Herziene Statenvertaling (HSV)
50

De Knecht van de HEERE gesmaad en geholpen

501Zo zegt de HEERE:

Waar is de echtscheidingsbrief van uw moeder

waarmee Ik haar weggezonden heb?

Of wie van Mijn schuldeisers is het

aan wie Ik u verkocht heb?

Zie, om uw ongerechtigheden bent u verkocht,

om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.

2Waarom was er niemand toen Ik kwam?

Waarom gaf niemand antwoord toen Ik riep?

50:2
Num. 11:23
Jes. 59:1
Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen?

Of is er in Mij geen kracht om te redden?

Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog.

Ik maak rivieren tot een woestijn.

Hun vissen stinken, omdat er geen water is,

en ze sterven van dorst.

3Ik bekleed de hemel met zwart,

bedek hem met rouwgewaad.50:3 bedek … rouwgewaad - Letterlijk: Ik stel een rouwgewaad hun bedekking.

4De Heere HEERE gaf Mij een tong van een die onderwijs ontving,

zodat Ik weet met de vermoeide een woord op de juiste tijd te spreken.

Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor,

zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen.

5De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend,

en Zelf ben

50:5
Joh. 14:31
Filipp. 2:8
Hebr. 10:5
Ik niet ongehoorzaam,

Ik wijk niet terug.

6Ik geef Mijn rug aan hen die Mij slaan,

Mijn wangen aan hen die Mij de baard uitplukken.

Mijn gezicht verberg Ik niet

voor smaad en speeksel.

7Want de Heere HEERE helpt Mij.

Daarom word Ik niet te schande.

Daarom heb Ik Mijn gezicht gemaakt als hard gesteente,

want Ik weet dat Ik niet beschaamd zal worden.

8Hij is nabij

50:8
Rom. 8:32,33
Die Mij rechtvaardigt. Wie zal met Mij een rechtszaak voeren?

Laten wij samen opstaan!

Wie heeft een rechtszaak tegen Mij?50:8 Wie heeft een rechtszaak tegen Mij? - Letterlijk: Wie is eigenaar van Mijn oordeel?

Laat hij tot Mij naderen!

9Zie, de Heere HEERE helpt Mij.

Wie is het die Mij schuldig verklaart?

Zie, zij allen zullen als een kleed verslijten,

de mot zal hen opeten.

10Wie is er onder u die de HEERE vreest,

die luistert naar de stem van Zijn Knecht?

Als hij in duisternissen gaat

en geen licht heeft,

laat hij dan vertrouwen op de Naam van de HEERE

en steunen op zijn God.

11Zie, u allen die een vuur aansteekt,

die u met brandpijlen omgordt,

wandel in de vlam van uw vuur

en in de brandpijlen die u hebt aangestoken.

Van Mijn hand overkomt u dit.

In smart zult u neerliggen.

51

De reddende gerechtigheid van God

511Luister naar Mij, u die de gerechtigheid najaagt,

u die de HEERE zoekt.

Aanschouw de rots waarin u uitgehakt bent,

de holte van de put waaruit u gegraven bent.

2Aanschouw Abraham, uw vader,

en Sara, die u gebaard heeft.

Want toen hij nog alleen was, riep Ik hem,

Ik zegende hem en maakte hem talrijk.

3Want de HEERE zal Sion troosten,

Hij zal al haar puinhopen troosten.

Hij zal haar woestijn maken als Eden,

haar wildernis als de hof van de HEERE.

Vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden,

dankzegging en luid psalmgezang.

4Sla acht op Mij, Mijn volk,

Mijn natie, hoor Mij aan,

want een wet zal van Mij uitgaan

en Mijn recht zal Ik tot rust doen komen tot een licht voor de volken.

5Mijn gerechtigheid is nabij,

Mijn heil treedt tevoorschijn

en Mijn armen zullen de volken oordelen,

de kustlanden zullen op Mij wachten

en op Mijn arm zullen ze hopen.

6Sla uw ogen op naar de hemel

en aanschouw de aarde beneden,

want de hemel zal verdwijnen als rook,

de aarde zal verslijten als een kleed,

evenzo51:6 evenzo - Of: als muggen. zullen haar bewoners sterven.

Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan,

Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.

7Luister naar Mij, u die de gerechtigheid kent,

volk dat Mijn wet

51:7
Ps. 37:31
in zijn hart heeft,

51:7
Vers
wees niet bevreesd voor de smaad van stervelingen,

wees niet ontsteld door hun beschimpingen.

8Want

51:8
Jes. 50:9
de mot zal hen opeten als een kleed,

de mottenlarve zal hen opeten als wol.

Maar Mijn gerechtigheid zal voor eeuwig bestaan,

en Mijn heil van generatie op generatie.

9Ontwaak, ontwaak, bekleed u met kracht,

arm van de HEERE!

Ontwaak als in de dagen van weleer,

als bij de generaties van vroeger eeuwen!

Bent u het niet die Rahab hebt neergehouwen,

het zeemonster doorboord?

10Bent u het niet die de zee heeft drooggelegd,

de wateren van de grote watervloed,

51:10
Jes. 43:16
die de diepten van de zee gemaakt heeft tot een weg,

zodat de verlosten erdoor konden gaan?

11Zo zullen wie door de HEERE zijn vrijgekocht, terugkeren

en met gejuich in Sion komen.

Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,

vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen,

verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

12Ik, Ik ben het Die u troost.

Wie bent u dat u bevreesd bent voor

51:12
Vers
een sterveling, die sterven moet,

voor een mensenkind, gras, dat vergaat,

13en dat u de HEERE vergeet, Die u gemaakt heeft,

51:13
Job 9:8
Ps. 104:2
Jes. 40:22
42:5
44:24
Die de hemel uitgespannen heeft

en de aarde gegrondvest,

en dat u voortdurend, de hele dag, angstig bent

vanwege de woede van de onderdrukker,

wanneer hij zich gereedmaakt om u te gronde te richten?

Waar is dan de woede van de onderdrukker?

14De geknevelde zal snel worden losgelaten,

hij zal niet sterven in de put van ellende,

zijn brood zal hem niet ontbreken.

15Want Ik ben de HEERE, uw God,

Die de zee opzweept, zodat zijn golven bruisen,

HEERE van de legermachten is Zijn Naam.

16Ik leg Mijn woorden in uw mond,

en bedek u onder de schaduw van Mijn hand,

om de hemel te planten en de aarde te grondvesten,

om te zeggen tegen Sion: U bent Mijn volk.

17

51:17
Jes. 52:1
Ontwaak, ontwaak,

sta op, Jeruzalem!

U die uit de hand van de HEERE gedronken hebt

de beker van Zijn grimmigheid;

de droesem uit de beker van bedwelming hebt u gedronken, opgedronken.

18Er is niemand die haar zachtjes leidt

van al de kinderen die zij heeft gebaard;

er is niemand die haar hand grijpt

onder al de kinderen die zij heeft grootgebracht.

19

51:19
Jes. 47:9
Deze twee dingen zijn u overkomen.

Wie betuigt u zijn medeleven?

Er is verwoesting en ondergang,51:19 ondergang - Letterlijk: breuk. honger en zwaard.

Door wie zal Ik u troosten?

20

51:20
Klaagl. 2:11,12
Uw kinderen zijn uitgeput,

zij liggen op de hoeken van alle straten, als een antilope in een net;

zij zijn vol van de grimmigheid van de HEERE,

van de bestraffing door uw God.

21Daarom, luister toch hiernaar,

u die ellendig bent, dronken, maar niet van wijn.

22Zo zegt uw Heere, de HEERE en uw God,

Die voor Zijn volk een rechtszaak zal voeren:

Zie, Ik neem de beker van bedwelming uit uw hand,

de droesem van de beker van Mijn grimmigheid –

u zult die voortaan niet meer drinken.

23Maar Ik zal hem geven in de hand van hen die u bedroeven,

die tegen uw ziel zeiden:

Werp je neer, dan lopen wij over je heen.

En u legde uw rug neer als was u aarde,

als was u de straat voor wie daaroverheen gaan.

52

De verlossing van Sion

521Ontwaak, ontwaak,

bekleed u met uw kracht, Sion,

trek uw mooiste kleren aan,

Jeruzalem, heilige stad!

Want voortaan zal in u

geen onbesnedene of onreine meer komen.

2Schud het stof van u af, sta op,

zet u neer, Jeruzalem,

maak de ketenen om uw hals los,

gevangene, dochter van Sion!

3Want zo zegt de HEERE: Voor niets bent u verkocht, u zult ook zonder geld worden verlost.

4Want zo zegt de Heere HEERE: Vroeger

52:4
Gen. 46:6
daalde Mijn volk af naar Egypte om daar als vreemdeling te verblijven, en Assyrië heeft het zonder oorzaak onderdrukt.

5En nu, wat staat Mij hier te doen? spreekt de HEERE. Want Mijn volk is voor niets weggevoerd, zijn overheersers doen het weeklagen, spreekt de HEERE, en voortdurend, heel de dag, wordt Mijn Naam

52:5
Ezech. 36:20,23
Rom. 2:24
gelasterd.

6Daarom zal Mijn volk Mijn Naam kennen; daarom, op die dag, zal het weten dat Ik het Zelf ben Die spreekt: Zie, hier ben Ik.

7

52:7
Nahum 1:15
Rom. 10:15
Hoe lieflijk zijn op de bergen

de voeten van hem die het goede boodschapt,

die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede,

die heil laat horen,

die tegen Sion zegt:

Uw God is Koning.

8Een stem, uw wachters verheffen hun stem,

tezamen juichen zij,

want zij zullen het zien, oog in oog,

als de HEERE terugkeert naar Sion.

9Breek uit in gejubel, juich tezamen,

puinhopen van Jeruzalem,

want de HEERE heeft Zijn volk getroost,

Hij heeft Jeruzalem verlost.

10De HEERE heeft Zijn heilige arm ontbloot

voor de ogen van alle heidenvolken;

52:10
Ps. 98:2
Luk. 3:6
en alle einden der aarde zien

het heil van onze God.

11Vertrek, vertrek, ga daar weg,

52:11
2 Kor. 6:17
Openb. 18:4
raak het onreine niet aan,

ga uit haar midden weg, reinig u,

u die de heilige voorwerpen van de HEERE draagt!

12Maar u zult niet overhaast weggaan,

u zult niet als op de vlucht gaan,

want de HEERE zal vóór u uit trekken,

en de God van Israël zal uw achterhoede zijn.

De Knecht van de HEERE verzoent de schuld

13Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,

Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden.

14Zoals velen zich over U ontzet hebben

– zo

52:14
Jes. 53:3
geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand anders,

en Zijn gestalte, meer dan van andere mensenkinderen –

15zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen,

koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan.52:15 sprakeloos staan - Letterlijk: hun mond sluiten.

Want zij aan wie het

52:15
Rom. 15:21
niet verteld was, zullen het zien,

en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.