Herziene Statenvertaling (HSV)
22

Profetie over Jeruzalem

221De last over het Dal van het Visioen.

Wat hebt u toch dat u

allen op de daken klimt?

2Stad vol tumult en rumoer,

uitgelaten stad,

uw gevallenen zijn niet gevallen door het zwaard

en zijn ook niet gestorven in de strijd.

3Al uw leiders zijn tezamen gevlucht,

zonder één boogschot zijn zij gevangengenomen;

al de uwen die werden gevonden, tezamen zijn zij gevangengenomen,

hoe ver zij ook weggevlucht waren.

4Daarom zeg ik: Wend uw blik van mij af,

22:4
Jer. 9:1
laat mij bitter wenen;

dring niet aan om mij te troosten

over de verwoesting van de dochter van mijn volk.

5Want het is een dag van verwarring, vertrapping en ontreddering,

een dag van de Heere, de HEERE van de legermachten,

in het Dal van het Visioen; een dag waarop muren omver worden gehaald,

en een dag van geschreeuw tegen het gebergte.

6Want Elam neemt de pijlkoker op,

de man en de paarden staan bij de strijdwagen,

en Kir ontbloot het schild.

7Het zal gebeuren dat uw mooiste dalen

vol zullen staan met strijdwagens,

en de ruiters zullen zich in slagorde opstellen tegenover de poort.

8Men zal ontmantelen wat Juda bescherming biedt.

Op die dag zult u uitkijken

naar het wapenarsenaal in het Woudhuis;

9en de bressen in de Stad van David ziet u.

Ja, het zijn er vele.

U vangt het water van de Benedenvijver op.

10U telt de huizen van Jeruzalem

en u breekt huizen af om de muren te versterken.

11Verder maakt u een reservoir tussen beide muren

voor het water van de Oude Vijver.

Maar u zult geen oog hebben voor Hem Die dit gedaan heeft,

en Hem Die dit in een ver verleden gevormd heeft, ziet u niet.

12De Heere, de HEERE van de legermachten,

zal op die dag oproepen

tot wenen en tot rouw,

tot kaalscheren en tot het omdoen van een rouwgewaad.

13Maar zie,

22:13
Jes. 56:12
er is vreugde en blijdschap,

men doodt runderen en slacht schapen,

men eet vlees en drinkt wijn. Men zegt:

22:13
1 Kor. 15:32
Laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij!

14Maar de HEERE van de legermachten heeft Zich aan mij persoonlijk22:14 persoonlijk - Letterlijk: in mijn oren. geopenbaard:

Voorwaar, deze ongerechtigheid wordt voor u niet verzoend, totdat u sterft,

zegt de Heere, de HEERE van de legermachten.

Profetie over Sebna en Eljakim

15Zo zegt de Heere, de HEERE van de legermachten:

Ga, treed binnen

bij die hofmaarschalk, bij Sebna, het hoofd van de hofhouding, en zeg:

16Wat hebt u hier of wie hebt u hier,

dat u hier voor uzelf een graf hebt uitgehouwen?

Dat houwt zich in de hoogte een graf uit,

hakt zich in de rots een woning uit!

17Zie, de HEERE werpt u weg met de werpkracht van een man,

en rolt u op als een rol.

18Hij zal u helemaal ineenrollen tot een kluwen,

als een bal naar een wijd uitgestrekt land werpen.

Daar zult u sterven en daar zullen uw praalwagens zijn,

u, schandvlek van het huis van uw heer!

19Ik zal u wegstoten uit uw ambt;

hij zal u van uw post verdrijven.

20Op die dag zal het gebeuren

dat Ik Mijn dienaar

22:20
2 Kon. 18:18,26,37
Eljakim, de zoon van Hilkia, zal roepen.

21Ik zal hem bekleden met uw gewaad,

hem uw gordel ombinden,

en uw heerschappij zal Ik in zijn hand leggen.

Hij zal als een vader zijn voor de inwoners van Jeruzalem

en voor het huis van Juda.

22En Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen.

Als hij opendoet, zal niemand sluiten.

Als hij sluit, zal niemand opendoen.

23Ik zal hem als een pin vastslaan in een stevige plaats,

zodat hij een erezetel zal zijn voor het huis van zijn vader.

24Dan zal men heel het gewicht van het huis van zijn vader aan hem hangen, de spruiten en de loten, al het kleine vaatwerk, van het vaatwerk van de schalen tot het vaatwerk van de kruiken toe.

25Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten, zal die pin, vastgeslagen in een stevige plaats, weggenomen worden. Hij zal er afgehakt worden en vallen, en de last die eraan hangt, zal afgesneden worden, want de HEERE heeft gesproken.

23

Profetie over Tyrus

231De last over

23:1
Jer. 47:4
Ezech. 26
27
28
Zach. 9:3,4
Tyrus.

Weeklaag, schepen van Tarsis!

Want het is verwoest, zodat er geen huis meer staat;

niemand kan erin. Vanuit het land van de Kittiërs

is het hun onthuld.

2Zwijg, bewoners van de kuststreek!

De kooplieden van Sidon,

die de zee bevaren, hebben u welvaart gebracht.

3Over de grote wateren

kwam het zaad van Sichor, de oogst van de Nijl was zijn inkomen;

het was de marktplaats voor de heidenvolken.

4Schaam u, Sidon! Want de zee zegt,

de zeevesting zegt:

Ik heb geen weeën gehad en ook niet gebaard,

geen jongemannen grootgebracht,

geen meisjes doen opgroeien.

5Zoals bij de tijding over Egypte

zal men ineenkrimpen bij de tijding over Tyrus.

6Steek over naar Tarsis,

weeklaag, bewoners van de kuststreek!

7Is dit uw uitgelaten stad,

waarvan de oorsprong in de dagen van weleer ligt,

waarvan de voeten haar ver wegdroegen

om er als vreemdeling te verblijven?

8Wie heeft dit besloten

over Tyrus, de stad die kronen uitdeelt,

waarvan de kooplieden vorsten zijn,

waarvan de handelaars de groten der aarde zijn?

9De HEERE van de legermachten heeft dit besloten

om de trots van alle sieraad te ontluisteren,

om alle groten der aarde

verachtelijk te maken.

10Overstroom uw land zoals de Nijl, dochter van Tarsis,

er is geen gordel meer!

11Hij heeft Zijn hand uitgestrekt over de zee,

Hij heeft koninkrijken doen sidderen.

Wat Kanaän aangaat, heeft de HEERE bevel gegeven

om zijn vestingen weg te vagen.

12Hij zei: U zult niet meer van vreugde opspringen,

geschonden maagd, dochter van Sidon!

Sta op, steek over naar de Kittiërs,

maar ook daar zult u voor uzelf geen rust hebben.

13Zie, het land van de Chaldeeën.

Dit volk bestaat niet meer. Assyrië heeft het land bestemd voor de woestijnbewoners.

Zij richtten hun stormtorens op,

slechtten hun paleizen,

maar Hij heeft het tot een ruïne gemaakt.

14Weeklaag, schepen van Tarsis,

want uw vesting is verwoest!

15Op die dag zal Tyrus vergeten worden voor zeventig jaar – overeenkomstig de levenstijd23:15 de levenstijd - Letterlijk: de dagen. van één koning. Na verloop van die zeventig jaar zal het Tyrus vergaan als in het lied op de hoer:

16Neem een harp,

ga de stad rond,

vergeten hoer!

Speel mooi,

zing veel,

dan wordt er aan je gedacht.

17Na verloop van die zeventig jaar zal het gebeuren dat de HEERE naar Tyrus zal omzien. Vervolgens zal zij weer terugkeren naar haar hoerenloon en hoererij bedrijven met alle koninkrijken van de wereld die zich op de aardbodem bevinden.

18Haar winst en hoerenloon zal echter heilig worden voor de HEERE. Het zal niet opgeslagen of weggelegd worden, maar haar winst zal zijn voor hen die wonen voor het aangezicht van de HEERE, om tot verzadiging te kunnen eten en kostbare kleding te kopen.

24

Ondergang en heil

241Zie, de HEERE maakt het land leeg en verwoest het;

het oppervlak ervan keert Hij ondersteboven, Hij verspreidt zijn inwoners.

2Het vergaat het volk dan net als de priester,

de knecht als zijn heer,

de slavin als haar meesteres,

de koper

24:2
Ezech. 7:12,13
als de verkoper,

wie uitleent als wie te leen krijgt,

de schuldeiser als zijn schuldenaar.

3Het land zal volkomen leeggehaald

en leeggeplunderd worden,

want de HEERE heeft dit woord gesproken.

4Het treurt, verwelkt – dat land;

hij verkommert, verwelkt – de bewoonde wereld;

zij verkommeren – de voornaamsten van de bevolking van het land.

5Want het land is ontheiligd door zijn inwoners:

zij overtreden de wetten, zij veranderen elke verordening,

zij verbreken het eeuwige verbond.

6Daarom verteert de vervloeking het land

en moeten zijn inwoners boeten.

Daarom zullen de inwoners van het land

24:6
Jes. 9:18
10:16
verbrand worden,

zodat er weinig stervelingen zullen overblijven.

7De nieuwe wijn treurt,

de wijnstok verkommert,

allen die blij zijn van hart, zuchten.

8De

24:8
Jer. 7:34
16:9
25:10
Ezech. 26:13
Hos. 2:10
vreugdemuziek van tamboerijnen houdt op,

het gejoel van uitgelaten mensen verstomt,

de vreugdemuziek van de harp houdt op.

9Zij zullen geen wijn meer drinken

24:9
Jes. 16:10
onder gezang,

sterkedrank zal bitter zijn voor wie hem drinken.

10Gebroken is Chaos-stad,

gesloten zijn alle huizen, niemand kan erin.

11Op straat is er gejammer over de wijn;

alle blijdschap is ondergegaan,

de vreugde uit het land is verdwenen.

12In de stad is verwoesting overgebleven,

een ruïne; de poort is verbrijzeld.

13Want het zal op24:13 op - Letterlijk: in het midden van. de aarde,

te midden van de volken, zo gaan

24:13
Jes. 17:6
als bij het afschudden van een olijfboom,

als bij de nalezing wanneer de wijnoogst ten einde is.

14Zíj zullen hun stem verheffen,

zij zullen vrolijk zingen;

om de majesteit van de HEERE

zullen zij juichen, van de zee af.

15Eer daarom de HEERE

in de landen van het licht,

op de eilanden in de zee

de Naam van de HEERE,

de God van Israël.

16Vanaf het uiterste einde der aarde

horen wij psalmen

tot verheerlijking van de Rechtvaardige.24:16 tot verheerlijking van de Rechtvaardige - Of: heerlijkheid voor de Rechtvaardige.

Maar ik zeg: Ik kwijn weg, ik kwijn weg, wee mij!

De trouwelozen handelen trouweloos,

in ontrouw handelen de trouwelozen trouweloos.

17

24:17
Jer. 48:43
Angst, valkuil en strik

over u, bewoners van de aarde!

18En het zal gebeuren dat wie vlucht voor het beangstigende geluid,

24:18
Jer. 48:44
Amos 5:19
neervallen zal in de valkuil;

en wie opklimt uit het midden van de valkuil,

gevangen zal worden in de strik.

Want de sluizen in de hoogte worden geopend

en de fundamenten van de aarde zullen beven.

19Scheuren, openscheuren zal de aarde,

splijten, opensplijten zal de aarde,

vervaarlijk wankelen zal de aarde,

20hevig waggelen zal de aarde,

24:20
Jes. 19:14
als een dronkaard.

Zij zal heen en weer slingeren

24:20
Job 27:18
Jes. 1:8
als een nachthutje,

haar overtreding zal zwaar op haar drukken,

zij zal neervallen en niet meer opstaan.

21Op die dag zal het gebeuren dat de HEERE

de legermacht van de hoogte in de hoogte

en de koningen van de aardbodem op de aardbodem zal straffen.

22Zij zullen verzameld worden

als gevangenen in een kerker,

zij zullen opgesloten worden in een gevangenis,

maar na vele dagen zal er weer naar hen omgezien worden.

23

24:23
Jes. 13:10
Ezech. 32:7
Joël 2:31
3:15
De volle maan zal rood worden van schaamte,

de gloeiende zon zal beschaamd worden,

als de HEERE van de legermachten zal regeren

op de berg Sion, en in Jeruzalem;

en voor Zijn oudsten

zal er heerlijkheid zijn.