Herziene Statenvertaling (HSV)
7

Aanbeveling van wijsheid, tevredenheid en eenvoud

71Een goede naam

7:1
Spr. 22:1
is beter dan goede olie

en de dag van de dood is beter dan de dag dat iemand geboren wordt.

2Het is beter naar een klaaghuis te gaan dan naar een huis te gaan waar een feestmaal gehouden wordt.

Dat is immers het einde van ieder mens, en de levende moet het ter harte nemen.

3Verdriet is beter dan lachen,

want bij een treurig gezicht gaat het goed met het hart.

4Het hart van wijzen is in een klaaghuis,

maar het hart van dwazen in een huis van blijdschap.

5Het

7:5
Spr. 13:18
15:31,32
is beter te luisteren naar de bestraffing van een wijze

dan dat iemand luistert naar het lied van dwazen.

6Want

7:6
Ps. 58:10
als het knetteren van de dorens onder de kookpot,

zo is het lachen van de dwaas.

Ook dat is vluchtig.

7Voorzeker, onderdrukking zou een wijze waanzinnig maken,

en geschenken bederven het hart.

8Het einde van een zaak is beter dan zijn begin.

Beter een geduldige geest dan een hoogmoedige geest.

9Wees niet te snel geërgerd in uw geest,

want ergernis rust in de boezem van dwazen.

10Zeg niet: Hoe komt het

dat de dagen van vroeger beter waren dan deze?

Want niet uit wijsheid

zou u dat vragen.

11Wijsheid is goed met een erfelijk bezit:

een voordeel voor hen die de zon zien.

12Immers, wijsheid biedt schaduw en geld biedt schaduw.

Het voordeel van kennis is echter dat wijsheid haar bezitters het leven geeft.

13Bezie het werk van God,

want wie kan rechtmaken wat Hij krom gemaakt heeft?

14Geniet op de dag van voorspoed

van het goede,

maar bedenk

op de dag van tegenspoed

dat God zowel de ene als de andere

gemaakt heeft,

zodat de mens niet kan doorgronden iets wat na hem zijn zal.

15Dit alles heb ik gezien

in mijn vluchtige dagen:

er is een rechtvaardige die omkomt in zijn rechtvaardigheid,

en er is een goddeloze die bij al zijn slechtheid zijn dagen verlengt.

16Wees niet al te rechtvaardig

en acht uzelf niet bovenmate wijs.

Waarom zou u uzelf verwoesten?

17Wees niet al te goddeloos

en wees niet al te dwaas.

Waarom zou u sterven vóór uw tijd?

18Het is goed dat u aan het ene vasthoudt

en daarbij uw hand niet van het andere aftrekt.

Immers wie God vreest, ontkomt aan dit alles.

19De wijsheid maakt de wijze sterker

dan tien machthebbers die in de stad zijn.

20

7:20
1 Kon. 8:46,47
2 Kron. 6:36
Spr. 20:9
1 Joh. 1:8
Voorzeker, er is geen mens rechtvaardig op de aarde,

die goeddoet en niet zondigt.

21Zet ook uw hart niet

op alle woorden die men spreekt,

opdat u niet hoort dat uw knecht u vervloekt.

22Want uw hart heeft

ook vele keren erkend

dat ook u

anderen hebt vervloekt.

23Dit alles heb ik met wijsheid beproefd.

Ik zei: Ik wil wijs worden,

maar de wijsheid bleef ver bij mij vandaan.

24Veraf is dat wat gebeurd is.

Het zit heel diep: wie kan het terugvinden?

25Ik kwam ertoe, ook met mijn hart, om te kennen en na te speuren,

wijsheid te zoeken en tot een slotsom te komen,

7:25
Pred. 1:17
2:12
om in te zien dat goddeloosheid dwaas

en dwaasheid onverstand is.

26Ik vond

7:26
Spr. 5:3
6:247:6
iets wat bitterder is dan de dood:

de vrouw die een vangnet is.

Haar hart is een sleepnet,

haar handen zijn boeien.

Wie goed is voor het aangezicht van God,

zal aan haar ontkomen,

maar een

7:26
Spr. 6:26
7:23
22:14
zondaar wordt door haar gevangen.

27Zie, dit heb ik gevonden,

zegt Prediker,

het ene bij het andere,

om tot een slotsom te komen,

28die ik nog altijd zoek,

maar niet heb gevonden.

Eén man onder duizend heb ik gevonden.

Een vrouw onder die allen heb ik echter niet gevonden.

29Alleen, zie, dit heb ik gevonden:

dat God de mens oprecht gemaakt heeft,

maar zij hebben vele uitvluchten gezocht.

8

Eerbied voor de koning en de overheid

81Wie is als de wijze

en wie weet de verklaring van de dingen?

De wijsheid van de mens verlicht zijn gezicht,

zodat de stuursheid van zijn gezicht wordt veranderd.

2

8:2
Spr. 24:21
Ik zeg: Houd u aan het bevel van de koning,

en wel vanwege de eed aan God.

3Haast u niet bij hem vandaan te gaan.

Houd niet vast aan een kwade zaak,

want hij doet alles wat hem behaagt,

4omdat het woord van de koning zeggenschap heeft.

Wie zal tegen hem zeggen: Wat doet u?

5

8:5
Rom. 13:3
Wie het gebod in acht neemt,

ondervindt geen kwaad.

Het hart van de wijze kent

tijd en gelegenheid.

6Want voor elk voornemen

is er een tijd en gelegenheid,

ja, het kwaad van de mens is overvloedig over hem.

7Want hij weet niet

wat er gebeuren zal.

8:7
Pred. 6:12
Wie zal hem immers bekendmaken

wanneer het gebeuren zal?

8

8:8
Job 14:5
Ps. 39:6
Er is geen mens die macht heeft over de geest,

om de geest in te houden.

Hij heeft geen zeggenschap over de dag van de dood,

er is geen vrijstelling in deze strijd

en de goddeloosheid laat de bedrijvers ervan niet ontkomen.

9Dit alles heb ik gezien,

toen ik mij er met heel mijn hart op toelegde

al het werk te begrijpen

dat er plaatsvindt onder de zon:

er is een tijd dat de ene mens heerst over de andere mens, hem ten kwade.

10Evenzo heb ik gezien hoe de goddelozen begraven werden en ingingen, terwijl zij die oprecht gehandeld hadden, uit de heilige plaats moesten gaan en vergeten werden in de stad. Ook dat is vluchtig.

Troost bij de raadsels van het leven

11Omdat het vonnis over een slechte daad niet snel geveld wordt, daarom blijft het hart van de mensenkinderen in hen vervuld van kwaaddoen.

12Hoewel een zondaar honderdmaal kwaaddoet, verlengt God zijn dagen.

8:12
Ps. 37:9,10,11,12,18,19,20
Spr. 1:33
Jes. 3:10
Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.

13Maar de goddeloze zal het niet goed gaan en hij zal zijn dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht.

14Er is iets vluchtigs wat op de aarde plaatsvindt: er zijn rechtvaardigen die het vergaat naar het werk van de goddelozen, en er zijn goddelozen die het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeg dat ook dit vluchtig is.

15Daarom prees ik de blijdschap, omdat

8:15
Pred. 2:24
3:12,22
5:18
9:7
de mens niets beters heeft onder de zon dan te eten, te drinken en zich te verblijden. Dat zal hem immers vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon.

16Toen ik mij met heel mijn hart erop toelegde wijsheid te kennen en de bezigheid te zien die op aarde plaatsvindt, dat men zelfs overdag of 's nachts de slaap niet met zijn ogen ziet,

17toen zag ik al het werk van God, dat de mens niet kan ontdekken, het werk dat onder de zon plaatsvindt. Hoezeer de mens zwoegt bij het zoeken, hij zal het niet ontdekken. Zelfs als de wijze zegt het te weten, zal hij het toch niet kunnen ontdekken.

9

Geniet de gave van God met blijdschap

91Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem.

2

9:2
Ps. 73:12,13
Eén en hetzelfde overkomt allen als alle anderen: de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is vergaat het net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed af te leggen.

3Dit is een kwaad bij alles wat er onder de zon plaatsvindt: dat allen een en hetzelfde overkomt. Ook is het hart van de mensenkinderen vol kwaad. Hun leven is vervuld van onverstand in hun hart, en daarna gaan zij naar de doden.

4Want wie nog bij al de levenden mag behoren,9:4 bij al de levenden mag behoren - Letterlijk: één geheel vormt met alle levenden. heeft hoop. Een levende hond is namelijk beter dan een dode leeuw.

5Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten.

6Ook hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst is al vergaan. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, aan alles wat er onder de zon plaatsvindt.

7Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken.

8Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.

9Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen. Want dit is uw deel in het leven en bij uw zwoegen waarmee u zwoegt onder de zon.

10Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat.

De wijsheid wordt vaak onderschat

11Opnieuw zag ik onder de zon dat niet de snellen de wedloop winnen, en ook niet de helden de strijd, ook dat niet de wijzen brood hebben, en ook niet de verstandigen rijkdom, en evenmin de kenners gunst. Tijd en toeval overkomen hun immers allen.

12Want de mens weet ook zijn tijd niet, evenmin als de vissen die in een boosaardig net worden gevangen, en als de vogels die gevangen worden met de strik. Net als zij worden de mensenkinderen op een kwaad ogenblik verstrikt, wanneer dat hun plotseling overvalt.

13Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien en voor mij was zij groot:

14Er was een kleine stad met weinig mensen erin. Een groot koning trok ertegen op en omsingelde die. Hij bouwde er grote bolwerken tegenaan.

15Daar trof men een arme, wijze man aan. Hij redde de stad door zijn wijsheid, maar geen mens dacht aan die arme man.

16Toen zei ik:

9:16
Spr. 21:22
24:5
Pred. 7:19
Wijsheid is beter dan kracht,

maar de wijsheid van de arme wordt veracht

en zijn woorden worden door niemand gehoord.

17Woorden van wijzen, in rust aangehoord, zijn beter dan het geroep van hem die over de dwazen heerst.

18Wijsheid is beter dan wapentuig, maar één zondaar bederft veel goeds.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]