Herziene Statenvertaling (HSV)
9

Geniet de gave van God met blijdschap

91Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem.

2

9:2
Ps. 73:12,13
Eén en hetzelfde overkomt allen als alle anderen: de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is vergaat het net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed af te leggen.

3Dit is een kwaad bij alles wat er onder de zon plaatsvindt: dat allen een en hetzelfde overkomt. Ook is het hart van de mensenkinderen vol kwaad. Hun leven is vervuld van onverstand in hun hart, en daarna gaan zij naar de doden.

4Want wie nog bij al de levenden mag behoren,9:4 bij al de levenden mag behoren - Letterlijk: één geheel vormt met alle levenden. heeft hoop. Een levende hond is namelijk beter dan een dode leeuw.

5Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten.

6Ook hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst is al vergaan. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, aan alles wat er onder de zon plaatsvindt.

7Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken.

8Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.

9Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen. Want dit is uw deel in het leven en bij uw zwoegen waarmee u zwoegt onder de zon.

10Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat.

De wijsheid wordt vaak onderschat

11Opnieuw zag ik onder de zon dat niet de snellen de wedloop winnen, en ook niet de helden de strijd, ook dat niet de wijzen brood hebben, en ook niet de verstandigen rijkdom, en evenmin de kenners gunst. Tijd en toeval overkomen hun immers allen.

12Want de mens weet ook zijn tijd niet, evenmin als de vissen die in een boosaardig net worden gevangen, en als de vogels die gevangen worden met de strik. Net als zij worden de mensenkinderen op een kwaad ogenblik verstrikt, wanneer dat hun plotseling overvalt.

13Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien en voor mij was zij groot:

14Er was een kleine stad met weinig mensen erin. Een groot koning trok ertegen op en omsingelde die. Hij bouwde er grote bolwerken tegenaan.

15Daar trof men een arme, wijze man aan. Hij redde de stad door zijn wijsheid, maar geen mens dacht aan die arme man.

16Toen zei ik:

9:16
Spr. 21:22
24:5
Pred. 7:19
Wijsheid is beter dan kracht,

maar de wijsheid van de arme wordt veracht

en zijn woorden worden door niemand gehoord.

17Woorden van wijzen, in rust aangehoord, zijn beter dan het geroep van hem die over de dwazen heerst.

18Wijsheid is beter dan wapentuig, maar één zondaar bederft veel goeds.

10

Onheil van de dwaasheid

101Een dode vlieg doet de zalf van de zalfbereider stinkend gisten. Zo doet ook een kleine dwaasheid met kostbare wijsheid en eer.

2Het hart van een wijze is tot zijn rechterhand, maar het hart van een dwaas is tot zijn linkerhand.

3Ook wanneer de dwaas op de weg loopt, ontbreekt zijn verstand:10:3 zijn verstand - Letterlijk: zijn hart. hij zegt tegen iedereen dat hij een dwaas is.

4Als de geest van de heerser zich tegen u keert, verlaat dan uw plaats niet, want het is een medicijn, het voorkomt grote zonden.

5Er is een kwaad dat ik gezien heb onder de zon, een soort dwaling die van de machthebber afkomstig is:

6de dwaas wordt op grote hoogten geplaatst, maar de rijken zitten in de laagte.

7Ik heb dienaren te paard gezien en vorsten die als dienaren te voet over de aarde gingen.

8Wie

10:8
Spr. 26:27
een kuil graaft, zal erin vallen. Wie een gat slaat in een muur, een slang zal hem bijten.

9Wie stenen lostrekt, zal daardoor bezeerd worden. Wie hout klooft, zal daardoor gevaar lopen.

10Als het ijzer bot wordt en iemand slijpt de snede niet, dan moet hij meer kracht zetten. Het voornaamste om te slagen is wijsheid.

11Als de slang vóór de bezwering bijt, heeft de meesterbezweerder10:11 meesterbezweerder - Letterlijk: bezitter van tong. geen nut.

12Woorden uit de mond van een wijze zijn aangenaam, maar de lippen van een dwaas verslinden hemzelf.

13Het begin van de woorden uit zijn mond is dwaasheid en het laatste uit zijn mond boosaardige zotternij.

14De dwaas gebruikt veel woorden, maar de mens weet niet wat er gebeuren zal. Wat er na hem zal gebeuren, wie zal het hem bekendmaken?

15Het zwoegen van de dwazen maakt hen moe, omdat zij niet weten hoe zij naar de stad moeten gaan.

16

10:16
Jes. 3:3,4
Hos. 13:11
Amos 6:4
Wee u, land, als uw koning een kind is, als
10:16
Jes. 5:11
uw vorsten 's morgens maaltijd houden.

17Gelukkig bent u, land, als uw koning een zoon van edelen is en uw vorsten op de juiste tijd maaltijd houden, tot versterking en niet om zich te bedrinken.

18Door grote luiheid zakt het gebinte ineen.

Door slapheid van handen gaat het huis lekken.

19Men richt maaltijden aan om te lachen,

wijn verblijdt de levenden,

en het geld verantwoordt alles.

20

10:20
Ex. 22:28
Vervloek zelfs in uw gedachten een koning niet en vervloek een rijke niet in uw slaapkamer,10:20 slaapkamer - Letterlijk: de kamer van uw slaapplaats. want de vogels in de lucht zouden het geluid mee kunnen voeren: wat vleugels bezit, zou het woord bekend kunnen maken.

11

Doe uw werk goed

111Werp uw brood uit over het water,

want na vele dagen zult u het vinden.

2

11:2
2 Kor. 9:10
Verdeel het in zevenen

of zelfs in achten,

want u weet niet

welk kwaad er over de aarde komen zal.

3Als de wolken vol zijn geworden,

gieten zij regen uit op de aarde.

Of een boom naar het zuiden valt

of naar het noorden,

op de plaats waar de boom valt,

daar blijft hij liggen.

4Wie op de wind blijft letten, zal niet zaaien.

Wie naar de wolken blijft kijken, zal niet oogsten.

5

11:5
Joh. 3:8
Evenmin als u weet wat de richting van de wind is, of hoe het gaat met
11:5
Ps. 139:15,16
de beenderen in de buik van een zwangere vrouw, evenmin kent u het werk van God, Die alles maakt.

6Zaai uw zaad in de morgen en trek uw hand in de avond niet terug. U weet immers niet of dit zal slagen of dat, of dat het allebei goed zal zijn.

7Het licht is aangenaam,

en het doet de ogen goed de zon te zien.

8Ja, indien de mens vele jaren leeft,

laat hij zich dan al die tijd verblijden,

maar laat hij ook denken aan de dagen van duisternis,

want die zullen er veel zijn. Al wat nog komt, is een zucht.

Waak over uw jeugd

9Verblijd u, jongeman, in uw jeugd,

en laat uw hart vrolijk zijn in de dagen van uw jeugd.

Ga in de wegen van uw hart

en volg wat uw ogen zien,

maar weet dat God u over dit alles

in het gericht zal brengen.

10Weer dus de wrevel uit uw hart,

en doe het kwade weg uit uw lichaam.

De jeugd en jonge jaren zijn immers een zucht.