Herziene Statenvertaling (HSV)
38

Het brandofferaltaar, het koperen wasvat en de voorhof

381Vervolgens

38:1
Ex. 27:1
maakte hij het brandofferaltaar van acaciahout; vijf el was zijn lengte, vijf el was zijn breedte – het was dus vierkant – en drie el zijn hoogte.

2

38:2
Ex. 27:2
Hij maakte ook zijn hoorns op zijn vier hoeken – zijn hoorns vormden er één geheel mee – en hij overtrok het met koper.

3

38:3
Ex. 27:3
Hij maakte ook alle voorwerpen voor het altaar: de potten, de scheppen, de sprengbekkens, de vorken en de vuurschalen; alle bijbehorende voorwerpen maakte hij van koper.

4

38:4
Ex. 27:4,5
Ook maakte hij voor het altaar een rooster, een koperen rasterwerk, onder zijn rand, van onderen af tot de helft ervan.

5Daarna goot hij vier ringen voor de vier uiteinden van het koperen rooster, als houders voor de draagbomen.

6Verder maakte hij de draagbomen van acaciahout en overtrok ze met koper.

7Hij stak

38:7
Ex. 27:8
de draagbomen in de ringen aan de zijkanten van het altaar, om het daarmee te kunnen dragen. Hij maakte het van planken, het was vanbinnen hol.

8

38:8
Ex. 30:18
Vervolgens maakte hij het koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk uit de spiegels van de dienstdoende vrouwen, die dienstdeden bij de ingang van de tent van ontmoeting.

9

38:9
Ex. 27:9
Daarna maakte hij de voorhof; aan de zuidzijde, in zuidelijke richting, waren de kleden voor de voorhof van dubbeldraads fijn linnen, honderd el lang.

10De bijbehorende twintig pilaren en hun twintig voetstukken waren van koper; de haken van de pilaren en hun verbindingsstukken waren van zilver.

11Aan de noordzijde waren de kleden eveneens honderd el lang. De bijbehorende twintig pilaren en hun twintig voetstukken waren van koper; de haken van de pilaren en hun verbindingsstukken waren van zilver.

12Aan de westzijde waren de kleden vijftig el lang, met de tien bijbehorende pilaren en hun tien voetstukken; de haken van de pilaren en hun verbindingsstukken waren van zilver.

13Aan de oostzijde, waar de zon opkomt, waren de kleden eveneens vijftig el lang.

14De kleden aan de ene zijde waren vijftien el lang, met de drie bijbehorende pilaren en hun drie voetstukken.

15En aan de andere zijde van de poort van de voorhof – dus aan de ene en de andere kant van de poort – waren kleden van vijftien el lang, met de drie bijbehorende pilaren en hun drie voetstukken.

16Alle kleden rondom de voorhof waren van dubbeldraads fijn linnen.

17En de voetstukken van de pilaren waren van koper, de haken van de pilaren en hun verbindingsstukken van zilver; het beslag op hun koppen was van zilver en zij, te weten alle pilaren van de voorhof, waren met verbindingen van zilver verbonden.

18Het gordijn voor de poort van de voorhof bestond uit borduurwerk, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van dubbeldraads fijn linnen. Het was twintig el lang; de hoogte – over de hele breedte38:18 Het Hebreeuws is hier onduidelijk. – was vijf el, overeenkomend met de kleden voor de voorhof.

19De vier bijbehorende pilaren en hun vier voetstukken waren van koper en hun haken waren van zilver; het beslag op hun koppen en hun verbindingsstukken waren eveneens van zilver.

20En al de pinnen voor de tabernakel en voor rondom de voorhof waren van koper.

Wat voor het heiligdom bijeengebracht was

21Dit zijn de getelde voorwerpen voor de tabernakel, de tabernakel van de getuigenis, die op bevel van Mozes geteld zijn door de dienst van de Levieten onder leiding van38:21 onder leiding van - Letterlijk: onder de hand van. Ithamar, de zoon van de priester Aäron.

22Bezaleël nu, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda, heeft alles wat de HEERE aan Mozes geboden had, gemaakt,

23en met hem Aholiab, de zoon van Ahisamach, uit de stam Dan, een graveerder, kunstenaar en maker van borduurwerk van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van fijn linnen.

24Al het goud dat bij het werk gebruikt werd, bij al het werk aan het heiligdom, namelijk het goud afkomstig van het beweegoffer, bedroeg negenentwintig talent38:24 Een talent is ongeveer 30 kilo; zie ook het vervolg. en zevenhonderddertig sikkel, gerekend volgens de sikkel van het heiligdom.

25En het zilver van hen die geteld waren uit de gemeenschap, was honderd talent en duizend zevenhonderdvijfenzeventig sikkel, gerekend volgens de sikkel van het heiligdom.

26Eén beka per persoon, dat is een halve sikkel, gerekend volgens de sikkel van het heiligdom, voor ieder die bij de getelde personen van twintig jaar oud en daarboven ging behoren, zeshonderddrieduizend vijfhonderdvijftig man.

27Ook was er honderd talent zilver om de voetstukken van het heiligdom en de voetstukken van het voorhangsel te gieten: honderd voetstukken voor honderd talent, één talent per voetstuk.

28Van de duizend zevenhonderdvijfenzeventig sikkel maakte hij de haken aan de pilaren; hij overtrok hun koppen, en maakte er verbindingsstukken aan vast.

29Het koper van het beweegoffer bedroeg zeventig talent en tweeduizend vierhonderd sikkel.

30Daarvan maakte hij de voetstukken bij de ingang van de tent van ontmoeting, het koperen altaar, het koperen rooster dat daarbij hoorde, al de voorwerpen van het altaar,

31de voetstukken rondom de voorhof, de voetstukken bij de poort van de voorhof, alle pinnen voor de tabernakel en alle pinnen rondom de voorhof.

39

De kleding van de priesters

391Toen

39:1
Ex. 31:10
35:19
maakten zij uit de blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol ambtskleding voor de dienst in het heiligdom; ook maakten zij de geheiligde kleding die voor Aäron bestemd was, zoals de HEERE Mozes geboden had.

2

39:2
Ex. 28:6
Men maakte de efod van goud, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van dubbeldraads fijn linnen.

3

39:3
Ex. 28:6
Toen pletten zij gouden platen en men sneed er draden van om ze te verwerken tussen de blauwpurperen wol, tussen de roodpurperen wol, tussen de scharlakenrode wol en tussen het dubbeldraads fijn linnen, werk van een kunstenaar.

4Zij maakten er schouderstukken voor die de efod aan zijn beide uiteinden bijeenhielden; hij vormde één geheel.

5En

39:5
Ex. 28:8
de kunstige band van de efod, die erop vastzat, vormde er één geheel mee en was op dezelfde manier gemaakt:39:5 was op dezelfde manier gemaakt - Letterlijk: was als zijn maaksel. van goud, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van dubbeldraads fijn linnen, zoals de HEERE Mozes geboden had.

6Vervolgens bewerkten zij de

39:6
Ex. 28:9,10,11
onyxstenen, gevat in gouden kassen, gegraveerd zoals men zegels graveert, met de namen van de zonen van Israël erin.

7En hij

39:7
Ex. 28:12
bevestigde ze op de schouderstukken van de efod als gedenkstenen voor de Israëlieten, zoals de HEERE Mozes geboden had.

8

39:8
Ex. 28:15
Vervolgens maakte hij de borsttas, werk van een kunstenaar, op dezelfde manier als de efod:39:8 op dezelfde manier als de efod - Letterlijk: als het werk van de efod. van goud, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van dubbeldraads fijn linnen.

9

39:9
Ex. 28:16
Hij was vierkant. Zij maakten de borsttas dubbelgevouwen; een span was zijn lengte en een span zijn breedte, dubbelgevouwen.

10

39:10
Ex. 28:17
Toen vulden zij hem op met vier rijen edelstenen: een rij van een robijn, een topaas en een karbonkel; dit is de eerste rij.

11

39:11
Ex. 28:18
De tweede rij: een smaragd, een saffier en een diamant.

12De derde rij: een hyacint, een agaat en een amethist.

13Ten slotte de vierde rij: een turkoois, een onyx en een jaspis; ze waren in hun kassen in goud gevat.

14En wat de stenen met de namen van de zonen van Israël betreft, dat waren er twaalf in getal, overeenkomend met hun namen, met zegelgraveringen per man bij zijn naam, in overeenstemming met de twaalf stammen.

15Zij maakten vervolgens aan de borsttas ineengedraaide kettinkjes, als vlechtwerk van zuiver goud.

16En zij maakten twee gouden kassen en twee gouden ringen; en zij maakten de twee ringen aan de beide uiteinden van de borsttas vast.

17Zij maakten ook de beide gevlochten gouden kettinkjes aan de twee ringen aan de uiteinden van de borsttas vast.

18De beide andere uiteinden van de twee gevlochten kettinkjes maakten zij daarna vast aan de twee kassen; toen maakten zij ze vast aan de schouderstukken van de efod, aan de voorkant ervan.

19Toen maakten zij nog twee gouden ringen en bevestigden die aan de beide andere uiteinden van de borsttas, op de zoom ervan, die aan de kant van de efod, aan de binnenkant zit.

20Daarna maakten zij nog twee gouden ringen en maakten die vast aan de beide schouderstukken van de efod, van onderen af, aan de voorkant ervan, dicht bij zijn verbinding, boven op de kunstige band van de efod.

21Zij bonden ten slotte de borsttas met zijn eigen ringen aan de ringen van de efod met een blauwpurperen koord, zodat hij aan de kunstige band van de efod vastzat en de borsttas niet van de efod kon losraken, zoals de HEERE Mozes geboden had.

22Vervolgens maakte hij het bovenkleed van de efod, werk van een wever, geheel van blauwpurperen wol.

23De halsopening van het bovenkleed was in het midden ervan, net als de opening van een leren pantser; de opening had rondom een zoom, zodat ze niet kon inscheuren.

24Verder maakten zij op de zomen van het bovenkleed granaatappels van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol, dubbeldraads geweven.

25Zij maakten ook belletjes van zuiver goud en maakten de belletjes tussen de granaatappels vast, te weten rondom op de zomen van het bovenkleed, tussen de granaatappels,

26zodat er een belletje en daarna een granaatappel was, en weer een belletje en een granaatappel, rondom op de zomen van het bovenkleed. Dit alles was om te kunnen dienen, zoals de HEERE Mozes geboden had.

27

39:27
Ex. 28:39
Zij maakten voor Aäron en zijn zonen ook de onderkleren van fijn linnen, werk van een wever,

28de tulband van fijn linnen, de sierlijke hoofddoeken van fijn linnen,

39:28
Ezech. 44:18
de linnen broeken van dubbeldraads fijn linnen,

29en de gordel van dubbeldraads fijn linnen en van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol, borduurwerk, zoals de HEERE Mozes geboden had.

30

39:30
Ex. 28:36
29:6
Zij maakten ook een plaat van zuiver goud, de heilige diadeem, en zij maakten daarin een inscriptie met zegelgraveringen: DE HEILIGHEID VAN DE HEERE.

31

39:31
Ex. 28:37
En zij maakten daaraan een blauwpurperen wollen koord vast om boven op de tulband te bevestigen, zoals de HEERE Mozes geboden had.

32Zo werd al het werk aan de tabernakel, aan de tent van ontmoeting voltooid; de Israëlieten maakten het namelijk overeenkomstig alles wat de HEERE Mozes geboden had, zo deden zij het.

Het werk voltooid en door Mozes goedgekeurd

33

39:33
Ex. 35:11
Daarna brachten zij de tabernakel naar Mozes, de tent en alle bijbehorende voorwerpen: zijn haken, planken, dwarsbalken, pilaren en voetstukken;

34het dekkleed van roodgeverfde ramshuiden, het dekkleed van zeekoeienhuiden, het voorhangsel ter afscherming,

35de ark van de getuigenis, zijn draagbomen en het verzoendeksel,

36

39:36
Ex. 31:8
de tafel met alle bijbehorende voorwerpen, de toonbroden,

37de zuiver gouden kandelaar met zijn lampen – de lampen die men moest gereedmaken – en alle bijbehorende voorwerpen, de olie voor het licht,

38het gouden altaar, de zalfolie, het geurige reukwerk, het gordijn voor de ingang van de tent,

39het koperen altaar, het koperen rooster dat daarbij hoort, zijn draagbomen en alle bijbehorende voorwerpen, het wasvat met zijn voetstuk,

40de kleden voor de voorhof, zijn pilaren en bijbehorende voetstukken, het gordijn voor de poort van de voorhof met de bijbehorende touwen, de bijbehorende pinnen en alle voorwerpen voor de dienst in de tabernakel, voor de tent van ontmoeting,

41

39:41
Ex. 31:10
de ambtskleding om in het heiligdom te dienen, de geheiligde kleding van de priester Aäron en de kleding van zijn zonen om daarin als priester te kunnen dienen.

42Overeenkomstig alles wat de HEERE Mozes geboden had, zo hebben de Israëlieten heel het werk verricht.

43En Mozes zag heel het werk, en zie, zij hadden het gemaakt zoals de HEERE geboden had, zo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.

40

Mozes bouwt de tabernakel op

401Toen sprak de HEERE tot Mozes:

2Op de eerste dag van de eerste maand40:2 Op … maand - Letterlijk: Op de dag van de eerste maand, op de eerste van de maand. moet u de tabernakel, de tent van ontmoeting, opbouwen.

3U moet de ark van de getuigenis erin zetten, en de ark met het voorhangsel afschermen.

4

40:4
Ex. 26:35
Daarna moet u de tafel naar binnen brengen en schikken wat daarop geschikt moet worden.
40:4
Ex. 27:20
Verder moet u de kandelaar naar binnen brengen en zijn lampen aansteken.

5Dan moet u het gouden altaar voor het reukwerk vóór de ark van de getuigenis plaatsen

40:5
Ex. 26:36
en het gordijn voor de ingang van de tabernakel ophangen.

6Vervolgens moet u het brandofferaltaar vóór de ingang van de tabernakel, de tent van ontmoeting, plaatsen.

7Het wasvat moet u tussen de tent van ontmoeting en het altaar plaatsen en u moet er water in doen.

8

40:8
Ex. 27:16
De voorhof moet u eromheen zetten en het gordijn voor de poort van de voorhof ophangen.

9Dan moet u de zalfolie nemen en de tabernakel met alles wat zich erin bevindt, zalven. U moet hem heiligen met alle bijbehorende voorwerpen, dan zal hij heilig zijn.

10

40:10
Ex. 29:37
Vervolgens moet u het brandofferaltaar en alle bijbehorende voorwerpen zalven. U moet het altaar heiligen, dan zal het altaar allerheiligst zijn.

11Daarna moet u het wasvat met zijn voetstuk zalven; u moet ze heiligen.

12Dan moet u Aäron en zijn zonen bij de ingang van de tent van ontmoeting laten komen, en hen met het water wassen.

13U moet Aäron de geheiligde kleding aantrekken, hem zalven, en hem heiligen, zodat hij Mij als priester kan dienen.

14Vervolgens moet u zijn zonen naderbij laten komen en hun de onderkleren aantrekken.

15Dan moet u hen zalven zoals u hun vader gezalfd hebt, zodat zij Mij als priester kunnen dienen. En het zal gebeuren dat hun zalving voor hen een eeuwig priesterambt zal betekenen, al hun generaties door.

16Mozes deed overeenkomstig alles wat de HEERE hem geboden had, zo deed hij.

17En het gebeurde in de eerste maand, in

40:17
Num. 7:1
het tweede jaar, op de eerste dag van de maand, dat de tabernakel opgebouwd werd.

18Mozes richtte de tabernakel op. Hij plaatste zijn voetstukken, bracht de bijbehorende planken aan, maakte de dwarsbalken ervan vast en richtte zijn pilaren op,

19spreidde de tent uit over de tabernakel, en legde het dekkleed van de tent erbovenop, zoals de HEERE Mozes geboden had.

20Toen nam hij de getuigenis en legde die in de ark. Hij bevestigde de draagbomen aan de ark en legde het verzoendeksel boven op de ark.

21Hij bracht de ark in de tabernakel,

40:21
Ex. 35:12
hing het voorhangsel ter afscherming op en schermde de ark van de getuigenis af, zoals de HEERE Mozes geboden had.

22Vervolgens plaatste hij de tafel in de tent van ontmoeting, aan de noordkant van de tabernakel, buiten het voorhangsel.

23

40:23
Ex. 25:30
En hij schikte daarop het brood dat daarop geschikt moest worden, voor het aangezicht van de HEERE, zoals de HEERE Mozes geboden had.

24Vervolgens zette hij de kandelaar in de tent van ontmoeting, tegenover de tafel, aan de zuidkant van de tabernakel.

25En hij stak de lampen aan voor het aangezicht van de HEERE, zoals de HEERE Mozes geboden had.

26Daarna zette hij het gouden altaar in de tent van ontmoeting, vóór het voorhangsel,

27en hij liet daarop geurig reukwerk in rook opgaan, zoals de HEERE Mozes geboden had.

28Ook hing hij het gordijn op voor de ingang van de tabernakel.

29En hij zette het brandofferaltaar bij de ingang van de tabernakel, de tent van ontmoeting; hij bracht daarop het brandoffer en het graanoffer, zoals de HEERE Mozes geboden had.

30Vervolgens plaatste hij het wasvat tussen de tent van ontmoeting en het altaar, en hij deed er water in om te wassen.

31Mozes, Aäron en zijn zonen wasten daarmee hun handen en hun voeten.

32Telkens wanneer zij de tent van ontmoeting binnengingen en het altaar naderden, wasten zij zich, zoals de HEERE Mozes geboden had.

33Hij richtte ten slotte de voorhof op, rondom de tabernakel en het altaar, en hij hing het gordijn van de poort van de voorhof op. Zo voltooide Mozes het werk.

34

40:34
Num. 9:15
1 Kon. 8:10
Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel,

35zodat Mozes de tent van ontmoeting niet kon binnengaan, omdat de wolk daarop bleef en de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde.

36Telkens als de wolk opsteeg van boven de tabernakel, braken de Israëlieten op tijdens al hun tochten.

37Maar als de wolk niet opsteeg, braken zij niet op, tot op de dag dat hij opsteeg.

38

40:38
Ex. 13:21
Num. 14:14
Deut. 1:33
Neh. 9:19
Ps. 78:14
105:39
1 Kor. 10:1
Want de wolk van de HEERE was overdag op de tabernakel, en 's nachts was er een vuur in, voor de ogen van heel het huis van Israël tijdens al hun tochten.