Herziene Statenvertaling (HSV)
5

51Mozes riep heel Israël bijeen en zei tegen hen: Luister, Israël, naar de verordeningen en bepalingen die ik heden ten aanhoren van u spreek. U moet ze leren en nauwlettend in acht nemen.

2De HEERE, onze God, heeft een

5:2
Ex. 19:5
verbond met ons gesloten bij de Horeb.

3Niet met onze vaderen heeft de HEERE dit verbond gesloten, maar met ons, wij die hier heden allen in leven zijn.

4Van aangezicht tot aangezicht heeft de HEERE met u gesproken op de berg, vanuit het midden van het vuur

5(ik stond in die tijd tussen de HEERE en u in, om u het woord van de HEERE bekend te maken, want u

5:5
Ex. 19:16
20:18
was bevreesd vanwege het vuur en klom de berg niet op). Hij zei:

6

5:6
Ex. 20:2Ps. 81:11
Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.

7U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

8

5:8
Lev. 26:1
U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.

9U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een

5:9
Ex. 20:5
34:7,14
Jer. 32:18
na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, en aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten;

10maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

11U zult de

5:11
Lev. 19:12
Matt. 5:33
Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken,5:11 ijdel gebruiken - D.w.z. onnodig en ondoordacht gebruiken, misbruiken. want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.

12Neem de

5:12
Gen. 2:2
Ex. 23:12
35:2
Lev. 23:3
Ezech. 20:12
Hebr. 4:4
sabbatdag in acht om die te heiligen, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft.

13Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,

14maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares,5:14 noch uw dienaar, noch uw dienares - Of: noch uw slaaf, noch uw slavin. noch uw rund, noch uw ezel, noch enig vee van u, noch uw vreemdeling, die binnen uw poorten is, opdat uw dienaar en uw dienares rusten zoals u.

15Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden.

16

5:16
Lev. 19:3
Matt. 15:4
Luk. 18:20
Efez. 6:2,3
Eer uw vader en uw moeder, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.

17

5:17
Matt. 5:21
Luk. 18:20
Rom. 13:9
U zult niet doodslaan.

18

5:18
Luk. 18:20
En u zult geen overspel plegen.

19En u zult niet stelen.

20En u zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.

21En u zult niet

5:21
Rom. 7:7
begeren de vrouw van uw naaste. U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, noch op zijn akker, noch op zijn dienaar, noch op zijn dienares,5:21 noch op zijn dienaar, noch op zijn dienares - Of: noch op zijn slaaf, noch op zijn slavin. noch op zijn rund, noch op zijn ezel, noch op iets wat van uw naaste is.

22Deze woorden sprak de HEERE tot heel uw gemeente, op de berg, vanuit het midden van het vuur, de wolken en de donkerheid, met luide stem; Hij voegde er niets aan toe. Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf ze aan mij.

23En het gebeurde, toen u die stem vanuit het midden van de duisternis hoorde en de berg van vuur brandde, dat u naar voren kwam, naar mij toe, al uw stamhoofden en uw oudsten.

24En u zei: Zie, de HEERE, onze God, heeft ons Zijn heerlijkheid en Zijn grootheid laten zien en wij hebben Zijn stem gehoord vanuit het midden van het vuur; vandaag hebben wij gezien dat God met de mens spreekt en dat deze in leven blijft.

25Maar nu, waarom zouden wij sterven? Want dit grote vuur zou ons verteren; als wij de stem van de HEERE, onze God, nog langer zouden horen, zouden wij sterven.

26Want wie is er van alle vlees, die de stem van de levende God heeft horen spreken vanuit het midden van het vuur, zoals wij,

5:26
Deut. 4:33
Richt. 13:22
en in leven is gebleven?

27Gaat u naar voren, en luister naar alles wat de HEERE, onze God, zal zeggen. U moet dan alles wat de HEERE, onze God, tegen u zal zeggen, tegen ons

5:27
Ex. 20:19
Hebr. 12:19
zeggen, en wij zullen ernaar luisteren en het doen.

28Toen de HEERE uw woorden5:28 uw woorden - Letterlijk: de stem van uw woorden; zie ook het vervolg van dit vers. hoorde, toen u tot mij sprak, zei de HEERE tegen mij: Ik heb de woorden van dit volk, die zij tot u gesproken hebben, gehoord; alles wat zij gezegd hebben, is goed.

29Och, hadden zij maar zo'n hart,5:29 hadden zij maar zo'n hart - Letterlijk: wie zal geven dat dit hun hart voor hen zal zijn? om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan!

30Ga, zeg hun: Keer terug naar uw tenten.

31Maar blijft u hier bij Mij staan. Dan zal Ik tot u spreken alle geboden, verordeningen en bepalingen die u hun moet leren en die zij moeten doen in het land dat Ik hun geven zal om het in bezit te nemen.

32U moet dus nauwlettend handelen zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft; wijk niet af, naar rechts of naar links.

33Heel de weg die de HEERE, uw God, u geboden heeft, moet u gaan, opdat u leeft, en het u goed gaat, en u uw dagen verlengt in het land dat u in bezit zult nemen.

6

Bevel om zich aan de geboden van God te houden

61Dit zijn de geboden, de verordeningen en de bepalingen die de HEERE, uw God, geboden heeft u te leren, om ze te doen in het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen,

2opdat u de HEERE, uw God, vreest door al Zijn verordeningen en Zijn geboden, die ik u gebied, in acht te nemen: u, uw kind en uw kleinkind, alle dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden.

3Luister dan, Israël, en neem ze nauwlettend in acht! Dan zal het u goed gaan en zult u zeer talrijk worden – zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft – in het land dat overvloeit van melk en honing.

4

6:4
Deut. 4:35
Mark. 12:29
Joh. 17:3
1 Kor. 8:4,6
Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!6:4 één - Of: de Enige.

5Daarom zult u de HEERE, uw God,

6:5
Deut. 10:12
Matt. 22:37
Luk. 10:27
liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.

6Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.

7U moet ze uw

6:7
Deut. 4:9
11:19
kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.

8U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.

9U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.

10Wanneer het dan gebeuren zal dat de HEERE, uw God, u gebracht heeft in het land dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft u te zullen geven – grote en goede steden, die u niet gebouwd hebt,

11huizen, vol van allerlei kostbare dingen, waarmee u ze niet gevuld hebt, uitgehakte putten, die u niet uitgehakt hebt, en wijngaarden en olijfgaarden, die u niet geplant hebt –

6:11
Deut. 8:9,10
en u gegeten hebt en verzadigd bent,

12wees dan op uw hoede dat u de HEERE, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft, niet vergeet.

13U moet de HEERE, uw God,

6:13
Deut. 10:20
Matt. 4:10
Luk. 4:8
vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren.

14U mag niet achter andere goden, de goden van de volken die rondom u zijn, aan gaan,

15want de HEERE, uw God, is een na-ijverig God in uw midden; anders ontbrandt de toorn van de HEERE, uw God, tegen u en vaagt Hij u weg van de aardbodem.

16U mag de HEERE, uw God,

6:16
Matt. 4:7
Luk. 4:12
niet op de proef stellen, zoals u Hem bij
6:16
Ex. 17:2
Num. 20:3
Massa op de proef gesteld hebt.

17U moet de geboden van de HEERE, uw God, Zijn getuigenissen en Zijn verordeningen, die Hij u geboden heeft, nauwgezet in acht nemen.

18En u moet doen wat juist en goed is in de ogen van de HEERE, opdat het u goed gaat, en u er komt, en het goede land dat de HEERE uw vaderen onder ede beloofd heeft, in bezit neemt,

19om al uw vijanden van voor uw ogen te verjagen, zoals de HEERE gesproken heeft.

20Wanneer uw zoon u morgen vraagt: Wat zijn dat voor getuigenissen, verordeningen en bepalingen die de HEERE, onze God, u geboden heeft?

21dan moet u tegen uw zoon zeggen: Wij waren slaven van de farao in Egypte, maar de HEERE heeft ons met sterke hand uit Egypte geleid.

22En de HEERE gaf tekenen en wonderen, groot en onheilbrengend, in Egypte, aan de farao en aan zijn hele huis, voor onze ogen.

23Maar ons leidde Hij daarvandaan, om ons hierheen te brengen en ons het land te geven, dat Hij onze vaderen onder ede beloofd had.

24En de HEERE gebood ons al deze verordeningen te houden, om de HEERE, onze God, te vrezen, ons ten goede, alle dagen, om ons in leven te houden, zoals het op deze dag is.

25Het zal voor ons gerechtigheid zijn als wij al deze geboden nauwlettend in acht nemen, voor het aangezicht van de HEERE, onze God, zoals Hij ons geboden heeft.

7

Hoe Israël zich moet gedragen ten opzichte van de Kanaänieten

71Wanneer de HEERE, uw God, u gebracht heeft in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij

7:1
Deut. 31:3
vele volken van voor uw ogen verdreven heeft, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zeven volken, die groter en machtiger zijn dan u,

2en wanneer de HEERE, uw God, hen aan u7:2 aan u - Letterlijk: voor uw aangezicht; zie ook vers 23. overgegeven heeft

7:2
Num. 33:52
Joz. 11:11
en u ze verslaat, dan moet u hen volledig met de ban slaan;
7:2
Ex. 23:32
34:15
u mag geen verbond met hen sluiten en hun niet genadig zijn.

3U mag geen huwelijksbanden met hen

7:3
Ex. 34:16
1 Kon. 11:2
aangaan: uw dochters mag u niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen.

4Want zij zouden uw zonen van achter Mij laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de HEERE tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt.

5Maar zo moet u met hen doen:

7:5
Ex. 23:24
34:13
Deut. 12:2,3
hun altaren moet u afbreken, hun gewijde stenen in stukken slaan, hun gewijde palen omhakken en hun beelden met vuur verbranden.

6Want

7:6
Ex. 19:5
Deut. 4:20
14:21
26:18
28:9
1 Petr. 2:9
u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.

7Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken.

8Maar vanwege

7:8
Deut. 10:15
de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte.

9Daarom moet u weten dat de HEERE uw God is. Híj is

7:9
Ex. 20:5
Deut. 5:9
God, de getrouwe God, Die het verbond en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties.

10En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen, hem persoonlijk;7:10 hem persoonlijk - Letterlijk: in zijn gezicht; zie ook het vervolg van dit vers. Hij zal tegenover wie Hem haat niet

7:10
Nahum 1:2
aarzelen. Hij zal aan hem vergelding doen, aan hem persoonlijk.

11En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden.

12Dan zal het gebeuren,

7:12
Lev. 26:3
Deut. 28:1
omdat u deze bepalingen zult horen, in acht nemen en houden, dat de HEERE, uw God, voor u het verbond en de goedertierenheid in acht zal nemen die Hij uw vaderen onder ede beloofd heeft.

13Hij zal u liefhebben, u zegenen en u talrijk maken; Hij zal de vrucht van uw schoot zegenen en de vrucht van uw land, uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, in het land dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven.

14Gezegend zult u zijn boven al de volken; onder u zal

7:14
Ex. 23:26
geen man of vrouw onvruchtbaar zijn, onder uw dieren evenmin.

15De HEERE zal alle ziekte van u weren en geen van de verschrikkelijke kwalen van Egypte, die u hebt leren kennen, zal Hij u opleggen, maar Hij zal ze geven aan allen die u haten.

16U zult al de volken verteren die de HEERE, uw God, u geeft. Laat uw oog hen niet ontzien. En dien hun goden niet, want dat is voor u een valstrik.

17Wanneer u in uw hart zegt: Deze volken zijn groter dan ik; hoe kan ik hen ooit uit hun bezit verdrijven?

18wees dan niet bevreesd voor hen. Denk steeds aan wat de HEERE, uw God, met de farao en met alle Egyptenaren gedaan heeft,

19

7:19
Deut. 4:34
29:3
de grote beproevingen die uw ogen gezien hebben, de tekenen, de wonderen, de sterke hand en de uitgestrekte arm waarmee de HEERE, uw God, u uitgeleid heeft. Zo zal de HEERE, uw God, doen met al de volken voor wie u bevreesd bent.

20Daarbij zal de HEERE, uw God,

7:20
Ex. 23:28
Joz. 24:12
horzels onder hen zenden, totdat zij die overgebleven en voor u verborgen zijn, ook omgekomen zijn.

21Schrik voor hen niet terug, want de HEERE, uw God, is in uw midden, een groot en ontzagwekkend God.

22De HEERE, uw God, zal deze volken van voor uw ogen verdrijven, maar geleidelijk: u zult hen niet onmiddellijk kunnen vernietigen, anders zouden de dieren van het veld te talrijk worden voor u.

23De HEERE, uw God, zal hen aan u overgeven; Hij zal hen in grote verwarring brengen,7:23 in grote verwarring brengen - Letterlijk: verwarren met een grote verwarring. totdat zij weggevaagd zijn.

24Hij zal u hun koningen in uw hand geven, en u moet hun naam van onder de hemel doen verdwijnen; niemand zal vóór u standhouden, totdat u hen weggevaagd hebt.

25De beelden van hun goden moet u met vuur verbranden. Het zilver en goud dat erop zit, mag u niet begeren of voor uzelf nemen, anders wordt u daardoor verstrikt, want het is voor de HEERE, uw God, een gruwel.

26U mag zoiets gruwelijks niet in huis halen, anders wordt u evenzo tot iemand op wie de ban rust; volledig verafschuwen moet u het, ja, er een diepe afschuw van hebben, want het is iets waarop de ban rust.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]