Herziene Statenvertaling (HSV)
2

Het verbond van God met Israël verbroken en hernieuwd

21Klaag uw moeder aan, klaag haar aan,

want zij is Mijn vrouw niet

en Ik ben haar Man niet.

Laat zij haar hoererij van haar gezicht wegdoen,

en haar overspel van tussen haar borsten.

2Anders zal Ik haar naakt uitkleden,

haar neerzetten als op haar geboortedag,

haar maken als de woestijn,

haar doen worden als een dor land

en haar doen sterven van de dorst.

3Ook over haar kinderen zal Ik Mij niet ontfermen,

omdat zij kinderen van de hoererijen zijn.

4Want hun moeder heeft hoererij bedreven;

zij die van hen zwanger is geweest, heeft zich schandelijk gedragen.

Zij zegt immers:

Ik ga achter mijn minnaars aan;

die geven mij mijn brood en mijn water,

mijn wol en mijn vlas,

mijn olie en mijn drank.

5Daarom, zie, Ik ga uw weg met dorens omheinen,

Ik zal haar met een muur omgeven,

zodat zij haar paden niet zal kunnen vinden.

6Zij zal haar minnaars najagen, maar hen niet inhalen;

hen zoeken, maar hen niet vinden.

Dan zal zij zeggen:

Ik ga, ik keer terug naar mijn vorige Man,

want toen had ik het beter dan nu.

7Zíj erkent echter niet

dat Ik het ben Die haar gegeven heeft

het koren, de nieuwe wijn en de olie,

dat Ik het zilver en het goud voor haar vermeerderd heb,

dat zij voor de Baäl gebruikt hebben.

8Daarom keer Ik terug

en neem Ik Mijn koren weg op zijn tijd,

en Mijn nieuwe wijn op de daarvoor vastgestelde tijd.

Ik ruk Mijn wol en Mijn vlas weg,

waarmee zij haar naaktheid moet bedekken.

9Nu dan, Ik zal haar schaamte ontbloten

voor de ogen van haar minnaars,

en niemand

2:9
Hos. 5:14
zal haar uit Mijn hand redden.

10Ik zal al haar vreugde doen ophouden,

haar feesten, haar nieuwemaansdagen en haar sabbatten,

ja, al haar feestdagen.

11Ik zal haar wijnstok en haar vijgenboom verwoesten,

waarvan zij zegt: Die vormen voor mij het hoerenloon

dat mijn minnaars mij gegeven hebben.

Maar Ik zal er een

2:11
Ps. 80:13
Jes. 5:5
woud van maken

en de dieren van het veld zullen ervan vreten.

12Ik zal haar de dagen van de Baäls vergelden,

waarop zij reukoffers aan hen bracht.

Zij tooide zich met haar ring en haar halssieraad

en ging achter haar minnaars aan,

maar Mij vergeet zij, spreekt de HEERE.

13Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken,

haar de woestijn in leiden,

en naar haar hart spreken.

14Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven,

en het Dal van Achor tot een deur van hoop.

Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd,

als op de dag dat zij wegtrok uit het land Egypte.

15Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE,

dat u Mij zult noemen: mijn Man,

en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl!

16Dan zal Ik de namen van de Baäls uit haar mond wegdoen

en aan hun namen zal niet meer gedacht worden.

17Ik zal voor hen een verbond sluiten op die dag

met de

2:17
Job 5:23
Jes. 11:6
Ezech. 14:21
34:25
dieren van het veld, met de vogels in de lucht

en de kruipende dieren op de aarde.

En boog, zwaard en strijd zal Ik van de aarde doen verdwijnen,2:17 doen verdwijnen - Letterlijk: verbreken.

en Ik zal hen onbezorgd doen neerliggen.

18Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen:

ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht,

in goedertierenheid en in barmhartigheid.

19In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen;

2:19
Jer. 31:33,34
en u zult de HEERE kennen.

20Op die dag zal het geschieden,

spreekt de HEERE, dat Ik zal verhoren.

Ik zal de hemel verhoren

en die zal de aarde verhoren.

21Dan zal de aarde het koren, de nieuwe wijn en de olie verhoren,

en die zullen Jizreël verhoren.

22En Ik zal haar voor Mij in de aarde zaaien

en Mij ontfermen over Lo-Ruchama.

Ik

2:22
Hos. 1:10
Rom. 9:26
1 Petr. 2:10
zal zeggen tegen Lo-Ammi: U bent Mijn volk,

en hij zal zeggen: Mijn God!

3

Beeld van Gods geduld

31De HEERE zei tegen mij: Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door haar levensgezel, maar overspel pleegt, zoals de HEERE de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot andere goden en houden van rozijnenkoeken.

2Voor vijftien zilverstukken en anderhalve homer3:2 Een homer is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter. gerst kocht ik haar toen voor mij.

3En ik zei tegen haar: U moet veel dagen bij mij

3:3
Deut. 21:11
blijven, u mag geen hoererij bedrijven; u mag geen andere man toebehoren, en ook ik zal niet bij u komen.

4Want de Israëlieten moeten veel dagen

3:4
Hos. 10:3
zonder koning en zonder vorst blijven, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod en afgodsbeelden.

5Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en

3:5
Jer. 30:9
Ezech. 34:23
37:22
David, hun koning. Zij zullen zich in diep ontzag tot de HEERE en Zijn goedheid wenden,
3:5
Jes. 2:2
Micha 4:1
in later tijd.3:5 in later tijd - Letterlijk: aan het einde van de dagen.

4

De HEERE klaagt de priesters en het volk aan

41Hoor het woord van de HEERE, Israëlieten,

want de HEERE heeft een

4:1
Micha 6:2
rechtszaak

met de inwoners van dit land,

omdat er geen trouw, geen goedertierenheid

en geen kennis van God in het land is.

2Vloeken, liegen,

moorden, stelen en overspel plegen

zijn wijdverbreid;

bloedbad volgt op bloedbad.

3Daarom treurt het land,

en ieder die erin woont, verkommert,

met de dieren van het veld en de vogels in de lucht.

Zelfs de vissen in de zee worden weggenomen.

4Maar laat niemand een rechtszaak voeren,

laat niemand een ander ter verantwoording roepen,

want uw volk is als zij die een priester aanklagen.

5Daarom zult u overdag struikelen.

Zelfs de profeet zal 's nachts met u struikelen,

en Ik zal uw moeder uitroeien.

6Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is.

Omdat ú de kennis verworpen hebt,

heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen.

Omdat u de wet van uw God hebt vergeten,

zal Ik ook uw kinderen vergeten.

7Hoe talrijker zij werden, hoe meer zij tegen Mij zondigden.

Ik zal hun eer inruilen voor schande.

8Zij eten de zonde van Mijn volk,

en zij verlangen4:8 zij verlangen - Letterlijk: zij heffen hun ziel op. naar hun ongerechtigheid.

9En het zal zijn:

4:9
Jes. 24:2
zoals het volk is, zo is de priester.

Ik zal hem zijn wegen vergelden

en hem voor zijn daden doen boeten.

10

4:10
Micha 6:14
Zij zullen eten, maar niet verzadigd worden,

hoererij bedrijven, maar zich niet uitbreiden,

want zij hebben nagelaten de HEERE te vereren.

11Hoererij, wijn en nieuwe wijn nemen het hart in beslag.

12Mijn volk raadpleegt zijn hout,

en zijn stok moet het hem bekendmaken.

Want

4:12
Hos. 5:4
de geest van de hoererijen heeft hen misleid,

zodat zij in hoererij hun God verlaten.

13Op de toppen van de

4:13
Jes. 57:7
bergen offeren zij,

op de

4:13
Ezech. 20:28
heuvels brengen zij reukoffers,

onder eik, populier

4:13
Jes. 1:29
en terebint,

omdat hun schaduw goed is.

Daarom bedrijven uw dochters hoererij

en plegen uw schoondochters overspel.

14Ik zal niet meer omzien naar uw dochters

omdat zij hoererij bedrijven,

en naar uw schoondochters,

omdat zij overspel plegen,

want zij zonderen zichzelf af met de hoeren,

zij offeren met de tempelhoeren.

Zo zal het volk dat geen inzicht heeft, ten val komen.

15Als u, Israël, hoererij wilt bedrijven,

laat Juda toch niet medeschuldig worden!

Kom toch niet naar Gilgal,

ga niet naar Beth-Aven,

en zweer niet: Zo waar de HEERE leeft!

16Want Israël is opstandig

als een onhandelbare koe.

Nu zal de HEERE hen weiden

als een lam in het ruime veld.

17Efraïm is verknocht aan de afgoden;

laat hem met rust!

18Is hun drinkgelag voorbij,

dan geven zij zich over aan hoererij.

Hun vorsten4:18 Hun vorsten - Letterlijk: hun schilden. – een schande – houden van het woord: Geef.

19Wind heeft hen op zijn vleugels gebonden:

zij zullen zich schamen vanwege hun offers.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]