Herziene Statenvertaling (HSV)
8

Eerbied voor de koning en de overheid

81Wie is als de wijze

en wie weet de verklaring van de dingen?

De wijsheid van de mens verlicht zijn gezicht,

zodat de stuursheid van zijn gezicht wordt veranderd.

2

8:2
Spr. 24:21
Ik zeg: Houd u aan het bevel van de koning,

en wel vanwege de eed aan God.

3Haast u niet bij hem vandaan te gaan.

Houd niet vast aan een kwade zaak,

want hij doet alles wat hem behaagt,

4omdat het woord van de koning zeggenschap heeft.

Wie zal tegen hem zeggen: Wat doet u?

5

8:5
Rom. 13:3
Wie het gebod in acht neemt,

ondervindt geen kwaad.

Het hart van de wijze kent

tijd en gelegenheid.

6Want voor elk voornemen

is er een tijd en gelegenheid,

ja, het kwaad van de mens is overvloedig over hem.

7Want hij weet niet

wat er gebeuren zal.

8:7
Pred. 6:12
Wie zal hem immers bekendmaken

wanneer het gebeuren zal?

8

8:8
Job 14:5
Ps. 39:6
Er is geen mens die macht heeft over de geest,

om de geest in te houden.

Hij heeft geen zeggenschap over de dag van de dood,

er is geen vrijstelling in deze strijd

en de goddeloosheid laat de bedrijvers ervan niet ontkomen.

9Dit alles heb ik gezien,

toen ik mij er met heel mijn hart op toelegde

al het werk te begrijpen

dat er plaatsvindt onder de zon:

er is een tijd dat de ene mens heerst over de andere mens, hem ten kwade.

10Evenzo heb ik gezien hoe de goddelozen begraven werden en ingingen, terwijl zij die oprecht gehandeld hadden, uit de heilige plaats moesten gaan en vergeten werden in de stad. Ook dat is vluchtig.

Troost bij de raadsels van het leven

11Omdat het vonnis over een slechte daad niet snel geveld wordt, daarom blijft het hart van de mensenkinderen in hen vervuld van kwaaddoen.

12Hoewel een zondaar honderdmaal kwaaddoet, verlengt God zijn dagen.

8:12
Ps. 37:9,10,11,12,18,19,20
Spr. 1:33
Jes. 3:10
Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.

13Maar de goddeloze zal het niet goed gaan en hij zal zijn dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht.

14Er is iets vluchtigs wat op de aarde plaatsvindt: er zijn rechtvaardigen die het vergaat naar het werk van de goddelozen, en er zijn goddelozen die het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeg dat ook dit vluchtig is.

15Daarom prees ik de blijdschap, omdat

8:15
Pred. 2:24
3:12,22
5:18
9:7
de mens niets beters heeft onder de zon dan te eten, te drinken en zich te verblijden. Dat zal hem immers vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon.

16Toen ik mij met heel mijn hart erop toelegde wijsheid te kennen en de bezigheid te zien die op aarde plaatsvindt, dat men zelfs overdag of 's nachts de slaap niet met zijn ogen ziet,

17toen zag ik al het werk van God, dat de mens niet kan ontdekken, het werk dat onder de zon plaatsvindt. Hoezeer de mens zwoegt bij het zoeken, hij zal het niet ontdekken. Zelfs als de wijze zegt het te weten, zal hij het toch niet kunnen ontdekken.

9

Geniet de gave van God met blijdschap

91Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem.

2

9:2
Ps. 73:12,13
Eén en hetzelfde overkomt allen als alle anderen: de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is vergaat het net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed af te leggen.

3Dit is een kwaad bij alles wat er onder de zon plaatsvindt: dat allen een en hetzelfde overkomt. Ook is het hart van de mensenkinderen vol kwaad. Hun leven is vervuld van onverstand in hun hart, en daarna gaan zij naar de doden.

4Want wie nog bij al de levenden mag behoren,9:4 bij al de levenden mag behoren - Letterlijk: één geheel vormt met alle levenden. heeft hoop. Een levende hond is namelijk beter dan een dode leeuw.

5Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten.

6Ook hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst is al vergaan. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, aan alles wat er onder de zon plaatsvindt.

7Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken.

8Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.

9Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen. Want dit is uw deel in het leven en bij uw zwoegen waarmee u zwoegt onder de zon.

10Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat.

De wijsheid wordt vaak onderschat

11Opnieuw zag ik onder de zon dat niet de snellen de wedloop winnen, en ook niet de helden de strijd, ook dat niet de wijzen brood hebben, en ook niet de verstandigen rijkdom, en evenmin de kenners gunst. Tijd en toeval overkomen hun immers allen.

12Want de mens weet ook zijn tijd niet, evenmin als de vissen die in een boosaardig net worden gevangen, en als de vogels die gevangen worden met de strik. Net als zij worden de mensenkinderen op een kwaad ogenblik verstrikt, wanneer dat hun plotseling overvalt.

13Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien en voor mij was zij groot:

14Er was een kleine stad met weinig mensen erin. Een groot koning trok ertegen op en omsingelde die. Hij bouwde er grote bolwerken tegenaan.

15Daar trof men een arme, wijze man aan. Hij redde de stad door zijn wijsheid, maar geen mens dacht aan die arme man.

16Toen zei ik:

9:16
Spr. 21:22
24:5
Pred. 7:19
Wijsheid is beter dan kracht,

maar de wijsheid van de arme wordt veracht

en zijn woorden worden door niemand gehoord.

17Woorden van wijzen, in rust aangehoord, zijn beter dan het geroep van hem die over de dwazen heerst.

18Wijsheid is beter dan wapentuig, maar één zondaar bederft veel goeds.

10

Onheil van de dwaasheid

101Een dode vlieg doet de zalf van de zalfbereider stinkend gisten. Zo doet ook een kleine dwaasheid met kostbare wijsheid en eer.

2Het hart van een wijze is tot zijn rechterhand, maar het hart van een dwaas is tot zijn linkerhand.

3Ook wanneer de dwaas op de weg loopt, ontbreekt zijn verstand:10:3 zijn verstand - Letterlijk: zijn hart. hij zegt tegen iedereen dat hij een dwaas is.

4Als de geest van de heerser zich tegen u keert, verlaat dan uw plaats niet, want het is een medicijn, het voorkomt grote zonden.

5Er is een kwaad dat ik gezien heb onder de zon, een soort dwaling die van de machthebber afkomstig is:

6de dwaas wordt op grote hoogten geplaatst, maar de rijken zitten in de laagte.

7Ik heb dienaren te paard gezien en vorsten die als dienaren te voet over de aarde gingen.

8Wie

10:8
Spr. 26:27
een kuil graaft, zal erin vallen. Wie een gat slaat in een muur, een slang zal hem bijten.

9Wie stenen lostrekt, zal daardoor bezeerd worden. Wie hout klooft, zal daardoor gevaar lopen.

10Als het ijzer bot wordt en iemand slijpt de snede niet, dan moet hij meer kracht zetten. Het voornaamste om te slagen is wijsheid.

11Als de slang vóór de bezwering bijt, heeft de meesterbezweerder10:11 meesterbezweerder - Letterlijk: bezitter van tong. geen nut.

12Woorden uit de mond van een wijze zijn aangenaam, maar de lippen van een dwaas verslinden hemzelf.

13Het begin van de woorden uit zijn mond is dwaasheid en het laatste uit zijn mond boosaardige zotternij.

14De dwaas gebruikt veel woorden, maar de mens weet niet wat er gebeuren zal. Wat er na hem zal gebeuren, wie zal het hem bekendmaken?

15Het zwoegen van de dwazen maakt hen moe, omdat zij niet weten hoe zij naar de stad moeten gaan.

16

10:16
Jes. 3:3,4
Hos. 13:11
Amos 6:4
Wee u, land, als uw koning een kind is, als
10:16
Jes. 5:11
uw vorsten 's morgens maaltijd houden.

17Gelukkig bent u, land, als uw koning een zoon van edelen is en uw vorsten op de juiste tijd maaltijd houden, tot versterking en niet om zich te bedrinken.

18Door grote luiheid zakt het gebinte ineen.

Door slapheid van handen gaat het huis lekken.

19Men richt maaltijden aan om te lachen,

wijn verblijdt de levenden,

en het geld verantwoordt alles.

20

10:20
Ex. 22:28
Vervloek zelfs in uw gedachten een koning niet en vervloek een rijke niet in uw slaapkamer,10:20 slaapkamer - Letterlijk: de kamer van uw slaapplaats. want de vogels in de lucht zouden het geluid mee kunnen voeren: wat vleugels bezit, zou het woord bekend kunnen maken.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]