Herziene Statenvertaling (HSV)
54

Beloften van heil voor Sion

541Zing

54:1
Gal. 4:27
vrolijk, onvruchtbare, u die niet gebaard hebt,

breek uit in gejuich en jubel het uit, u die geen weeën gekend hebt,

want de kinderen van de eenzame zijn talrijker

dan de kinderen van de getrouwde, zegt de HEERE.

2Vergroot de plaats voor uw tent,

laat men uw tentkleden54:2 tentkleden - Letterlijk: de gordijnen van uw woningen. wijd uitspannen,

wees niet terughoudend,

verleng uw touwen,

sla uw pinnen vast.

3Want u zult zich rechts en links uitbreiden,

uw nageslacht zal de heidenvolken in bezit nemen

en de verlaten steden bevolken.

4Wees niet bevreesd, want u zult niet beschaamd worden;

word niet rood van schaamte, want u zult niet te schande worden.

Ja, u zult de schande van uw jeugd vergeten,

en niet meer denken aan de smaad van uw weduwschap.

5Want uw Maker is uw Man,

HEERE van de legermachten is Zijn Naam,

en uw Verlosser is de Heilige van Israël,

de God van heel de aarde zal Hij genoemd worden.

6Want als een verlaten vrouw,

een bedroefde van geest, roept de HEERE u,

de vrouw van de jeugd, die afgewezen was,

zegt uw God.

7Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten,

maar in grote barmhartigheid zal Ik u bijeenbrengen.

8In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u

Mijn aangezicht een ogenblik verborgen,

maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen,

zegt de HEERE, uw Verlosser.

9Want dit zal voor Mij zijn als bij de wateren van Noach,

toen Ik

54:9
Gen. 9:11
zwoer

dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen;

zo heb Ik gezworen

dat Ik niet meer op u toornen zal en u niet meer bestraffen zal.

10Want al zouden bergen wijken

en heuvels wankelen,

Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken

en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen,

zegt de HEERE, uw Ontfermer.

11U, ellendige, door stormweer voortgedrevene, ongetrooste,

zie, Ik zal uw stenen leggen in schitterend zilverwit,

Ik zal u grondvesten op saffieren,

12uw torens maken van kristal,

uw poorten van robijn,

heel uw omwalling van edelsteen.

13

54:13
Joh. 6:45
Al uw kinderen zullen door de HEERE onderwezen zijn,

en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.

14U zult door gerechtigheid bevestigd worden.

Houd u ver van onderdrukking, want u zult niet bevreesd zijn,

en ver van verschrikking, want zij zal niet tot u naderen.

15Zie, zij zullen zeker samenscholen – niet door Mijn toedoen

wie tegen u ten strijde trekt, die zal om u ten val komen.

16Zie, Ík heb de smid geschapen,

die het kolenvuur aanblaast

en wapentuig vervaardigt, geschikt voor zijn doel;

en Ík heb de verwoester geschapen om te gronde te richten.

17Elk wapentuig dat tegen u wordt vervaardigd, zal niets uitrichten,

en elke tong die in het gericht tegen u opstaat, zult u schuldig verklaren.

Dit is het erfelijk bezit van de dienaren van de HEERE,

en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.

55

Uitnodiging tot het heil

551O,

55:1
Joh. 7:37,38
alle dorstigen, kom tot de wateren,

en u die geen geld hebt, kom,

koop en eet, ja, kom, koop zonder geld,

zonder prijs, wijn en melk.

2Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is,

en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?

Luister aandachtig naar Mij, eet het goede,

en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed.

3Neig uw oor en kom tot Mij,

luister, en uw ziel zal leven;

want Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten:

55:3
Hand. 13:34
de betrouwbare gunstbewijzen aan David.

4Zie, Ik heb Hem gegeven als Getuige voor de volken,

als Vorst en Gebieder voor de volken.

5Zie, U zult een volk roepen dat U niet kende,55:5 dat U niet kende - Bedoeld is: U kende dat volk niet.

en het volk dat U niet kende,55:5 dat U niet kende - Bedoeld is: dat volk kende U niet. zal naar U toe snellen,

omwille van de HEERE, Uw God,

voor de Heilige van Israël, want Hij heeft U verheerlijkt.

6Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is,

roep Hem aan terwijl Hij nabij is.

7Laat de goddeloze zijn weg verlaten,

de man van ongerechtigheid zijn gedachten.

Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen,

tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.

8Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,

en uw wegen zijn niet Mijn wegen,

spreekt de HEERE.

9Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,

zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen

en Mijn gedachten dan uw gedachten.

10Want zoals regen of sneeuw

neerdaalt van de hemel

en daarheen niet terugkeert,

maar de aarde doorvochtigt

en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen,

zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,

11zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:

het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,

maar het zal doen wat Mij behaagt,

en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.

12Want in blijdschap zult u uittrekken

en met vrede voortgeleid worden.

De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich

en

55:12
1 Kron. 16:33
alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.

13Voor een doornstruik zal een cipres opkomen,

voor een distel zal een mirt opkomen;

en het zal de HEERE zijn tot een naam,

tot een eeuwig teken, dat niet zal worden uitgewist.

56

Aansporing tot godsvrucht

561Zo zegt de HEERE:

Neem het recht in acht en doe gerechtigheid,

want Mijn heil is nabij om te komen,

en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden.

2Welzalig een sterveling die zo handelt,

het mensenkind dat daaraan vasthoudt;

die de sabbat in acht neemt, zodat hij die niet ontheiligt,

en die zijn hand ervoor behoedt om enig kwaad te doen.

3Laat de vreemdeling die zich bij de HEERE gevoegd heeft, niet zeggen:

De HEERE heeft mij geheel en al van Zijn volk gescheiden;

laat de ontmande niet zeggen:

Zie, ik ben maar een dorre boom.

4Want zo zegt de HEERE

over de ontmanden die Mijn sabbatten in acht nemen,

verkiezen wat Mij behaagt,

en vasthouden aan Mijn verbond:

5Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats56:5 een plaats - Letterlijk: een hand. en een naam geven,

beter dan die van zonen en dan die van dochters;

een eeuwige naam zal Ik ieder van hen56:5 ieder van hen - Letterlijk: aan hem. geven,

een naam die niet uitgewist zal worden.

6En de vreemdelingen die zich bij de HEERE voegen

om Hem te dienen en om de Naam van de HEERE lief te hebben,

om Hem tot dienaren te zijn;

allen die de sabbat in acht nemen, zodat zij hem niet ontheiligen,

en die aan Mijn verbond vasthouden:

7hen zal Ik ook brengen naar Mijn heilige berg,

en Ik zal hen verblijden in Mijn huis van gebed.

Hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar.

Want

56:7
Matt. 21:13
Mark. 11:17
Luk. 19:46
Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken.

8De Heere HEERE,

Die de verdrevenen uit Israël bijeenbrengt, spreekt:

Ik zal er tot Hem nog meer bijeenbrengen,

naast hen die al tot Hem bijeengebracht zijn.

Een goddeloos volk

9Alle dieren van het veld, kom om te eten,

ja, alle dieren in het woud!

10Zijn wachters56:10 Zijn wachters - Namelijk: van het volk. zijn allen blind,

zij weten van niets.

Zij allen zijn stomme honden,

zij kunnen niet blaffen;

slaperig liggen zij neer,

zij hebben het sluimeren lief.

11Deze honden zijn vraatzuchtig,56:11 vraatzuchtig - Letterlijk: sterk van ziel.

zij kennen geen verzadiging.

Ja, zij zijn herders

die niet tot inzicht weten te komen.

Zij allen keren zich naar hun eigen weg,

ieder is uit op eigen gewin, niemand uitgezonderd.

12Kom, zeggen zij, ik zal wijn halen,

en wij zullen ons dronken drinken aan sterkedrank;

en de dag van morgen zal zijn als deze,

ja, groter, nog veel geweldiger!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]