Herziene Statenvertaling (HSV)
4

41Op die dag zullen zeven vrouwen

één man vastgrijpen

en zeggen: Ons eigen brood zullen wij eten

en met onze eigen kleren zullen wij ons kleden.

Laat ons slechts uw naam mogen dragen.

Neem onze smaad weg!

De komende verlossing

2Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad4:2 tot een heerlijk sieraad - Letterlijk: tot sieraad en tot heerlijkheid. zijn, en de vrucht van de aarde tot glorie en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn.

3Dan zal het gebeuren dat wie in Sion overgebleven is, en wie in Jeruzalem overgelaten is, heilig genoemd zal worden, eenieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is.

4Wanneer de Heere de vuilheid van de dochters van Sion afgewassen zal hebben en de vele bloedschuld van Jeruzalem uit het midden ervan weggespoeld zal hebben door de Geest van oordeel en door de Geest van uitbranding,

5dan zal de HEERE over elke plaats op de berg Sion en over de samenkomsten ervan overdag een wolk scheppen en rook, en 's nachts een schijnsel van vlammend vuur; ja, over alles wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.

6Dan zal een hut dienen tot schaduw overdag tegen de hitte, en als toevlucht en schuilplaats tegen de vloed en tegen de regen.

5

Het lied van de wijngaard

51Ik wil graag voor mijn Beminde zingen,

een lied van mijn Geliefde over Zijn wijngaard.

Mijn Beminde had een wijngaard

op een vruchtbare heuvel.5:1 op een vruchtbare heuvel - Letterlijk: op een hoorn van een zoon van olie.

2Hij spitte hem om en zuiverde hem van stenen,

Hij beplantte hem met edele wijnstokken.

In het midden ervan bouwde Hij een toren,

en hakte ook een perskuip daarin uit.

Hij verwachtte dat hij goede druiven zou voortbrengen,

maar hij bracht stinkende druiven voort.

3Nu dan, inwoners van Jeruzalem

en mannen van Juda,

oordeel toch tussen Mij

en Mijn wijngaard.

4

5:4
Jer. 2:5
Micha 6:3,8
Wat is er nog meer te doen aan Mijn wijngaard,

dan wat Ik eraan gedaan heb?

Waarom heb Ik verwacht dat hij goede druiven zou voortbrengen,

terwijl hij slechts stinkende druiven voortbracht?

5Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken

wat Ik met Mijn wijngaard ga doen:

Ik zal

5:5
Ps. 80:13
zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden;

Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden.

6Ik zal er een wildernis van maken.

Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld,

maar dorens en distels zullen er opschieten.

En Ik zal de wolken gebieden

geen regen erop te laten neerkomen.

7

5:7
Ps. 80:9
Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël,

en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant.

Hij verwachtte goed bestuur,5:7 goed bestuur - Letterlijk: recht. maar zie, het werd bloedbestuur,5:7 bloedbestuur - Letterlijk: bloedvergieten.

gerechtigheid, maar zie, het werd geschreeuw.

Een zesvoudig wee

8

5:8
Micha 2:2
Wee hun die huis aan huis trekken,

veld aan veld voegen,

tot er geen plaats meer over is,

en alleen u in het midden van het land gevestigd bent.

9De HEERE van de legermachten heeft tot mij persoonlijk5:9 persoonlijk - Letterlijk: in mijn oren.gesproken:

Voorwaar, veel huizen zullen tot een woestenij worden,

grote en mooie zullen zonder bewoner zijn!

10Ja, tien bunders wijngaard zullen slechts één bath5:10 Een bath is vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter. opleveren,

en een homer5:10 Een homer is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter. zaad zal maar een efa5:10 Een efa is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter. opleveren.

11

5:11
Spr. 23:29,30
Wee hun die 's morgens vroeg opstaan

en op sterkedrank uit zijn,

daarmee doorgaan tot de schemering,

totdat de wijn hen heeft verhit.

12Harp en luit, tamboerijn en fluit,

en wijn – dat zijn hun drinkgelagen,

maar voor de daden van de HEERE hebben zij geen oog;

het werk van Zijn handen zien zij niet.

13

5:13
Amos 6:7
Daarom zal Mijn volk in ballingschap gaan:

het heeft geen kennis.

Zijn hooggeplaatsten zullen verhongeren,5:13 Zijn hooggeplaatsten zullen verhongeren - Letterlijk: en Zijn eer mannen van honger.

en zijn mensenmenigte zal van dorst versmachten.

14Daarom zal het graf zijn keel wijd opensperren

en zijn muil wagenwijd5:14 wagenwijd - Letterlijk: zonder grens. opendoen,

zodat zijn adel en zijn mensenmenigte erin neer zullen dalen

met hun gejoel en uitgelaten gehuppel.

15Dan zal de gewone man gebukt gaan,

de man van aanzien vernederd worden,

en de ogen van de hoogmoedigen zullen neergeslagen zijn.

16Maar de HEERE van de legermachten zal verhoogd worden door het recht,

en de heilige God zal geheiligd worden door gerechtigheid.

17

5:17
Jes. 14:30
En lammeren zullen er grazen als was het hun weide,

en van de puinhopen van de weldoorvoeden zullen vreemdelingen eten.

18Wee hun die de ongerechtigheid naar zich toe trekken met koorden van valsheid,

en de zonde als met dikke wagentouwen,

19die zeggen: Laat Hij haast maken,

vaart zetten achter Zijn werk,

zodat we het zien.

Laat het naderen, laat het komen,

het raadsbesluit van de Heilige van Israël,

zodat wij er kennis mee maken.

20Wee hun die het kwade goed noemen

en het goede kwaad;

die duisternis voorstellen als licht,

en licht als duisternis;

die bitter voorstellen als zoet

en zoet als bitter.

21

5:21
Spr. 3:7
Rom. 12:16
Wee hun die in hun eigen oog wijs zijn

en naar hun eigen mening5:21 hun eigen mening - Letterlijk: hun gezichten. verstandig.

22Wee hun die een held zijn in wijn drinken

en dappere mannen in het mengen van sterkedrank,

23die de goddelozen in het gelijk stellen voor een geschenk,

maar de rechtvaardigen hun

5:23
Spr. 17:15
24:24
recht ontnemen.

24

5:24
Ex. 15:7
Jes. 9:18
Daarom, zoals een vuurtong stoppels verteert

en stro door een vlam ineenzinkt,

zo zal hun wortel vermolmd5:24 vermolmd - Letterlijk: als het vermolmde. zijn,

en hun bloesem opstuiven als stof,

omdat zij de wet van de HEERE van de legermachten afgewezen hebben

en het woord van de Heilige van Israël verworpen hebben.

De uitgestrekte hand van de HEERE

25Daarom is de toorn van de HEERE tegen Zijn volk ontbrand.

Hij heeft Zijn hand tegen hen uitgestrekt;

Hij heeft hen geslagen,

zodat de bergen sidderen,

en hun dode lichamen

5:25
Jes. 10:6
als vuilnis midden op straat liggen.

Bij

5:25
Jes. 9:11,16,20
10:4
dit alles keert Zijn toorn zich niet af,

en nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

26Want Hij zal een banier omhoogheffen voor de heidenvolken van ver weg.

Van het einde der aarde fluit Hij hen naar Zich toe;

en zie, daar komen zij, haastig en snel!

27Onder hen zal niemand vermoeid zijn of struikelen,

niemand zal sluimeren of slapen.

Bij niemand zal de gordel om zijn heupen losraken

of de riem van zijn schoen breken.

28Hun pijlen zullen scherp zijn,

al hun bogen gespannen,

de hoeven van hun paarden zullen als keisteen beschouwd worden,

de wielen van hun wagens als een wervelwind.

29Hun gebrul zal zijn als dat van een leeuwin,

zij zullen brullen als jonge leeuwen,

zij zullen grommen, hun prooi grijpen en wegslepen,

en er is niemand die redt.

30Op die dag zullen zij tegen het volk grommen

als het grommen van de zee.

Wanneer men naar

5:30
Jes. 8:22
de aarde kijkt, zie, duisternis en benauwdheid,

en het licht zal door haar rookwolken verduisterd zijn.

6

Jesaja in het ambt van profeet bevestigd

61In

6:1
2 Kon. 15:7
het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel.

2Serafs stonden boven Hem. Ieder had

6:2
Openb. 4:8
zes vleugels: met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.

3De een riep tot de ander:

6:3
Openb. 4:8
Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten;

heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!

4De deurpinnen in de drempels schudden door de stem van hem die riep, en het huis vulde zich met rook.

5Toen zei ik:

Wee mij, want ik verga!

Ik ben immers een man met onreine lippen

en woon te midden van een volk met onreine lippen.

Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten, gezien.

6Maar een van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen.

7Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei:

Zie, deze

6:7
Jer. 1:9
Dan. 10:16
heeft uw lippen aangeraakt.

Zo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend.

8Daarna hoorde ik de stem van de Heere. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij.

9Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk:

6:9
Matt. 13:14
Mark. 4:12
Luk. 8:10
Joh. 12:40
Hand. 28:26
Rom. 11:8
Luister voortdurend, maar u zult het niet begrijpen.

Zie voortdurend, maar u zult het niet opmerken.

10Maak het hart van dit volk vet,

en stop hun oren toe,6:10 stop hun oren toe - Letterlijk: maak hun oren zwaar. en sluit hun ogen;

6:10
Jer. 5:21
anders zullen zij met hun ogen zien, en met hun oren horen,

en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en zal Hij hen genezen.

11Toen zei ik: Hoelang, Heere? Hij zei:

Totdat de steden verwoest zijn,

zodat er geen inwoner meer is,

en de huizen, zodat er geen mens meer in is,

en het land verworden is tot een woestenij.

12Want de HEERE zal de mensen ver weg doen gaan,

en de verlatenheid in6:12 in - Letterlijk: in het midden van. het land zal groot zijn.

13Al zal daarin nog een tiende deel over zijn,

het zal weer verwoest worden.

Maar zoals van de eik en de haageik

na het omhakken een stronk overblijft,

zal hun stronk een heilig zaad zijn.