat u uw brood deelt met wie hongerlijdt,

en de ellendige ontheemden een thuis biedt,

dat, als u een naakte ziet, u hem kleedt,

en dat u zich voor eigen vlees en bloed niet verbergt?

8Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad,

en uw herstel snel intreden.

Uw gerechtigheid zal voor u uit gaan

en de heerlijkheid van de HEERE zal uw achterhoede zijn.

9Dan zult u roepen en de HEERE zal antwoorden,

dan zult u om hulp roepen en Hij zal zeggen: Zie, hier ben Ik.

Als u het juk uit uw midden wegdoet,

het uitsteken van de vinger en het uitspreken van ongerechtigheid;

10als u uw hart58:10 uw hart - Letterlijk: uw ziel. opent voor de hongerigen,

en de verdrukte ziel verzadigt,

dan zal uw licht in de duisternis opgaan,

en uw donkerheid als de middag zijn.

11En de HEERE zal u voortdurend leiden,

Hij zal uw ziel in dorre streken verzadigen,

uw beenderen kracht geven;

u zult zijn als een bevloeide tuin,

als een waterbron58:11 waterbron - Letterlijk: uitgang van water.

waarvan het water nooit ontbreekt.58:11 ontbreekt - Letterlijk: liegt.

12En wie uit u voortkomen, zullen de verwoeste plaatsen van weleer herbouwen;

de fundamenten, van generatie op generatie verwoest, zult u herstellen.

En u zult genoemd worden: hij die bressen dichtmaakt,

hij die paden herstelt, opdat men er weer kan wonen.

13Indien u uw voet van de sabbat terughoudt,

ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt;

indien u de sabbat een verlustiging noemt,

opdat de HEERE geheiligd wordt

– die geëerd moet worden –

indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen,

niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,

14dan zult u vreugde scheppen in de HEERE,

Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde

en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob,

want de mond van de HEERE heeft gesproken.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]