Herziene Statenvertaling (HSV)
10

101Wee hun die verordeningen van onrecht instellen,

en de schrijvers die onheil voorschrijven

2om de armen van hun recht weg te duwen,

en de ellendigen van Mijn volk van het recht te beroven,

zodat weduwen hun buit worden,

en zij wezen uitplunderen.

3Maar wat zult u doen op de dag van de vergelding,

bij de verwoesting die er vanuit de verte aankomt?

Naar wie zult u vluchten om hulp

en waar zult u uw rijkdom laten?

4Er blijft niets over dan zich onder de gevangenen neer te bukken

en onder de gedoden te vallen!

Bij dit alles keert Zijn toorn zich niet af;

nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

Aankondiging van de ondergang van Assyrië

5

10:5
Jes. 36:1
Jer. 25:9
Ezech. 21:9
Wee Assyrië, de roede van Mijn toorn;

en Mijn gramschap is een stok in hun hand.

6Op een huichelachtig volk zal Ik hem afsturen;

tegen het volk waarop Ik verbolgen ben,10:6 waarop Ik verbolgen ben - Letterlijk: van Mijn verbolgenheid. zal Ik hem bevel geven

om roof te plegen, om buit te roven,

en om het te vertrappen

10:6
Jes. 5:25
als slijk op straat.

7Maar zelf meent hij het zo niet,

en diep in zijn hart denkt hij zo niet.

Want het leeft in zijn hart om weg te vagen

en de volken uit te roeien – niet weinige!

8Want hij zegt:

Zijn mijn vorsten niet allemaal koningen?

9Is het Kalno niet vergaan als Karchemis,

Hamath als Arpad,

Samaria als Damascus?

10Zoals mijn hand wist te vinden

de koninkrijken van de afgoden,

hoewel hun beelden die van Jeruzalem en die van Samaria overtroffen;

11zoals ik gedaan heb

met Samaria en zijn afgoden –

zou ik zo niet doen met Jeruzalem en zijn afgodsbeelden?

12Het zal gebeuren, zodra de Heere heel Zijn werk op de berg Sion en in Jeruzalem voltooid heeft, dat Ik de vrucht van de trots10:12 trots - Letterlijk: de grootheid van hart. van de koning van Assyrië en de glans van zijn hooghartige oogopslag10:12 zijn hooghartige oogopslag - Letterlijk: de hoogte van zijn ogen. zal vergelden.

13Want hij zegt:

Door de kracht van mijn hand heb ik dit gedaan,

en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig.

Ik heb de grenzen tussen de volken weggenomen,

hun voorraden uitgeplunderd,

en als een machtige de hooggezetenen neergehaald.

14Mijn hand vond, als was het een vogelnest,

het vermogen van de volken.

En zoals men verlaten eieren bijeenraapt,

raapte ík de hele wereld bijeen.

Niemand was er die zijn vleugel verroerde,

die zijn snavel opende of die ook maar piepte.

15Zou een bijl zich beroemen tegen wie ermee hakt,

of een zaag zich verheffen tegen wie hem trekt?

Alsof een staf regeert over wie hem hanteert,

alsof een stok opheft wie geen stuk hout is.

16Daarom zal de Heere, de HEERE van de legermachten,

zijn welgedane vorsten doen uitteren.10:16 zijn welgedane vorsten doen uitteren - Letterlijk: een uittering zenden onder zijn welgedanen.

Onder zijn rijkdom

10:16
Jes. 24:6
zal Hij een brand laten woeden,

als een brand van verzengend vuur.

17Want het Licht van Israël zal worden tot een vuur,

zijn Heilige tot een vlam,

en die zal zijn distels en zijn dorens

verbranden en verteren, in één dag.

18Hij zal ook de luister van zijn wouden en zijn vruchtbare velden

vernietigen met alles wat daar leeft.10:18 met alles wat daar leeft - Letterlijk: van de ziel tot het vlees.

En hij zal zijn als een wegkwijnende zieke.

19En het overblijfsel van de bomen in zijn bos zal te tellen zijn,

een jongen zou het aantal kunnen opschrijven.

Een rest wordt behouden

20Op die dag zal het gebeuren dat het overblijfsel van Israël en wie van het huis van Jakob ontkomen zijn, niet langer zullen steunen op hem die hen geslagen heeft, maar zij zullen steunen op de HEERE, de Heilige van Israël, in trouw.

21Dat overblijfsel zal terugkeren, het overblijfsel van Jakob, naar de sterke God.

22Want, Israël,

10:22
Rom. 9:27,28
al is uw volk als het zand van de zee, toch zal maar een overblijfsel daarvan terugkeren; tot verdelging is vast besloten; het stroomt over van gerechtigheid.

23Ja,

10:23
Jes. 28:22
een vernietigend einde – en dat is vast besloten – gaat de Heere, de HEERE van de legermachten, in het midden van heel het land ten uitvoer brengen.

24Daarom, zo zegt de Heere, de HEERE van de legermachten: Wees niet bevreesd, Mijn volk dat in Sion woont, voor Assyrië, wanneer het u met de staf zal slaan of zijn stok tegen u zal opheffen, zoals Hij eens bij Egypte deed.10:24 zoals Hij eens bij Egypte deed - Letterlijk: in de weg van Egypte; zie ook vers 26.

25Want nog een klein moment – en dan is de gramschap voorbij en zal Mijn toorn zich richten op hún vernietiging.

26Dan zal de HEERE van de legermachten over hem de gesel zwaaien, zoals eens Midian is geslagen bij de rots Oreb.

10:26
Ex. 14
Zijn staf zal over de zee zijn en Hij zal hem opheffen, zoals Hij eens bij Egypte deed.

27Op die dag zal het gebeuren

dat zijn last van uw schouder zal afglijden

en zijn juk van uw hals; en dat juk zal te gronde gericht worden

omwille van de Gezalfde.

28Hij komt naar Ajath,

trekt Migron door,

te Michmas legt hij zijn uitrusting af.

29Dan trekken zij de bergpas door:

Geba is ons nachtkwartier!

Rama beeft;

Gibea, de stad van Saul, slaat op de vlucht.

30Gil het uit,10:30 Gil het uit - Letterlijk: Laat uw stem hinniken. dochter van Gallim!

Laïs, sla er acht op!

Arm Anathoth!

31Madmena vlucht,

de inwoners van Gebim brengen zich in veiligheid.

32Vandaag nog staat hij in Nob

en zwaait met zijn vuist10:32 zijn vuist - Letterlijk: zijn hand. tegen de berg van de dochter van Sion,

de heuvel van Jeruzalem.

33Zie, de Heere, de HEERE van de legermachten,

zal met geweld de takken afhouwen;

de statige woudreuzen10:33 statige woudreuzen - Letterlijk: hogen van hoogte. zullen worden omgehakt,

en de hoge bomen neergeworpen.

34Hij zal het struikgewas in het woud wegkappen met het ijzer,

en de Libanon zal vallen door de Machtige.