Herziene Statenvertaling (HSV)
53

531Wie

53:1
Joh. 12:38
Rom. 10:16
heeft onze prediking geloofd,

en aan wie is de arm van de HEERE geopenbaard?

2Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,

als een wortel uit dorre aarde.

Gestalte of glorie had Hij niet;

als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.

3Hij was

53:3
Ps. 22:7,8
Jes. 49:7
52:14
Mark. 9:12
veracht, de onwaardigste onder53:3 de onwaardigste onder - Of: verworpen door. de mensen,

een Man van smarten, bekend met ziekte,

en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;

Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.

4Voorwaar, onze ziekten heeft

53:4
Matt. 8:17
Híj op Zich genomen,

onze smarten heeft Hij gedragen.

Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde,

door God geslagen en verdrukt.

5Maar

53:5
Rom. 4:25
1 Kor. 15:3
Hij is om onze overtredingen verwond,

om onze ongerechtigheden verbrijzeld.

De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,

en door Zijn striemen

53:5
1 Petr. 2:24
is er voor ons genezing gekomen.

6Wij dwaalden allen als schapen,

wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.

Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen

op Hem doen neerkomen.

7Toen betaling geëist werd, werd Híj verdrukt,53:7 Toen … verdrukt - Of: Hij werd mishandeld en Hij werd verdrukt.

maar

53:7
Matt. 26:63
27:12,14
Mark. 14:61
15:5
Hij deed Zijn mond niet open.

Als

53:7
Hand. 8:32
een lam werd Hij ter slachting geleid;

als een schaap dat stom is voor zijn scheerders,

zo deed Hij Zijn mond niet open.

8Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen,

en wie zal Zijn leeftijd uitspreken?

Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden.

Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest.

9Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld,

en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest,

omdat Hij geen onrecht gedaan heeft

53:9
1 Petr. 2:22
1 Joh. 3:5
en geen bedrog in Zijn mond geweest is.

10Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft Hem ziek gemaakt.

Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben,

zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen;

het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.

11Om de moeitevolle inspanning van Zijn ziel zal Hij het53:11 het - Volgens drie van de Dode Zeerollen en de Septuaginta: het licht. zien,

Hij zal verzadigd worden.

Door de kennis van Hem zal de Rechtvaardige, Mijn Knecht, velen rechtvaardig maken,

want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.

12Daarom zal Ik Hem veel53:12 veel - Of: onder velen. toedelen,

en machtigen zal Hij verdelen als buit,

omdat Hij Zijn ziel heeft uitgestort in de dood,

53:12
Mark. 15:28
Luk. 22:37
onder de overtreders is geteld,

omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft

en

53:12
Luk. 23:34
voor de overtreders gebeden heeft.

54

Beloften van heil voor Sion

541Zing

54:1
Gal. 4:27
vrolijk, onvruchtbare, u die niet gebaard hebt,

breek uit in gejuich en jubel het uit, u die geen weeën gekend hebt,

want de kinderen van de eenzame zijn talrijker

dan de kinderen van de getrouwde, zegt de HEERE.

2Vergroot de plaats voor uw tent,

laat men uw tentkleden54:2 tentkleden - Letterlijk: de gordijnen van uw woningen. wijd uitspannen,

wees niet terughoudend,

verleng uw touwen,

sla uw pinnen vast.

3Want u zult zich rechts en links uitbreiden,

uw nageslacht zal de heidenvolken in bezit nemen

en de verlaten steden bevolken.

4Wees niet bevreesd, want u zult niet beschaamd worden;

word niet rood van schaamte, want u zult niet te schande worden.

Ja, u zult de schande van uw jeugd vergeten,

en niet meer denken aan de smaad van uw weduwschap.

5Want uw Maker is uw Man,

HEERE van de legermachten is Zijn Naam,

en uw Verlosser is de Heilige van Israël,

de God van heel de aarde zal Hij genoemd worden.

6Want als een verlaten vrouw,

een bedroefde van geest, roept de HEERE u,

de vrouw van de jeugd, die afgewezen was,

zegt uw God.

7Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten,

maar in grote barmhartigheid zal Ik u bijeenbrengen.

8In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u

Mijn aangezicht een ogenblik verborgen,

maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen,

zegt de HEERE, uw Verlosser.

9Want dit zal voor Mij zijn als bij de wateren van Noach,

toen Ik

54:9
Gen. 9:11
zwoer

dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen;

zo heb Ik gezworen

dat Ik niet meer op u toornen zal en u niet meer bestraffen zal.

10Want al zouden bergen wijken

en heuvels wankelen,

Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken

en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen,

zegt de HEERE, uw Ontfermer.

11U, ellendige, door stormweer voortgedrevene, ongetrooste,

zie, Ik zal uw stenen leggen in schitterend zilverwit,

Ik zal u grondvesten op saffieren,

12uw torens maken van kristal,

uw poorten van robijn,

heel uw omwalling van edelsteen.

13

54:13
Joh. 6:45
Al uw kinderen zullen door de HEERE onderwezen zijn,

en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.

14U zult door gerechtigheid bevestigd worden.

Houd u ver van onderdrukking, want u zult niet bevreesd zijn,

en ver van verschrikking, want zij zal niet tot u naderen.

15Zie, zij zullen zeker samenscholen – niet door Mijn toedoen

wie tegen u ten strijde trekt, die zal om u ten val komen.

16Zie, Ík heb de smid geschapen,

die het kolenvuur aanblaast

en wapentuig vervaardigt, geschikt voor zijn doel;

en Ík heb de verwoester geschapen om te gronde te richten.

17Elk wapentuig dat tegen u wordt vervaardigd, zal niets uitrichten,

en elke tong die in het gericht tegen u opstaat, zult u schuldig verklaren.

Dit is het erfelijk bezit van de dienaren van de HEERE,

en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.

55

Uitnodiging tot het heil

551O,

55:1
Joh. 7:37,38
alle dorstigen, kom tot de wateren,

en u die geen geld hebt, kom,

koop en eet, ja, kom, koop zonder geld,

zonder prijs, wijn en melk.

2Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is,

en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?

Luister aandachtig naar Mij, eet het goede,

en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed.

3Neig uw oor en kom tot Mij,

luister, en uw ziel zal leven;

want Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten:

55:3
Hand. 13:34
de betrouwbare gunstbewijzen aan David.

4Zie, Ik heb Hem gegeven als Getuige voor de volken,

als Vorst en Gebieder voor de volken.

5Zie, U zult een volk roepen dat U niet kende,55:5 dat U niet kende - Bedoeld is: U kende dat volk niet.

en het volk dat U niet kende,55:5 dat U niet kende - Bedoeld is: dat volk kende U niet. zal naar U toe snellen,

omwille van de HEERE, Uw God,

voor de Heilige van Israël, want Hij heeft U verheerlijkt.

6Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is,

roep Hem aan terwijl Hij nabij is.

7Laat de goddeloze zijn weg verlaten,

de man van ongerechtigheid zijn gedachten.

Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen,

tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.

8Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,

en uw wegen zijn niet Mijn wegen,

spreekt de HEERE.

9Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,

zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen

en Mijn gedachten dan uw gedachten.

10Want zoals regen of sneeuw

neerdaalt van de hemel

en daarheen niet terugkeert,

maar de aarde doorvochtigt

en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen,

zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,

11zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:

het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,

maar het zal doen wat Mij behaagt,

en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.

12Want in blijdschap zult u uittrekken

en met vrede voortgeleid worden.

De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich

en

55:12
1 Kron. 16:33
alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.

13Voor een doornstruik zal een cipres opkomen,

voor een distel zal een mirt opkomen;

en het zal de HEERE zijn tot een naam,

tot een eeuwig teken, dat niet zal worden uitgewist.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]