Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Afzender, geadresseerden, groet

11Paulus, een apostel van Jezus Christus door de wil van God,

1:1
Rom. 1:7
1 Kor. 1:2
2 Kor. 1:1
aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus die in Efeze zijn:

2

1:2
Gal. 1:3
1 Petr. 1:2
genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.

Lofzang op Gods welbehagen in Christus

3Gezegend zij

1:3
2 Kor. 1:3
1 Petr. 1:3
de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus,

4

1:4
Joh. 15:16
2 Tim. 1:9
omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft,
1:4
Luk. 1:75
Efez. 5:27
Kol. 1:22
2 Tim. 1:9
Tit. 2:12
opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde.

5Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil,

6tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft

1:6
Matt. 3:17
in de Geliefde.

7

1:7
Hand. 20:28
Kol. 1:14
Hebr. 9:12
1 Petr. 1:18
In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade,

8die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid,

9toen Hij ons, overeenkomstig Zijn welbehagen, dat Hij in Zichzelf voorgenomen had,

1:9
Rom. 16:25
Efez. 3:9
Kol. 1:26
2 Tim. 1:9
Tit. 1:2
1 Petr. 1:20
het geheimenis van Zijn wil bekendmaakte,

10om in de bedeling van

1:10
Gen. 49:10
Dan. 9:24
Gal. 4:4
de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is.

11In Hem zijn wij ook

1:11
Rom. 8:17
een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil,

12opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn, wij, die al eerder onze hoop op Christus gevestigd hadden.

13In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam,

1:13
Rom. 8:15
2 Kor. 1:22
5:5
Efez. 4:30
verzegeld met de Heilige Geest van de belofte,

14Die het onderpand is van onze erfenis, tot

1:14
Ex. 19:5
Deut. 7:6
14:2
26:18
Rom. 8:23
1 Petr. 2:9
de verlossing die ons ten deel viel,1:14 de verlossing … ten deel viel - Letterlijk: de verlossing van de verkrijging. tot lof van Zijn heerlijkheid.

Christus het hoofd van de gemeente

15

1:15
Filipp. 1:3
Kol. 1:3
1 Thess. 1:2
2 Thess. 1:3
Daarom, omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere Jezus onder u, en van de liefde voor alle heiligen,

16houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk,

17opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,

18namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,

19en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven,

1:19
Kol. 2:12
overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht,

20die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte

1:20
Ps. 110:1
Hand. 2:34
1 Kor. 15:25
Kol. 3:1
Hebr. 1:3
10:12
1 Petr. 3:22
en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten,

21ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende.

22

1:22
Ps. 8:7
Matt. 28:18
1 Kor. 15:27
Hebr. 2:8
En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente,

23

1:23
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
Efez. 4:16
5:23
die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.

2

Uit genade zalig

21Ook

2:1
Rom. 5:6
Kol. 2:13
u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden,

2

2:2
1 Kor. 6:11
Kol. 3:7
Tit. 3:3
waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze2:2 leefwijze - Letterlijk: eeuw. van deze wereld, overeenkomstig de wil van de
2:2
Joh. 12:31
14:30
16:11
Efez. 6:12
aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,

3onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.

4Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft,

5ook toen wij dood waren door de overtredingen,

2:5
Rom. 6:8
8:11
Kol. 3:1,3
met Christus levend gemaakt –
2:5
Hand. 15:11
Tit. 3:5
uit genade bent u zalig geworden –

6en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus,

7opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

8Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u,

2:8
Matt. 16:17
Efez. 1:19
het is de gave van God;

9niet uit werken,

2:9
Rom. 3:27
1 Kor. 1:29
opdat niemand zou roemen.

10Want wij zijn Zijn maaksel,

2:10
2 Kor. 5:17
Efez. 1:4
4:24
Tit. 2:14
geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Jood en heiden één in Christus

11Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen2:11 onbesnedenen - Letterlijk: voorhuid. genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt,

12dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen

2:12
Rom. 9:4
wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld.

13Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen.

14

2:14
Jes. 9:5
Micha 5:4
Joh. 16:33
Hand. 10:36
Rom. 5:1
Kol. 1:20
Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken,

15heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken,

16en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.

17

2:17
Jes. 57:19
Efez. 3:12
En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren.

18

2:18
Joh. 10:9
14:6
Rom. 5:2
Efez. 3:12
Hebr. 10:19
Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader.

19Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en

2:19
Gal. 6:10
huisgenoten van God,

20

2:20
1 Kor. 3:9,10
gebouwd
2:20
Jes. 28:16
Matt. 16:18
1 Kor. 3:10
Openb. 21:14
op het fundament van de apostelen en profeten,
2:20
1 Petr. 2:4
waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is,

21

2:21
Efez. 4:16
en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst
2:21
1 Kor. 6:19
2 Kor. 6:16
tot een heilige tempel in de Heere;

22op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.