Herziene Statenvertaling (HSV)
3

Zoeken wat boven is

31Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn,

3:1
Efez. 1:20
waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.

2Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn,

3

3:3
Rom. 6:2
want u bent gestorven en uw leven is met Christus
3:3
Rom. 8:24
2 Kor. 5:7
verborgen in God.

4

3:4
Filipp. 3:21
1 Joh. 3:2
Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

De oude en de nieuwe mens

5

3:5
Efez. 4:22
5:3
Dood dan
3:5
Rom. 7:5,23
uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid,
3:5
1 Thess. 4:5
hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht,
3:5
Efez. 5:5
die afgoderij is.

6

3:6
1 Kor. 6:10
Gal. 5:19
Efez. 5:5
Openb. 22:15
Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen.3:6 ongehoorzamen - Letterlijk: kinderen van de ongehoorzaamheid.

7

3:7
1 Kor. 6:11
Efez. 2:1
Tit. 3:3
In deze dingen hebt ook u voorheen gewandeld, toen u in die dingen leefde.

8

3:8
Efez. 4:22
Hebr. 12:1
Jak. 1:21
1 Petr. 2:1
Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.

9

3:9
Efez. 4:25
Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt,

10

3:10
Rom. 6:4
en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis,
3:10
Gen. 1:26
5:1
9:6
1 Kor. 11:7
overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.

11Daarbij

3:11
Gal. 3:28
5:6
6:15
is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene,3:11 onbesnedene - Letterlijk: voorhuid. barbaar en Scyth,
3:11
1 Kor. 7:21,22
12:13
slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.

12

3:12
Efez. 4:32
6:11
Kleedt u zich dan,
3:12
1 Thess. 1:4
als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.

13Verdraag elkaar

3:13
Matt. 6:14
Mark. 11:25
Efez. 4:32
en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.

14

3:14
Joh. 13:34
15:12
Efez. 5:2
1 Thess. 4:9
1 Joh. 3:23
4:21
En kleedt u zich boven alles met de liefde, die
3:14
Efez. 4:3
Kol. 2:2
de band van de volmaaktheid is.

15En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar.

16Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid;

3:16
Efez. 5:19
onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart.

17En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus,

3:17
Efez. 5:20
1 Thess. 5:18
terwijl u God en de Vader dankt door Hem.

Verhoudingen in het gezin

18

3:18
Gen. 3:16
1 Kor. 14:34
Efez. 5:22
Tit. 2:5
1 Petr. 3:1
Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het behoort in de Heere.

19

3:19
Efez. 5:25
Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet verbitterd tegen haar.

20

3:20
Efez. 6:1
Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in alles, want dat is welbehaaglijk voor de Heere.

21Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

22

3:22
Efez. 6:5
1 Tim. 6:1
Tit. 2:9
1 Petr. 2:18
Slaven, wees in alles uw aardse heren3:22 aardse heren - Letterlijk: heren naar het vlees. gehoorzaam, niet met ogendienst als om mensen te behagen, maar oprecht van hart,3:22 oprecht van hart - Letterlijk: in eenvoud van het hart, d.i. niet dubbelhartig. in het vrezen van God.

23En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen,

24in de wetenschap dat u van de Heere als vergelding de erfenis zult ontvangen, want u dient de Heere Christus.

25Maar wie onrecht doet, zal het onrecht dat hij gedaan heeft, terugkrijgen; en er is geen aanzien des persoons.

4

41

4:1
Efez. 6:9
Heren, behandel uw slaven rechtvaardig en op gelijke wijze. U weet immers dat ook u een Heere hebt in de hemelen.

Volharding in het gebed; getuigenis naar buiten

2

4:2
Luk. 18:1
Rom. 12:12
Efez. 6:18
1 Thess. 5:17
Houd sterk aan in het gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging.

3Bid meteen ook voor ons dat God voor ons de deur van het Woord opent,

4:3
Efez. 6:19
2 Thess. 3:1
om van het geheimenis van Christus te spreken, om welke oorzaak ik ook gebonden ben,

4opdat ik dit geheimenis mag openbaren zoals ik erover moet spreken.

5

4:5
Efez. 5:15
Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn,
4:5
Efez. 5:16
en buit de geschikte tijd uit.

6

4:6
Mark. 9:50
Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden.

Zending van Tychikus en Onesimus

7Al mijn omstandigheden zal

4:7
Hand. 20:4
Efez. 6:21
2 Tim. 4:12
Tychikus, de geliefde broeder, trouwe dienaar en mededienstknecht in de Heere, u bekendmaken.

8Hem heb ik met dit doel naar u toe gestuurd, opdat hij uw omstandigheden zou kennen en uw hart zou bemoedigen,

9met

4:9
Filem. vs. 10
Onesimus, de trouwe en geliefde broeder, die er een van u is; zij zullen u alles bekendmaken wat hier gebeurt.

Groeten van en aan medewerkers; zegen

10

4:10
Hand. 27:2
Aristarchus, mijn medegevangene, groet u, en
4:10
Hand. 15:37
2 Tim. 4:11
Markus, de neef van Barnabas, over wie u opdrachten ontvangen hebt – als hij bij u komt, ontvang hem dan

11en Jezus, die Justus genoemd wordt. Zij zijn de enigen van de besnijdenis die mijn medearbeiders zijn in het Koninkrijk van God; zij zijn mij ook een vertroosting geweest.

12

4:12
Kol. 1:7
Epafras groet u, die er een van u is, een dienstknecht van Christus, die altijd voor u strijdt in de gebeden, opdat u, volmaakt en volkomen, vaststaat in heel de wil van God.

13Want ik getuig van hem dat hij een grote ijver heeft voor u en voor hen die in Laodicea zijn, alsook voor hen die in Hiërapolis zijn.

14

4:14
2 Tim. 4:11
Lukas, de arts, de geliefde, groet u, en
4:14
2 Tim. 4:10
Demas.

15Groet de broeders die in Laodicea zijn, en Nymfas en de gemeente in zijn huis.

16En wanneer deze brief door u gelezen zal zijn, zorg er dan voor dat hij ook in de gemeente van de Laodicenzen gelezen wordt, en dat ook u die uit Laodicea leest.

17En zeg tegen Archippus: Let op de bediening die u aangenomen hebt in de Heere, dat u die vervult.

18

4:18
2 Thess. 3:17
Een eigenhandige groet van mij, Paulus.
4:18
Hebr. 13:3
Denk aan mijn gevangenschap.4:18 gevangenschap - Letterlijk: boeien. De genade zij met u. Amen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]