Herziene Statenvertaling (HSV)
46

De dwaasheid van afgoderij

461Bel is gekromd, Nebo neergebogen,

hun afgodsbeelden zijn geworden

voor de dieren en voor de beesten;

uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide dieren.

2Tezamen zijn ze neergebogen, gekromd.

Ze hebben de last niet kunnen redden,

maar zijn zelf46:2 zelf - Letterlijk: hun ziel. in gevangenschap gegaan.

3Luister naar Mij, huis van Jakob,

en heel het overblijfsel van het huis van Israël,

u, die door Mij gedragen bent vanaf de moederschoot,

gedragen vanaf de baarmoeder.

4Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn,

ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen;

Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen,

Ík zal dragen en redden.

5

46:5
Jes. 40:18,25
Met wie wilt u Mij vergelijken en met wie op één lijn stellen?

Met wie wilt u Mij meten, dat wij elkaars gelijken zouden zijn?

6Zij schudden goud uit hun beurs

en wegen zilver op een weegschaal.

Zij huren een edelsmid, en die maakt er een god van.

Zij knielen, ook buigen zij zich ervoor neer.

7

46:7
Jes. 45:20
Zij nemen hem op de schouder, zij dragen hem

en zetten hem op zijn plaats.

Daar staat hij en van zijn plaats wijkt hij niet.

Ja, roept iemand tot hem, hij antwoordt niet,

hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid.

8Denk hieraan en wees flink;

neem het weer ter harte, overtreders.

9Denk aan de dingen van vroeger, van oude tijden af,

dat Ik God ben en niemand anders.

46:9
Jes. 45:5,14,18,21,22
48:12
Ik ben God, en er is er geen als Ik,

10Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn,

van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben;

Die zegt:

46:10
Ps. 33:11
Spr. 19:21
21:30
Hebr. 6:17
Mijn raadsbesluit houdt stand

en Ik zal al Mijn welbehagen doen;

11Die een roofvogel roept uit het oosten,

een man van Mijn raad uit een ver land.

Ja, Ik heb gesproken, Ik zal het ook doen komen;

Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen.

12Luister naar Mij, onbuigzamen van hart,

u die ver bent van gerechtigheid:

13Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet ver zijn,

en Mijn heil zal niet uitblijven,

maar Ik zal heil geven in Sion,

aan Israël Mijn luister.

47

De ondergang van Babel

471Daal af en

47:1
Jes. 26:5
zit neer in het stof,

maagd, dochter van Babel;

zit neer op de grond, er is geen troon meer,

dochter van de Chaldeeën.

Want men zal u niet meer noemen:

weekhartig en teergevoelig.

2Neem de handmolen en maal meel,

neem uw sluier af,

schort de rokken op,47:2 schort de rokken op - Letterlijk: ontbloot de enkels. maak de benen bloot,

ga door de rivieren.

3

47:3
Jes. 3:17
Nahum 3:5
Uw schaamte zal ontbloot worden,

ja, uw schande zal gezien worden.

Ik zal wraak nemen,

en Ik zal u niet als een mens aanvallen.

4Onze Verlosser,

HEERE van de legermachten is Zijn Naam,

de Heilige van Israël.

5Zit neer in stilzwijgen, ga het duister in,

dochter van de Chaldeeën;

want men zal u niet meer noemen:

gebiedster van de koninkrijken.

6Ik was zeer toornig op Mijn volk,

Ik ontheiligde Mijn eigendom

en Ik gaf hen over in uw hand,

maar u bewees hun geen barmhartigheid,

ja, zelfs voor de oude maakte u

uw juk zeer zwaar.

7U zei: Ik zal voor eeuwig

47:7
Openb. 18:7
gebiedster zijn.

Tot nog toe hebt u deze dingen niet ter harte genomen,

u hebt niet aan het einde ervan gedacht.

8Nu dan, hoor dit, genotzuchtige,

die zo onbezorgd woont,

die in haar hart zegt:

Ik ben het, en niemand anders dan ik,

ik zal niet als weduwe neerzitten

of verlies van kinderen kennen.

9Maar

47:9
Jes. 51:19
deze beide dingen zullen u overkomen

in een ogenblik, op één dag:

verlies van kinderen en weduwschap.

Ze zullen in volle omvang over u komen,

vanwege uw vele toverijen

en uw zeer talrijke bezweringen.

10Want u hebt op uw slechtheid vertrouwd.

U hebt gezegd: Niemand ziet mij.

Uw wijsheid, uw wetenschap,

die heeft u afvallig gemaakt.

U zei in uw hart:

Ik ben het, en niemand anders dan ik.

11Daarom zal er onheil over u komen.

Wanneer het aan de dag treedt,47:11 Wanneer … treedt - Letterlijk: Zijn dageraad. zult u niet weten;

rampspoed zal u treffen,

u zult die niet kunnen afkopen;

er zal plotseling verwoesting over u komen,

zonder dat u een vermoeden hebt.

12Blijf maar bij uw bezweringen

en uw vele toverijen,

waarmee u zich vermoeid hebt vanaf uw jeugd.

Misschien kunt u er baat bij hebben,

misschien zult u zich sterk maken.47:12 zich sterk maken - Of: schrik aanjagen.

13U bent moe geworden van uw vele plannen.

Laten zij toch opstaan

die de hemel waarnemen,

die naar de sterren kijken,

die bij nieuwe maan voorspellingen doen;

laten zij u verlossen van de dingen die over u zullen komen!

14Zie, zij zijn als stoppels,

vuur verbrandt hen,

zij kunnen zichzelf niet redden

uit de greep van de vlammen.

Het is geen kolengloed om er zich bij te warmen,

geen vuur om erbij te zitten.

15Zó zijn zij voor u met wie u zich hebt vermoeid,

zij met wie u vanaf uw jeugd zaken gedaan hebt;

ieder dwaalt zijn eigen kant uit,

niemand zal u verlossen.

48

Israël gelouterd

481Hoor dit, huis van Jakob,

u die genoemd wordt met de naam Israël,

en die uit de wateren van Juda bent voortgekomen,

die zweert bij de Naam van de HEERE

en de Naam van de God van Israël noemt,

maar niet in waarheid en niet in gerechtigheid.

2Ja, ‘van de heilige stad’ noemen zij zich

en zij steunen op de God van Israël,

HEERE van de legermachten is Zijn Naam.

3De dingen van vroeger heb Ik van oudsher verkondigd,

uit Mijn mond zijn ze voortgekomen en Ik heb ze doen horen.

Plotseling heb Ik ze gedaan en ze zijn gekomen.

4Omdat Ik wist dat u hard bent,

uw nek een ijzeren pees is,

en uw voorhoofd van brons,

5daarom heb Ik het u van oudsher verkondigd;

voordat het kwam, heb Ik het u doen horen,

anders zou u zeggen: Mijn afgod heeft die dingen gedaan,

mijn gesneden beeld of mijn gegoten beeld heeft ze geboden.

6U hebt het gehoord, aanschouw dit alles,

en u, zou u het dan niet verkondigen?

Van nu af aan doe Ik u nieuwe dingen horen,

verborgen dingen, die u niet geweten hebt.

7Nu zijn ze geschapen en niet van oudsher;

vóór deze dag hebt u er ook niet van gehoord,

anders zou u zeggen: Zie, ik heb ze geweten.

8Nee, u hebt ze niet gehoord, ook hebt u ze niet geweten,

ook is uw oor van oudsher niet geopend geweest,

want Ik wist dat u volkomen trouweloos handelen zou

en dat u van de moederschoot af een overtreder wordt genoemd.

9Omwille van Mijn Naam stel Ik Mijn toorn uit,

48:9
Jes. 43:21,25
omwille van Mijn roem zal Ik Mij bedwingen, u ten goede,

zodat Ik u niet zal uitroeien.

10Zie, Ik heb u gelouterd, maar niet als zilver;

Ik heb u beproefd in de smeltkroes van ellende.

11Omwille van Mij, omwille van Mij doe Ik het,

want hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden!

48:11
Jes. 42:8
Ik zal Mijn eer aan geen ander geven.

De HEERE, de Verlosser van Israël

12Luister naar Mij, Jakob,

Israël, Mijn geroepene:

Ik ben Dezelfde,

48:12
Jes. 41:4
44:6
Openb. 1:17
22:13
Ik ben de Eerste,

ook ben Ik de Laatste.

13Ook heeft Mijn hand de aarde gegrondvest,

en Mijn rechterhand heeft de hemel uitgespannen.

Roep Ik ze,

dan staan ze er tezamen.

14Kom bijeen, u allen, en luister.

Wie onder hen

48:14
Jes. 41:22,23
heeft deze dingen verkondigd?

De HEERE heeft Kores lief, hij doet Zijn welbehagen

tegen Babel, en Zijn arm zal tegen de Chaldeeën zijn.

15Ik, Ik heb gesproken, ook heb Ik hem geroepen.

Ik zal hem doen komen, en zijn weg zal voorspoedig zijn.

16Kom nader tot mij, hoor dit:

Ik heb vanaf het begin niet in het verborgene gesproken;

vanaf de tijd dat het geschied is, ben ik daar.

En nu, de Heere HEERE

heeft mij gezonden, en Zijn Geest.

17Zo zegt de HEERE, uw Verlosser,

de Heilige van Israël:

Ik ben de HEERE, uw God,

Die u leert wat nuttig is,

Die u leidt op de weg die u gaan moet.

18

48:18
Deut. 32:29
Ps. 81:14
Och, had u maar acht geslagen op Mijn geboden!

Dan zou uw vrede geweest zijn als een rivier

en uw gerechtigheid als de golven van de zee.

19Dan zou uw nageslacht geweest zijn als het zand

en uw nakomelingen48:19 uw nakomelingen - Letterlijk: zij die van uw ingewanden uitspruiten. als de korrels ervan.

Hun naam zou niet worden uitgeroeid of verdelgd

van voor Mijn aangezicht.

20

48:20
Jes. 52:11
Jer. 50:8
51:6,45
Openb. 18:4
Ga weg uit Babel,

vlucht weg van de Chaldeeën,

verkondig met luide vreugdezang,

laat dit horen,

draag het uit

tot aan het einde der aarde,

zeg: De HEERE heeft

Zijn knecht Jakob verlost.

21En: Zij leden geen dorst,

toen Hij hen leidde door de woeste plaatsen.

Water uit een rots

deed Hij voor hen stromen.

Toen Hij de rots kloofde,

stroomde het water eruit.

22Voor

48:22
Jes. 57:21
de goddelozen is er echter geen vrede, zegt de HEERE.