Herziene Statenvertaling (HSV)
31

Niet Egypte, maar de HEERE verlost

311Wee hun die afdalen naar Egypte om hulp,

die steunen

31:1
Ps. 20:8
Jer. 17:5
op paarden,

vertrouwen op strijdwagens, omdat er zoveel zijn,

op ruiters, omdat die zeer machtig zijn,

maar die geen acht slaan op de Heilige van Israël

en de HEERE niet zoeken.

2Echter, ook Hij is wijs, Hij doet het kwaad komen

en neemt Zijn woorden niet terug.

Hij zal opstaan tegen het huis van de kwaaddoeners

en tegen de hulp van hen die onrecht bedrijven,

3want de Egyptenaren zijn mensen en geen God,

en hun paarden zijn vlees en geen geest.

De HEERE zal Zijn hand uitstrekken,

zodat de helper zal struikelen,

en wie geholpen wordt, zal neervallen,

tezamen zullen zij allen omkomen.

4Want zo heeft de HEERE tegen mij gezegd:

Zoals een leeuw

of een jonge leeuw gromt boven zijn prooi

– al wordt tegen hem

een menigte herders samengeroepen,

hij ontstelt niet door hun stemgeluid

en hij krimpt niet ineen voor hun menigte –

zo zal de HEERE van de legermachten neerdalen

om te strijden om de berg Sion en zijn heuvel.

5

31:5
Deut. 32:11
Zoals vogels boven hun nest vliegen,

zo zal de HEERE van de legermachten Jeruzalem beschermen,

Hij zal het beschermen en redden,

Hij zal het voorbijgaan en bevrijden.

6Bekeer u tot Hem van Wie de Israëlieten diep afvallig geworden zijn,

7want op

31:7
Jes. 2:20
die dag zal ieder verwerpen

zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden,

die uw eigen handen voor uzelf hebben gemaakt, tot zonde.

8Assyrië zal vallen door het zwaard, maar niet door dat van een man;

en het zwaard, maar niet van een mens, zal hem verslinden.

Hij zal vluchten voor het zwaard

en zijn jongemannen zullen herendienst verrichten.

9En

31:9
2 Kon. 19:36,37
zijn rots zal van angst verdertrekken,

en zijn vorsten zullen ontstellen door de banier,

spreekt de HEERE, Die op Sion een vuur heeft

en in Jeruzalem een oven.