Herziene Statenvertaling (HSV)
12

Met volharding lopen

121Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n menigte12:1 menigte - Letterlijk: wolk. van getuigen omringd worden,

12:1
Rom. 6:4
Efez. 4:22
Kol. 3:8
1 Petr. 2:1,2
afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij
12:1
Rom. 12:12
Hebr. 10:36
met volharding
12:1
1 Kor. 9:24
de wedloop lopen die voor ons ligt,

2terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.

12:2
Luk. 24:26
Filipp. 2:8,91 Petr. 1:11
Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand
12:2
Hebr. 1:3
8:1
van de troon van God.

3Want let toch scherp op Hem Die zo'n tegenspraak van de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet verzwakt en bezwijkt in uw zielen.

4

12:4
1 Kor. 10:13
U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde.

5En u bent de vermaning vergeten waarmee u als kinderen wordt aangesproken:

12:5
Job 5:17
Spr. 3:11
Openb. 3:19
Mijn zoon, acht de bestraffing van de Heere niet gering en bezwijk niet, als u door Hem terechtgewezen wordt.

6Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt.

7Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen. Want welk kind is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?

8Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen.

9En verder hadden wij onze aardse vaders12:9 aardse vaders - Letterlijk: vaders van ons vlees. als opvoeders, en wij hadden ontzag voor hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven?

10Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar het hun goeddacht bestraft, maar Hij doet dat tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid.

11En elke bestraffing schijnt op het moment zelf wel geen reden tot blijdschap te zijn, maar tot droefheid. Maar later geeft zij hun die erdoor geoefend zijn een vreedzame vrucht van gerechtigheid.

12

12:12
Jes. 35:3
Hef daarom de slappe handen op en strek de knikkende knieën,

13en maak rechte sporen voor uw voeten, opdat wat kreupel is, niet wordt ontwricht, maar veeleer genezen wordt.

14

12:14
Rom. 12:18
2 Tim. 2:22
Jaag de vrede na met allen, en
12:14
Matt. 5:8
de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien.

15

12:15
2 Kor. 6:1
Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God, en dat er
12:15
Deut. 29:18
geen enkele wortel van bitterheid opschiet
12:15
Hand. 17:13
Gal. 5:12
en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden.

16

12:16
Efez. 5:3
Kol. 3:5
1 Thess. 4:3
Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige,
12:16
Gen. 25:33
zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht.

17

12:17
Gen. 27:38
Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.

Onze God is een verterend vuur

18Want u bent niet

12:18
Ex. 19:1020:21
tot een tastbare berg genaderd,
12:18
Ex. 19:16
Deut. 5:22
en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind,

19tot bazuingeschal en het geluid van woorden. Zij die dat hoorden,

12:19
Ex. 20:19
Deut. 5:25
18:16
smeekten dat het woord niet meer tot hen gericht zou worden,

20want zij konden wat hun bevolen werd niet verdragen:

12:20
Ex. 19:13
zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het gestenigd of met een pijl doorschoten worden.

21En wat zij zagen was zo verschrikkelijk, dat Mozes zei: Ik ben zeer bevreesd en sta te beven.

22Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot

12:22
Gal. 4:26
Openb. 3:12
21:10
het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen,

23tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die

12:23
Luk. 10:20
in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen,

24en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, en tot het bloed

12:24
Hebr. 10:22
1 Petr. 1:2
van de besprenkeling, dat van betere dingen spreekt dan dat van
12:24
Gen. 4:10
Hebr. 11:4
Abel.

25

12:25
Hebr. 2:3
Let er dan op dat u Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt.

26Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd:

12:26
Haggaï 2:7
Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven.

27Dit ‘nog eenmaal’ duidt op de verandering van de dingen die kunnen wankelen als van dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die onwankelbaar zijn, zouden blijven.

28Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en

12:28
1 Petr. 2:5
daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied.

29

12:29
Deut. 4:24
Want onze God is een verterend vuur.

13

Enige aansporingen

131Laat

13:1
Rom. 12:10
Efez. 4:3
1 Petr. 1:22
2:17
4:8
de broederliefde blijven.

2

13:2
Rom. 12:13
1 Petr. 4:9
Vergeet de gastvrijheid niet,
13:2
Gen. 18:1
19:1
want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden.

3

13:3
Matt. 25:36
Denk aan de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent, en denk aan hen die slecht behandeld worden, alsof u ook zelf lichamelijk slecht behandeld wordt.

4Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en het huwelijksbed onbevlekt, want ontuchtplegers en overspelers zal God oordelen.

5

13:5
Ex. 23:8
Deut. 16:19
Spr. 15:16
Laat uw handelwijze zonder geldzucht zijn.
13:5
Filipp. 4:11
1 Tim. 6:6,8
Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd:
13:5
Deut. 31:6,8
Joz. 1:5
1 Kron. 28:20
Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten.

6Daarom zeggen wij met goede moed:

13:6
Ps. 56:5
118:6
De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?

7Denk aan

13:7
Vers 17
uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na.

8Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.

9

13:9
Jer. 29:8
Matt. 24:4
Rom. 16:17
Efez. 4:14
5:6
Kol. 2:16
2 Thess. 2:2
2 Tim. 4:3
1 Joh. 4:1
Laat u niet meeslepen door veelsoortige en vreemde leringen, want het is goed dat het hart gesterkt wordt door genade,
13:9
Joh. 6:27
Rom. 14:17
niet door voedsel; zij die het daarin zochten, hebben daar geen baat bij gevonden.

10Wij hebben een Altaar waarvan zij die in de tabernakel dienen, niet bevoegd zijn te eten.

11

13:11
Ex. 29:14
Lev. 4:21
6:30
16:27
Num. 19:3
Want van de dieren waarvan het bloed als verzoening voor de zonde door de hogepriester het heiligdom werd binnengedragen, werden de lichamen buiten de legerplaats verbrand.

12Daarom heeft ook Jezus, om door Zijn eigen bloed het volk te heiligen,

13:12
Joh. 19:17,18
buiten de poort geleden.

13Laten wij dan naar Hem uitgaan buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen.

14

13:14
Filipp. 3:20
Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.

15Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk

13:15
Hos. 14:3
de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.

16En vergeet het weldoen en het onderlinge hulpbetoon niet,

13:16
Filipp. 4:18
want aan zulke offers heeft God een welgevallen.

17

13:17
Filipp. 2:29
1 Thess. 5:12
1 Tim. 5:17
Gehoorzaam uw voorgangers en wees hun onderdanig, want zij waken over uw zielen
13:17
Ezech. 3:18
33:8
omdat zij rekenschap moeten afleggen, opdat zij dat mogen doen met vreugde en niet al zuchtend. Dat heeft immers voor u geen nut.

Groeten en zegenbede

18Bid voor ons, want wij zijn ervan overtuigd dat wij een goed geweten hebben, omdat wij in alle dingen goed willen wandelen.

19En ik roep u er te meer toe op dit te doen, opdat ik des te eerder aan u zal worden teruggegeven.

20De God nu van de vrede, Die

13:20
Jes. 40:11
Ezech. 34:23
Joh. 10:11
1 Petr. 5:4
de grote Herder van de schapen, onze Heere Jezus Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige verbond,

21

13:21
2 Kor. 3:5
Filipp. 2:13
moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

22Overigens roep ik u ertoe op, broeders, deze woorden van vermaning te verdragen, ook al heb ik u slechts in het kort geschreven.

23U moet weten dat broeder Timotheüs losgelaten is. Samen met hem zal ik u zien, zodra hij komt.

24Groet al uw voorgangers en al de heiligen. De broeders uit Italië groeten u.

25De genade zij met u allen. Amen.